Home

Marijke Schermer gaat op onderzoek uit in het huis van een vreemde: ‘Misschien mag Olivier zichzelf eens in de watten leggen’

Schrijver Marijke Schermer krijgt de huissleutel en het vertrouwen van een onbekende. Op basis van wat ze ziet, vormt ze zich een beeld van de bewoner. Wie doemt er op uit de onbekende wereld die zij aantreft? Deze week: het huis van Olivier.

Naar Olivier kan ik op de fiets, hij woont een kwartiertje fietsen richting het westen in een typisch Amsterdams jarendertiggebouw in een straat genoemd naar een watergeus. Het is een stille groene straat, om de hoek zijn winkels en horeca. Achter het huisnummer een gedeeld trappenhuis, gelijkvloerse appartementen en bergingen op de bovenste verdieping. De buurvrouw van eenhoog weet dat ik kom, zij opent de centrale voordeur en wijst de weg. Op de derde verdieping moet ik zijn, de deur is niet op slot.

Aan de kleine vierkante hal drie deuren: de wc, een slaapkamer met inloopdouche aan de achterkant, een eet- en woonkamer met open keuken van voor- tot achterkant (ooit drie verschillende ruimtes denk ik, nu een ruime L met een trap naar de vierde verdieping waar Olivier van zijn berging een tweede slaapkamertje heeft gemaakt – op de vierde is ook een groot gezamenlijk dakterras). Een ondiep balkon over de hele breedte aan de achterkant, een erker aan de voorkant.

Duplotoren

Wat onmiddellijk opvalt in de woonkamer is de hoge duplotoren bij de bank en de stukken muur bedekt met polaroids. Olivier met vrienden, met vriendinnen, met één of een groepje, Olivier met een kind, Olivier met een oude moeder.

Een polaroid van zijn gezicht ligt als welkom op tafel met een briefje erbij, een sleutel voor als ik even erin en eruit wil, en zelfgebakken madeleines. Olivier, mooie kop, gulle lach, is een hartelijk iemand, denk ik, een vriend voor zijn vrienden, een zorgzaam iemand ook, dat zie je aan tal van dingen: de toon van het bericht aan mij bij die cakejes, de ruimte die zijn dochtertje Pippa heeft om in alle hoekjes aanwezig te zijn, de inhoud van de koelkast: verschillende groenten, (niet voorgesneden), er ligt deeg, een citroen waar de schil van afgeraspt is – voor die madeleines natuurlijk. Hij bakt en kookt.

Olivier, tweede helft 40, heeft een gescheiden vader en moeder, een broer en een zus. Die vader staat mooi in Droste-effect op een foto in het antieke klepbureautje terwijl hij aan hetzelfde bureau zit in een ander huis. Of is die man zijn opa? De rest van de meubels is modern, niet uitgesproken, geen design. Hij woont hier al een tijdje.

Waar zit hij graag?

Het huis is comfortabel, op sommige punten een tikkeltje kaal. Er is geen bedlampje en ook geen tafeltje of kastje naast het bed. Er zijn geen gordijnen in de slaapkamer. Op het balkon achter geen plant of stoel. Wat doet Olivier als hij hier is, waar zit hij graag? Voelt hij zich lekker hier? Of vooral als Pippa er is, als er iemand komt eten? Is hij iemand die meer thuis is bij anderen dan bij zichzelf?

Olivier studeerde civiele techniek in Delft, werkte in loondienst, had een eigen bedrijf, iets met duurzaamheid, stapte daar recent uit en hij zoekt nu naar iets nieuws, iets heel anders. Weer studeren, zijn creatieve kanten exploreren, een kinderboek schrijven misschien.

Een van de dingen die hij doet in het bedenken van hoe verder, en het beter leren kennen van zichzelf is een dagboek bijhouden. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is hij daar ongeveer twee jaar geleden mee begonnen en is hij toe aan zijn derde schrift. Hij is opmerkelijk trouw en vasthoudend, maakt zich er niet makkelijk vanaf, schrijft haast dagelijks enkele bladzijden, vertelt op die in een heerlijk leesbaar handschrift vol gepende morning pages zoals hij ze noemt, wat hij doet of wil doen, waarover hij nadenkt, waar hij ontevreden over is, waar hij dankbaar voor is.

Ik ben op mijn beurt dankbaar voor deze rijke bron, ik verlies me er behoorlijk in, de tijd tikt weg terwijl ik op zijn eenvoudige comfortabele donkergrijze bank ga zitten lezen. Wat opvalt, is de van de pagina’s stromende liefde voor Pippa die nu 3 is. Hij heeft haar gekregen met een vriendin, waarmee geen romantische verbintenis is of is geweest, ze voeden haar in co-ouderschap op.

