Home

Als de democratie een theater is, kan de opvoering wel wat vernieuwing gebruiken

Democratische vernieuwing Klimaat, huisvesting, energietransitie, natuur: Nederland staat voor grote uitdagingen. Daarom is een breed debat over de toekomst nodig, want de democratie staat op het spel, waarschuwen Maarten Hajer en Christina Klubert.

Nederland lijdt aan bijziendheid. We zien alle problemen van het heden scherp maar de toekomst verschijnt wazig voor onze ogen. Het land zit op slot, er is een overschot aan stikstof maar óók een tekort aan huizen. Het stroomnet loopt vol, terwijl de natuur wegkwijnt. En iedereen wil meer. Huizen, data- en distributiecentra, militaire oefenterreinen, hoogspanningsmasten, natuur.

Als je dicht op de problemen zit, heb je vaak geen zicht op de oplossingen. We hebben perspectief nodig, en dat veronderstelt afstand: een stap uit de situatie, opzij of naar achteren.

Maarten Hajer is hoogleraar geowetenschappen en voormalig directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (2008-2015). Christina Klubert is promovendus. Beiden werken aan de Universiteit Utrecht.

We horen vaak dat we ‘een verhaal nodig hebben‘. Maar wat betekent dat? Een goed verhaal is een verhaal met aandacht voor waar we vandaan komen, hoe we zijn gekomen waar we zijn, en hoe we van hier weer verder kunnen. Daar zit ook een andere kant aan: afhankelijk van welk verleden we helder voor ons zien, kunnen we sommige toekomsten zien, terwijl andere domweg buiten ons blikveld blijven. Lastig in een periode van grote transities.

Een sterk verhaal veronderstelt een gezaghebbende afzender. Vroeger kon je verhalen over heden, verleden en toekomst nog min of meer vanuit de politiek opleggen. Er was sprake van een elite van leiders die, met respect voor de onderlinge verschillen, normerend kon spreken naar de burgers. Nu is dat anders. Massamedia vormen de dramaturgie van de politiek. Zo ontstaat geen gedeeld verhaal, niet in de talkshows, noch in de gemeenteraad of de Tweede Kamer, noch op de sociale media. En zo blijven we steken in het heden, en mist het bevrijdende perspectief.

Grote prijs

Nederland heeft een ‘zingevend narratief’ nodig. Dit keer dus niet een verhaal dat wordt opgelegd maar een stevig onderbouwd verhaal dat ontstáát, over de structurele uitdagingen rond klimaatadapatie, huisvesting, de energietransitie, de verstedelijkingsopgave en transformatie van het landelijk gebied. Meesterlijk aaneengeregen door filmers en vertellers tot een gedeelde toekomst voor het land.

Hiervoor is een breed debat nodig, want we betalen een grote prijs voor onze bijziendheid. Deze situatie knabbelt namelijk aan het fundament van een democratische samenleving, aan het rechtsgevoel, aan het idee dat wij Nederland samen maken en dat er dus voor iedereen een perspectief is.

Politieke communicatie werkt niet, blijkt keer op keer uit onderzoek. Burgers voelen zich over de tafel getrokken en hebben voor hun gevoel geen ‘grip’ op de toekomst. Ambtenaren worden met een onmogelijke opdracht op pad gestuurd, ‘de zaaltjes’ in. De media presenteren steeds weer het beeld van de ‘afgehaakte burger’, maar wij zien niet alleen afhakende burgers, maar ook opbrandende ambtenaren.

Bij gebrek aan een dragend verhaal komt er een reusachtige last te liggen bij de uitvoering. Want áls er dan af en toe een besluit moet worden uitgevoerd (denk aan de uitbreiding van het stroomnetwerk in Noord-Holland Noord en de realisatie van asielopvang) is er geen dragend verhaal waar naartoe kan worden verwezen, er zijn alleen maatregelen die moeten worden doorgedrukt.

In zaaltjes, ergens in dorpen en wijken, worden bestuurders gegrild en moeten uitvoeringsambtenaren alle zeilen bijzetten. Uit ons onderzoek blijkt dat beleidsmakers zich realiseren dat hun benadering niet werkt, en dat hun ‘handelingsrepertoire’ te beperkt is. Toch gaan ze er steeds weer moedig op uit en branden niet zelden op aan alle emoties die over hen worden uitgestort. ”Dit doe ik niet meer. Dit moet écht anders”, verzuchten ze geregeld in gesprekken met ons. Soms spreken ze van een „schijndemocratie”.

Afgehaakte burgers en opbrandende ambtenaren zijn twee gevolgen van hetzelfde probleem. Ze bestaan in een politiek-bestuurlijk model dat niet meer past bij hedendaagse uitdagingen. David van Reybrouck, schrijver en Denker der Nederlanden, vat onze democratische procedures metaforisch samen als een negentiende-eeuwse postkoets: we zijn als een koetsier die vertwijfeld op de bok op de A10 rijdt, ons afvragend hoe het drukke verkeer om ons heen te navigeren.

Het wandelende bos

Nederland verdient experimenten om uit te vinden wat waar en wanneer het beste werkt, zoals het burgerberaad dat Van Reybrouck voorstelt. Dat krijgt nu een veel te grote bewijslast terwijl het ‘slechts’ een voorbeeld van vernieuwing is.

