Zolang alle auto’s touchscreens krijgen en waanzinnig veel vermogen onder de motorkap, zoals de elektrische modellen van nu, blijft halvering van het aantal verkeersdoden een illusie.
Ergens in 1963 werd ik als 16-jarige op mijn derdehands Puchje, waar van alles aan versleuteld was, door twee motoragenten aangehouden. Maanden later kreeg ik mijn brommer terug als pakketje en moest ik bij de kinderrechter voorkomen voor overtreding van de Wegenverkeerswet.
Kom daar nu eens om, met al die opgevoerde fatbikes met gashendel, waardoor 12-jarigen de facto onverzekerd brommer kunnen rijden en spoedeisendehulpposten volstromen. Kamerleden en gemeenten bedenken strengere regels, terwijl goedkope import uit China en toegeeflijke ouders het probleem in stand houden.
Waar de politiek Kamerbreed over zwijgt, is de massale overschrijding van álle snelheidslimieten, en de groeiende verkeersdynamiek, samen doodsoorzaak nummer één in het verkeer. Ziedaar drie voorbeelden van een (on)machtige overheidsrespons op verkeersonveilig gedrag. Alleen beheerst defensief rijgedrag is veilig rijgedrag, dat heet sinds de gelijknamige campagne ‘Het Nieuwe Rijden’.
Over de auteur
Martin Kroon is oud-beleidsmedewerker van het ministerie van Vrom en oud-projectleider van Het Nieuwe Rijden.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De analyse van verkeerswetenschapper Marjan Hagenzieker in de Volkskrant stemt weinig hoopvol, temeer daar ook zij vertrouwt op de zogenaamd ‘zelfrijdende’ auto als deus ex machina. De honderd miljard euro die de auto-industrie al in deze technologie gestopt heeft, heeft nog geen mensenlevens gered, maar componenten ervan kunnen als ‘advanced driver assistance systems’ zelfrijdende mensen wél helpen veilig thuis te komen.
Tegelijk wringt daar de schoen, want moderne auto’s worden weliswaar technisch slimmer en veiliger, maar ook steeds gevaarlijker. Dat heeft alles met gedrag te maken.
Al in 1989 bleek uit Amerikaanse ongevalstatistieken dat in de Saab 900 turbo driemaal zoveel doden vielen als in hetzelfde type auto zonder turbo. Wereldwijd bestaat er een vaste correlatie tussen vermogens en prestaties aan de ene kant, en het ongevals- en overlijdensrisico per autotype aan de andere kant. ‘Veilige auto’s’ bestaan dus niet, veilige chauffeurs wel.
Supersportwagens als Lamborghini, Porsche en Ferrari zijn het gevaarlijkst, niet alleen met jeugdige voetbalmiljonairs achter het stuur. Feit is dat de auto-industrie, sinds turbo’s en elektronische brandstofinspuiting normaal geworden zijn, alle auto’s in potentiële raceauto’s veranderd heeft. Mijn passief-onveilige Citroën 2CV (slechts 29 pk!) was indertijd actief-veilig door motorisch onvermogen: zelfbeheersing dankzij voertuigzelfbeheersing.
Moderne ‘boodschappenautootjes’ hebben al evenveel power als genoemde Saab 900 turbo. Elektrische auto’s – met vooral in de grotere modellen al gauw 200 tot 500 pk onder de rechtervoet – verergeren deze trend, terwijl ze bij botsingen al snel zo’n 400 kilo extra aan gewicht met zich meebrengen. Verkeersveiligheidsexperts kijken zelden onder de motorkap, en rijden blijkbaar nooit mee met de brokkenmakers die de dagelijkse fileberichten veroorzaken.
Miljarden euro’s worden geïnvesteerd in veiliger wegen en ‘smart’ verkeerssystemen, terwijl de bron van vermijdbare botsingen – motorvermogens en prestaties van de auto – niet aangepakt wordt. Zogenaamd ‘veilige wegen’ blijven onveilig door de factor snelheid en de factor rijgedrag.
Nooit eerder waren paardenkrachten zo betaalbaar als nu. De geniaal-gekke Elon Musk verkoopt Tesla’s met 1.000 pk. Die kunnen binnen drie seconden naar 100 accelereren – in handen van jeugdige rijbewijsbezitters gevaarlijker dan een kalasjnikov. Kia’s EV6 GT en Chinese elektrische SUV’s van 2.500 kilo zwaar bieden vanaf 65 duizend euro dezelfde prestaties als een Porsche 911 van drie ton.
Die Tesla’s en SUV’s hebben grote multimediasystemen, waar bijna alle functies mee bediend moeten worden. Dat is nu de grootste, door de autofabrikanten gepushte oorzaak van onvermijdbare afleiding, zeker als daarop tijdens het rijden films getoond worden.
En ook met minder pk’s gaat het trouwens mis. Meerdere jeugdige autododen vielen onlangs in gewone auto’s die op hoge snelheid van de weg raakten. Hele gezinnen zijn doodgereden door snelheidsmaniakken in opgevoerde auto’s. Maar racen kan in elke standaard-Golf, want die hebben nu driemaal zo veel vermogen als de eerste versies.
De massale snelheidsovertredingen en de verheerlijking van snelheidsgenot door tv-programma’s als Top Gear en het auto-industriële complex maken handhaven bijna onbegonnen werk, zoals oud-politieman Frans Copini terecht aanvoert op deze site. Maar beide experts verzwijgen dat de onverwachte trendbreuk van 570 doden in 2014 naar 627 in 2015 samenviel met verhoging van de maximumsnelheid naar 130 kilometer per uur; een legitimatie voor hardrijden en verdere dynamisering van het verkeer.
Handhaving van snelheidslimieten kan wel véél effectiever, zonder extra politie-inzet, door grootschalige toepassing van trajectcontroles op álle autowegen. Maar de conclusie moet luiden dat autorijden de moeilijkste combinatie is van zelfbeheersing en multitasken. Zolang alle auto’s multimediasystemen krijgen en waanzinnig veel vermogen, blijft halvering van het aantal verkeersdoden een illusie.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant