Home

Zij wil op avontuur zonder navigatie, hij wil langs alle pins op zijn must-see-lijst. Ze proberen het allebei

(On)gepland op reis Wie gaat er nog op de bonnefooi op vakantie? Melle Meijer in ieder geval niet, want hoe moet hij dan de beste koffietent vinden? Yaël Vinckx zweert juist bij zwerven. Wat kunnen ze van elkaar leren? Ze zoeken het uit op een kibbeltrip naar Lille.

Een man en een vrouw staan op een dijk in het Zuid-Hollandse dorp Piershil. Naast hen een Fiat Panda met open deuren en ronkende motor. Geconcentreerd kijken ze naar een kaart op een bord langs de weg. Twee uur geleden zijn ze uit Rotterdam vertrokken – nu blijken ze hemelsbreed 23 kilometer te hebben afgelegd.

„We zijn verdwaald”, zegt hij.

„Welnee”, zegt zij. „We hebben gewoon iets te lang gedwaald.”

Het plan was, zoals ieder goed idee, ontstaan in de nabijheid van een koffiezetapparaat. „Mijn vader reed eens naar Madrid… zonder kaart!”, had hij gezegd, de ogen vol ongeloof.

Zij had hem vierkant uitgelachen. „Dat is toch niet zo moeilijk?”

Daarna had de vraag zich als vanzelf opgedrongen: kan een mens nog verdwalen? En wie gaat er eigenlijk nog op de bonnefooi op vakantie?

Hij in ieder geval niet, want hoe moet hij dan de beste koffietent vinden? Zij zweert er juist bij. Als ze nu eens samen op reis gingen, wat zouden ze van elkaar kunnen leren?

De bestemming, Lille, was lukraak gekozen en zij zou rijden, zonder Google Maps of ook maar zoiets als een landkaart op zak. Zo had zijn vader het tenslotte ook gedaan, naar Madrid.

Om ervoor te zorgen dat ze niet in één streep via Antwerpen en Gent naar Lille reden, en om het ‘dwaalgehalte’ te verhogen, hadden ze er nog een hindernis bij bedacht: zonder snelweg.

Dat zou dag één zijn. Op dag twee zou hij haar laten zien wat ze allemaal mist omdat ze alles aan het toeval overlaat. Aan zijn voorbereiding zou het niet liggen; een online deep dive had 49 potentiële culturele en culinaire hoogtepunten in Lille opgeleverd, van gebakjes ‘to die for’ tot ‘must visit’ restaurants met ‘immaculate vibes’ – als hij de jonge vrouwen op TikTok mocht geloven, werd het een dag om nooit te vergeten.    

Ze spreken af bij een landmark: donderdagochtend 10.00 uur aan de achterkant van station Rotterdam Centraal.

Donderdag 2-7-2026, Yael en Melle vertrekken vanuit Rotterdam zonder Google maps en kaart naar Lille, Frankrijk. Onderweg stoppen om kaarten te bekijken en eten te halen. Voordat ze het verblijf hebben gevonden stoppen de in Knokke voor een drankje.

Dag 1

Rotterdam Centraal, 10.27 uur

Waar blijft ze? Tien uur was de afspraak toch? In wat voor auto rijdt ze eigenlijk? Hoe deden ze dit vroeger? Bellen heeft geen zin. Geen telefoon is de afspraak.

Daar komt ze eindelijk de hoek om, drie kwartier te laat, in een Fiat Panda. Ze was met opzet later vertrokken om te kijken of hij zou bellen. Bovendien bleek het rijden zonder (online) kaart lastiger dan gedacht: een verkeerde afslag, een wegafsluiting en hoe kwam ze nu áchter het station?

Hoe rijdt een mens zonder kaart en zonder snelweg naar het zuiden? „Eenvoudig. We volgen de borden en navigeren op de zon”, had zij gezegd. Maar het miezert en de zon schuilt achter een dik, grijs wolkendek. Naar de Erasmusbrug dan maar, die leidt over de Maas naar het zuiden. Daarna gaat de reis naar Zeeland, zegt ze, daar wacht het avontuur.

De Erasmusbrug blijkt dicht. Is dit een voorbode van het feit dat ze Lille vanavond niet zullen halen?

Thelma en Louise

Hij is geboren in 1994, zij in 1968. Haar idee van vakantie is reizen. „De reis is belangrijker dan de bestemming”, zegt ze. Die reis leidt langs verlaten tankstations en koffiehuizen, met een eenzame vrouw aan de bar, twee vrouwen in een cabrio, een radio waarop een man zingt dat-ie een ritje ging maken, om nooit meer terug te komen.   

