Kunstfestival Het West-Vlaamse Kunstenfestival Watou wil laten zien wat mensen met elkaar delen, maar vindt geen eenvoudige antwoorden. Op zijn beste momenten ontstaat er een bijzondere wisselwerking tussen kunst, bewoners en bezoekers. Op zijn zwakste momenten blijft het bij een goed idee.
‘Motus Mori’, bewegingen van mensen worden vastgelegd en bewaard.
Watou, een klein grensdorp tussen België en Frankrijk, telt weinig meer dan een kerk, een plein en een kerkhof met graven van gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog. De grensweg die dwars door het dorp loopt, wordt de gemene weg genoemd. De straat vormde het startpunt voor de huidige editie van het jaarlijkse kunstenfestival. Na een gedwongen pauze in 2025 door een tekort aan financiële middelen keert het festival deze zomer terug. Ruim zestig kunstenaars – hier veelal in collectieven opererend – gaan met 27 kunstwerken, verspreid over het dorp en het nabijgelegen kasteel, op zoek naar wat we gemeen hebben. Beeldende kunst en poëzie lopen daarbij voortdurend in elkaar over.
Jaarlijks trekt het festival zo’n 20.000 bezoekers. „We zijn er deze vakantie speciaal voor omgereden. We komen hier al zeven jaar”, aldus een Vlaams echtpaar op een van de schaarse terrasjes.
Kunstenfestival Watou voelt als de koelkastdeur van een creatief gezin. Tussen de geslaagde werken hangen ook minder overtuigende pogingen. Juist die afwisseling geeft het festival een verfrissende charme, maar doet tegelijkertijd af aan de professionaliteit. Zo probeert Het Geluid van de Stilte, een installatie van reusachtige stokken omwikkeld met stof, stilte tastbaar te maken. Een intrigerende aanblik, ware het niet dat de met ducttape vastgezette beamer onafgebroken klinkt alsof hij ieder moment kan opstijgen. Dat doet de gevangen stilte geen goed.
‘Het geluid van de stilte’, video-installatie van Griet Dobbels, Lotte Dodion en Cesar Janssens, KVS Brussel
Het festival biedt geen eenduidig antwoord op de vraag wat we gemeen hebben. „Neem die vraag vooral mee naar huis”, zegt coördinator Annemie Morisse. Toch slaagt het festival er geregeld in menselijke verhoudingen – frictie, samenwerking, zorg en verbondenheid – invoelbaar te maken.
In het festivalhuis op het Watouplein maken de gedichten van de onlangs overleden Leonard Nolens en de tekeningen van Johan Grimonprez de eenzame dood tot een gedeelde ervaring. „Wanneer ik doodga hef ik nog even mijn armen. Dat doen alle stervers, dat doet ieder kind. Op die eerste, prachtige dag dat het leert lopen”, dicht Nolens. In de zaal ernaast toont Grimonprez een zwerm vuurvliegjes die synchroon oplicht en weer uitdooft. Daaronder staat het handgeschreven verhaal van een koppel wier harten op hetzelfde moment stoppen met kloppen. Watou creëert hier een succesvolle dialoog tussen poëzie en beeldende kunst.
Niet alles overtuigt. Op diezelfde locatie staat een rommelige maquette die er niet in slaagt de bezoeker aan het denken te zetten over woonruimte. Ook Suzanne Treisters tarotkaarten, die ze inzet als ordeningssysteem voor de samenleving, blijven te hermetisch om als voedingsbodem voor discussie te fungeren.
Het absolute hoogtepunt van het festival ligt op kasteel De Lovie, een woon- en zorgcentrum voor mensen met een beperking. Bij aankomst skelteren vrolijke bewoners je tegemoet; binnen hangt hun werk ongeforceerd naast dat van professionele kunstenaars. Bijvoorbeeld dat van Hendrik, een bewoner van weinig woorden. Op ingetogen wijze maakt hij ritmische lijnen op papier. Even verderop liggen de knuffels van mevrouw S. Ze had altijd een pluchen hond op schoot. „Wanneer je haar vroeg hoe het met haar hond Bibi ging, vertelde ze dat hij ‘hoofdpijn’ en vele andere kwaaltjes had, die eigenlijk haar kwaaltjes waren”, leest het begeleidende bordje. De kunstenaars, nog meer dan de kunst, blijven hangen.
Ook Katja Heitmann presenteert met Motus Mori een geslaagd werk. In drie ruimtes verzamelt en bewaart ze de menselijke beweging. In de eerste ruimte krijg je via een koptelefoon instructies in hoe te bewegen; van een karakteristiek loopje tot hoe je het meest wegvalt in de menigte. In de tweede ruimte positioneert Heitmann in een sober kostuum bezoekers naar andermans houdingen. Bijvoorbeeld het hoofd scheef op de handpalm, een beweging van de op 32-jarige leeftijd overleden Annelies. „Zo hoefde ze haar eigen hoofd even niet te dragen.” De laatste ruimte toont de schaduwen van alle mensen die hun bewegingen doneerden. Het is lastig ongeroerd uit dit choreografische geheel te stappen.
Watou is geen festival waar bezoekers uitsluitend kunst komen kijken. Er ontstaat een voortdurende wisselwerking tussen kunstenaars, bewoners en publiek. De inwoners van het dorp spelen dit jaar nadrukkelijker dan voorheen een rol in de tentoongestelde installaties.
Zo bouwt ANT Collective, verspreid over verschillende locaties, aan een fictieve beschaving. Alledaagse, gedoneerde objecten van de bewoners van Watou worden gecombineerd met buitenaardse werken tot een grensvervagende omgeving. De kamers voelen vreemd en vertrouwd tegelijkertijd. Het werk nodigt uit om na te denken over het ‘normaal’.
ANT Collective; een bad vol alledaagse en buitenaardse spullen
Bewoners leverden ook geborduurde herinneringen aan. Een rommelige rode fiets op een crèmekleurige lap stof linkt naar de graven rondom Watou’s kerk. „Met mijn fiets kan ik vluchten, zoals mijn grootvader deed in 1914. Hij kwam thuis in 1919, maar zonder fiets.” Met de borduursels worden herinneringen even gemeenschappelijk goed.
Het festival heeft een experimentele natuur. Dat strijkt soms tegen de haren in, aldus coördinator Morisse. „Mensen komen toch vaak om kunst te kijken, terwijl hier juist de interactie de kunst maakt”. Zo helpt het publiek Woutje te trainen, een AI-dichter die zich aan het einde van het festival moet kunnen meten aan de menselijke schrijfhand.
Het festival neemt bovendien risico met dit soort experimenten, aldus Morrise. „We geven de kans aan allerlei kunstenaars, ook beginnende. Het risico dat het slecht zal zijn, laten we toe.” Juist die bereidheid om te mislukken maakt Watou eigenzinnig.
‘Gemeen’ betekent zowel gemeenschappelijk als vijandig. Die dubbelzinnigheid loopt als een rode draad door het festival. Niet ieder werk weet die gelaagdheid te vangen, maar toch barst het grensdorpje van de charme. En dat maakt de omweg naar deze Vlaamse gemene weg toch de moeite waard.
Watou Kunstenfestival, t/m 30 augustus. Open woe-zo, 10.00-18.00 uur. Info: kunstenfestivalwatou.be