Dat hebben ze serieus en intensief aangepakt met gesprekken met een derde (een coach of therapeut): algemeen periodiek onderhoud. Olivier geniet van alles van dit kind, zelfs van de veel te vroege ochtenden – aan de hand van de keren dat ik lees dat hij vindt dat hij vroeger naar bed moet, maak ik op dat Olivier geen ochtendmens is. Hij beschrijft de dingen die zijn kind zegt en doet, de dingen die ze samen ondernemen, schrijft de schattige zinnen op die het meisje zegt.

Trots en warmte

Olivier is gay. Hij is er lang trots op geweest dat mensen dat niet aan hem konden zien. Hij realiseert zich dit pas als hij dit eens de andere kant op ervaart: iemand ziet het meteen, benoemt het, ja, ook dat geeft trots, en warmte. Hij is gezien.

Hij heeft de veroordeling en stereotypering van homo’s door anderen geregistreerd en soms ook eigen gemaakt. Boeken als The Velvet Rage van Alan Downs en The Artist’s Way van Julia Cameron helpen hem om enerzijds te analyseren hoe dat tot blokkades kan leiden en anderzijds om beweging te creëren, waardoor er nieuwe dingen ontstaan en het creatieve vuur ontvlammen kan.

De app die snel en gemakkelijk toegang geeft tot seksueel contact is soms een stoorzender, het is gemakkelijk er te verdwalen. Waar hij de lat voor alle dingen in zijn leven hoog legt, legt hij hem daar ineens haast op de grond, laat zich verleiden door wie hem wil hebben, voelt zich daarna niet goed over zichzelf, gooit de app van zijn telefoon, focust op andere zaken, tot het weer lonkt. Hij geniet er ook van, het is niet altijd de lage lat, hij ontmoet er leuke mannen, maakt er ook mooie dingen mee.

Zijn dagboek is gelardeerd met de opdracht om te ‘gaan met die banaan’. Plannen afmaken, apps versturen, vroeger slapen, minder televisiekijken, meer lezen, meer sporten, minder twijfelen. Misschien zou een inzicht voor hem kunnen zijn dat twijfelen en treuzelen geen oponthoud zijn, maar een vorm van nadenken.

Kunstenaarschap

Omdat hij me heeft uitgenodigd te komen kijken, ga ik vanzelf met hem meedenken over welk pad hij zal inslaan. Ik denk dat de eenzaamheid en egomanie van het kunstenaarschap hem misschien weinig liggen, dat hij een teamspeler is, en gedijt waar zijn talenten kunnen woekeren en hij geen tijd vermorst met zoeken naar structuur. Sommige mensen floreren in creatieve zin in een gegeven vorm en minder op een lege bladzijde.

En misschien mag Olivier zichzelf eens in de watten leggen. Hij weet hoe het moet, want hij doet het voor anderen. Hij verdient het ook: hij leeft met aandacht, is omringd door vrienden, zoekt in gesprekken de diepte. Hij is een toegewijde vader voor zijn kind, en een gewetensvolle zoon en broer. Hij zoekt. Hij reflecteert. Dat siert hem.

Een avond in de kroeg met Olivier zou, denk ik, heel gezellig zijn.

Marijke Schermer liet haar roman In het oog achter. ‘En ik stuur hem het allermooiste filosofische, hilarische, alleen nog antiquarisch te krijgen jeugdboek op dat ik door mijn vriend en zijn kinderen leerde kennen en dat inmiddels ook voor mijn kinderen een lievelingsboek is: De 13 1/2 levens van Kap’tein Blauwbeer van Walter Moers – en omdat het nog een jaar of zeven duurt voordat het boek aan Pippa voor te lezen is, ook de tekstloze moderne klassieker: Waar is de taart van Thé Tjong-Khing.’

Reactie van Olivier: ‘Ontzettend leuk om het resultaat te lezen van de inkijkoperatie van Marijke. Met oog voor detail doet ze scherpe observaties die de waarheid dicht naderen. Ze heeft dat met respect en liefdevol gedaan en het is verwarmend om te lezen, waarbij het tegelijkertijd ook een heldere spiegel is die me wordt voorgehouden.’

De namen van Olivier en Pippa zijn gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de auteur. Enkele details zijn veranderd vanwege de herleidbaarheid ervan.

Meer magazine
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next