We pleiten ervoor om meer te gaan oefenen met nieuwe vormen van democratische betrokkenheid, zodat burgers zich gehoord voelen en ambtenaren kunnen wennen aan een nieuwe rol. We zeggen heel nadrukkelijk ‘oefenen’, omdat we niet de pretentie hebben te weten hoe het wel moet. Sterker nog, wij zijn ervan overtuigd dat er geen makkelijke oplossing is. Wij geloven veel meer in een waaier van benaderingen en het organiseren van het gesprek. Dan zie je heel veel mooie voorbeelden, ook in het Nederland dat zo met zichzelf overhoop ligt.

Neem het geweldige voorbeeld van Bosk, het wandelende bos van Leeuwarden. In 2024 gaf de stad landschapskunstenaar Bruno Doedens de ruimte om duizend bomen in potten op te stellen in het centrum van Leeuwarden. Op gezette tijden werden honderden burgers opgetrommeld om het bos naar een ander plein te verplaatsen. Een grote collectieve manifestatie, maar ook een speelse én succesvolle manier om na te denken over koelte in de stad.

Het past ook in de notie over democratie van de Amerikaanse filosfoof John Dewey. Hij pleitte in The Public and its Problems (1927) voor een onderzoekende benadering waarbij deskundigen en een variëteit aan belanghebbenden samen op zoek gaan naar oplossingen voor complexe vraagstukken.

Dewey had een onderwijsachtergrond en zag democratie als ‘het leren omgaan met complexe vraagstukken’. Dat vraagt niet om minder maar juist om méér betrokkenheid van burgers. Voor hem waren democratie en educatie nauw met elkaar verbonden. Educatie is dan niet iets wat beperkt is tot onderwijs en de ‘opleiding’ die men geniet, maar een permanente betrokkenheid bij wat er om je heen gebeurt.

De ‘publieksparticipatie’ in de zaaltjes werkt moeizaam, maar Bosk werkte bevrijdend. Wat verklaart dat? Hier geeft dramaturgie ons een spannende invalshoek. In de politicologie is dat een manier om naar politieke processen te kijken als een opvoering: je analyseert een script waarin staat hoe een voorstelling op het toneel wordt gebracht, wie de protagonisten en antagonisten zijn, in welke volgorde de handelingen van de voorstelling verlopen en hoe de boodschap – het drama – wordt overgebracht.

De analogie met het theater houdt natuurlijk niet helemaal stand. De samenleving is immers altijd dynamisch: niet iedereen wil het script volgen; er zijn ook concurrerende scripts die het gewenste verloop van de voorstelling doorkruisen. Dan komt het op improvisatie aan om de situatie te beheersen.

De democratie zoals wij die kennen is een ingestudeerde dramaturgie. De tragiek van dit moment is dat steeds meer mensen de huidige dramaturgie niet meer zien als uitdrukking van onze gemeenschappelijke keuzes. Ze kijken naar de politiek als een opvoering op afstand en voelen zich niet (meer) betrokken. Dat is gevaarlijk. Want overheidsbeleid ontleent zijn legitimiteit aan de democratie. Een waarachtige opvoering van het democratisch gesprek, met het drama van het conflict en het samen uiteindelijk maken van een keuze, is wat ons bijeenhoudt.

Nationale manifestatie

We moeten de opvoering van de democratie dus tegen het licht houden en vernieuwen. Maar let op: democratie begrijpen als theater is niet zeggen dat het een toneelstukje is. Het gaat om het begrijpen van de essentie van democratie. Dat schreef wijlen Willem Witteveen, hoogleraar recht en retorica en PvdA-senator, ook al in zijn boek Het theater van de politiek (1992). Deelgenoot zijn van een democratische opvoering, als participant of toeschouwer, geeft de besluiten die worden genomen hun legitimiteit.

We zouden er goed aan doen om ons begrip van democratie te verbreden. Democratische verbeelding speelt zich ook buiten de harde politiek af. Een manifestatie als Bosk noemen wij een oefenruimte of soft space: culturele plekken waar iedereen voelt dat de ‘harde’ macht op afstand staat en waar je vrij mag denken over de toekomst.

Denk ook aan de democratische gesprekken die buiten de officiële orde plaatsvinden, zoals de Friese plekberaden of de energiecoöperatie Betuwewind, die sociale diensten voor de omgeving betaalt uit de opbrengsten van de eigen windmolens.

Wij stellen dan ook voor om een nationale manifestatie over de ruimtelijke toekomst van Nederland te organiseren, die een breder publiek helpt zich andere toekomsten voor te stellen. Hier is een succesvol precedent voor. De naoorlogse wederopbouw werd namelijk ondersteund door de E55-manifestatie, die in 1955 liefst drie miljoen bezoekers trok. Daar zagen burgers hoe Nederland uit de as van de oorlog herrees.

De uitdaging ligt in de bredere verbeelding van ontwerpers, kunstenaars, wetenschappers én gewone burgers. Want laten we niet vergeten: de techbro’s en autoritaire bestuurders vertellen ons met luide stemmen wat de toekomst gaat zijn. In één moeite doet bepleiten zij vaak de bevrijdende AI-revolutie en waarschuwen ze ons voor de bedreiging van migratie. Het is van het grootste maatschappelijk belang om hier nieuwe toekomstbeelden tegenover te zetten.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next