De Amerikaanse president Donald Trump heeft opnieuw importheffingen ingevoerd voor tientallen handelspartners, waaronder de Europese Unie. Volgens deskundigen verandert er economisch gezien weinig, maar probeert Trump vooral een juridische nederlaag in het hooggerechtshof te omzeilen.
Sinds zijn aantreden gebruikt president Donald Trump importheffingen als een van zijn belangrijkste economische wapens. Vorig jaar verhoogde hij de tarieven van onder meer staal, aluminium, auto's en veel Chinese producten.
In april volgde een nieuwe stap: bijna alle goederen die de VS binnenkomen, kregen een importheffing van 10 procent, terwijl voor producten uit bepaalde landen juist hogere tarieven gingen gelden. Trump zegt dat hij zo de Amerikaanse industrie wil beschermen, productie terug naar de VS wil halen en het handelstekort wil terugdringen.
Maar het Amerikaanse rechtssysteem staat niet aan zijn kant. De regering had een groot deel van die importheffingen via een nationale noodwet ingevoerd, maar het hooggerechtshof oordeelde dat de president dat niet had mogen doen.
Om te voorkomen dat de tarieven zouden verdwijnen, voerde de regering snel opnieuw een algemene importheffing van 10 procent in via een andere handelswet. Die nieuwe heffingen mochten maximaal 150 dagen van kracht blijven. Tegelijkertijd zocht de regering naar een nieuwe manier om de heffingen permanent in stand te houden.
Die 150 dagen liepen in de nacht van donderdag op vrijdag af. Trump liet er geen gras over groeien: hij voerde direct nieuwe importheffingen in voor zestig handelspartners, waaronder de Europese Unie.
"Economisch gezien verandert er eigenlijk niets", zegt Paul van den Noord, onderzoeker Macro & International Economics aangesloten aan de Universiteit van Amsterdam. "Het doel en het middel blijven hetzelfde. De regering zoekt alleen een manier om de tarieven via een andere route door te laten gaan."
Deze keer gebruikt Trump een andere wettelijke basis, waardoor de tarieven minder kwetsbaar lijken voor juridische bezwaren. De heffingen zijn bedoeld om landen aan te pakken die volgens de VS onvoldoende optreden tegen producten die met dwangarbeid zijn gemaakt. Dat zou voor oneerlijke concurrentie zorgen voor Amerikaanse bedrijven.
De regering heeft de juridische procedure deze keer beter gevolgd, vindt Andrew Gawthorpe, docent Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. "De vorige keer sloeg de regering een belangrijk deel van het proces over. Nu heeft het de stappen gevolgd zoals de wet voorschrijft", zegt hij.
Toch betekent dat niet automatisch dat de heffingen stand zullen houden. "De procedure is sterker, maar de onderbouwing van de dwangarbeid is vrij vergezocht." De wet is volgens Gawthorpe bedoeld om een land aan te pakken dat aantoonbaar profiteert van dwangarbeid, niet om vrijwel de hele wereld tegelijk importheffingen op te leggen.
Het is goed mogelijk dat de nieuwe heffingen opnieuw worden aangevochten bij de rechter. "En het is zeker niet uitgesloten dat de rechter ook deze toepassing van de wet uiteindelijk te ver vindt gaan", zegt Gawthorpe. "Daardoor is nog onzeker of ook deze tarieven uiteindelijk wél overeind blijven."
Volgens onderzoeker Van den Noord draaien de heffingen bovendien om veel meer dan alleen handel. De importheffingen passen in een langetermijnstrategie om de economische machtspositie van de Verenigde Staten te versterken.
"De VS wil minder afhankelijk worden van Europa en China. Dat zijn nog altijd belangrijke financiers van het Amerikaanse begrotingstekort en hebben zo een belangrijk geopolitiek wapen in handen tegenover de VS."
Voor Nederlandse en andere Europese bedrijven kunnen de nieuwe heffingen slecht uitpakken. Zij lopen het risico marktaandeel in de Verenigde Staten te verliezen doordat hun producten daar duurder worden.
Van den Noord: "Europese bedrijven die veel naar de VS verschepen, zullen moeten inkrimpen of nieuwe afzetmarkten moeten vinden." China staat sterker, omdat het een dominante positie heeft bij de productie van zeldzame aardmetalen.
Van den Noord verwacht dat de rekening uiteindelijk vooral bij de Amerikaanse consumenten terecht komt. Importeurs betalen de heffingen aan de grens, maar berekenen die vaak door in de prijs van producten. Ook handelsspecialisten waarschuwen daarvoor. Mary Lovely van het Peterson Institute for International Economics zei tegen persbureau Reuters dat hogere tarieven uiteindelijk tot hogere prijzen leiden.
"Dat is de politieke gok die Trump neemt", zegt Van den Noord. "Als de prijzen verder stijgen, zullen sommige kiezers daar ontevreden over worden. De vraag is hoeveel politieke steun hij daardoor verliest."
Source: Nu.nl economisch