Met hulp van amateurvogelaars hebben Franse onderzoekers ontdekt dat alle liedjes van zangvogels zijn opgebouwd uit acht basispatronen. ‘Dit is zonder meer de meest uitgebreide studie over dit onderwerp ooit gedaan.’
De auteurs publiceerden hun bevindingen donderdag in vakblad Science. De basispatronen bestaan uit drie fluittonen, drie trillers, harmonische tonen (twee tonen tegelijk) en ‘chaotische noten’ (atonaal gekras). Hoe klinken die?
Zangvogels zijn de grootste groep vogels, goed voor 60 procent van alle vogelsoorten. Ze zingen om een partner te vinden of om hun territorium af te bakenen. Binnen de vogelkunde heerste lang de vraag of het gezang van zangvogels evolutionair bepaald is of dat het zich aanpast aan de omgeving.
Die vraag lijkt met deze studie te zijn beantwoord. Door de gebruikte patronen naast de leefgebieden van de vogels te leggen, kwamen de auteurs erachter dat vlakke fluittonen en langzame trillers populair zijn in tropische regenwouden. De reden: de dichte begroeiing zorgt ervoor dat geluid daar snel wordt gedempt. Simpele tonen komen tussen de bladeren verder, wat de kans groter maakt dat ze een andere vogel bereiken.
In gebieden met minder begroeiing, en dus minder demping, is er meer ruimte voor complexere patronen, zoals ultrasnelle triltonen en snel gemoduleerde fluittonen. ‘Een complexe toon laat zien: ik ben in goede conditie en dus een geschikte partner’, zegt Quentin Bacquelé, auteur van het artikel, aan de telefoon.
Voor het onderzoek maakte hij gebruik van het project Xeno-canto, een website waar amateurvogelaars hun opnames van vogelgeluiden kunnen uploaden. Vervolgens koppelen experts die opnames aan de juiste vogel. De methode leverde een dataset op van bijna 120 duizend fragmenten van ruim drieduizend vogelsoorten van over de hele wereld. ‘Vogels in de Amazone, in Congo en in Thailand gebruiken allemaal dezelfde soort vlakke fluittoon, omdat die over lange afstanden niet wordt afgezwakt. Dat is fantastisch’, zegt Bacquelé.
Met zijn team beoordeelde hij de opnamen op drie aspecten: tijd, frequentie en de relatie daartussen. Met zijn co-auteurs zette hij het resultaat in een 37-dimensionaal computermodel. ‘In dat model lagen de acht patronen in groepjes bij elkaar.’ Zangvogels hebben gemiddeld 4,6 van die patronen in hun repertoire. Sommige, zoals de tamme kanarie, wisselen om de aandacht te trekken verschillende tonen snel af.
Carel ten Cate, emeritus hoogleraar gedragsbiologie aan de Universiteit Leiden, vindt de resultaten indrukwekkend. ‘Door gebruik te maken van burgerwetenschap is dit zonder meer de meest uitgebreide studie over dit onderwerp ooit gedaan’, zegt Ten Cate, die begin jaren negentig voor het onderzoeken van vogelzang nog zelf met een bandrecorder de natuur in moest.
Hij heeft nog wel een kleine kanttekening bij het onderzoek: ‘Terwijl vrijwel alle Noord-Amerikaanse en Europese zangvogels in het onderzoek betrokken konden worden, geldt dat maar voor ongeveer de helft van de soorten in Afrika, Zuid- en Oost-Azië. Dat kan qua populariteit van de patronen tot een scheef beeld leiden.’
Maar Ten Cate is positief over de onderzoeksmogelijkheden die deze nieuwe ontdekking biedt. ‘Nu wil ik weten: zien vogels die patronen ook zelf als acht verschillende groepen?’
Source: Volkskrant