Haar idee van reizen stamt uit de jaren tachtig, is gebaseerd op de Amerikaanse cultuur uit die tijd. Reizen was vertrekken, leerde ze van Edward Hopper, Thelma en Louise, Bruce Springsteen. Reizen was niet: aankomen – dat kwam later wel. Of misschien wel nooit.

Zijn idee van reizen – wat hij sowieso een dikdoenerig woord vindt, „reizen doe ik iedere ochtend in de intercity direct” – is vakantie. Het werd gevormd in de jaren nul, tijdens kampeertrips met zijn ouders. Na een lange reis wachtte een vol programma, waarin ieder stadje bezocht moest worden, ieder kasteeltje bezichtigd. Misschien, zegt hij, is-ie wel erfelijk belast.

Dat haar idee gebaseerd is op andermans verbeelding, weerhield haar er niet van het na te jagen. Met een rugzak door Marokko en Latijns-Amerika, in de hand een Lonely Planet met daarin bussen die nooit op de aangegeven tijd vertrokken, in een oude 4WD door een verwoest Joegoslavië.  

Zijn idee liet weinig aan het toeval over. Op een recente vakantie naar China kocht hij voor 15 euro een gids van een influencer; de beste koffie van Xi’an, de lekkerste dumplings in Shanghai, ze stonden allemaal netjes met een pinnetje aangeduid op zijn Google Maps.

Ridderkerk, 12.30 uur

Niet over snelwegen rijden heeft een keerzijde: het is veel minder snel. Zonder kaart reizen heeft ook een keerzijde: ze zijn binnen de kortste keren de weg kwijt. Anderhalf uur na vertrek parkeren ze bij een benzinepomp in Ridderkerk om te vragen hoe ze het best naar Zeeland kunnen. De medewerkster kijkt vreemd op. Vroeger informeerde een klant nog wel eens naar de weg, zegt ze. Omdat de pompbediende zelf ook altijd op de navigatie-app rijdt weet ze de weg naar Zeeland maar half: „Hier naar links, de weg uitrijden en dan kom je vanzelf bij de Kuip en daar zie je borden.”

Nu is het zijn beurt om in lachen uit te barsten: „De Kuip, daar waren we een half uur geleden ook!”

Ze besluiten toch een stukje snelweg te pakken. Het voelt als falen.

Schouwen-Duiveland, 13.42 uur

Haringvliet, Schouwen-Duiveland, Zeelandbrug. De avond tevoren had ze de kaart van Zeeland in haar hoofd geprent. Maar nu ze tussen de aardappelvelden rijdt blijkt haar geheugen waardeloos. Zeeland is een soort ‘Hotel California’: you can check out any time you like, but you can never leave.

„Ik heb echt geen idee meer waar we zijn”, zegt ze.

Hij draait met zijn ogen: dat was toch het doel?

„Wie nooit verdwaalt, leeft niet”, schrijft essayiste Rebecca Solnit in A Field Guide to Getting Lost (2005). „Laat de deur naar het onbekende openstaan. De deur naar het donker. Dat is waar de belangrijkste dingen vandaan komen, waar jij vandaan komt en waar je naar toe zult gaan.”

Wie doet dat nog? De hedendaagse reiziger vertrekt nog maar zelden zonder te weten waar en wanneer hij aankomt. Zijn weg is volledig in kaart gebracht – hooguit vergeet hij een locatie op te slaan.

„Ik ben nooit verdwaald”, pochte de Amerikaanse pionier Daniel Boone lang geleden. „Ik ben alleen een keer drie dagen in de war geweest.” Maar in deze tijd is verdwalen bijna onmogelijk. Dwalen ook. Er bestaat wel degelijk een onderscheid tussen die twee. Bij dwalen staat de bestemming niet vast – daar is iedere aankomst de juiste. Bij verdwalen staat het einde van de reis vast, er is een hotel gereserveerd, er wacht iemand, alleen staat de weg naar dat einde toe niet vast, met stress tot gevolg.

In de Fiat Panda is het dwalen inmiddels omgeslagen in verdwalen. De stress loopt op. „Komen we nog in de buurt van Lille”, informeert hij zachtjes. Morgen is het immers zíjn dag, hij heeft een hele must-see-lijst om af te werken. Maar dan, na een kleine file („Google Maps had ons hier zeker omheen gestuurd”) beginnen ze eindelijk kilometers te maken. De Belgische grens komt in zicht.

Een bordje ‘Noordzeekust’ gooit roet in het eten. „Zullen we nog even met de voeten in het zand?”, vraagt zij. Voordat hij kan antwoorden rijden ze op de uitvoegstrook. Wat niet op het bordje stond was de afstand tot de kust. 44 kilometer.

Knokke, 17.26 uur 

Zeeuws-Vlaanderen blijkt een aaneenschakeling van N-wegen en rotondes. Maar nu zitten ze hier dan toch, voeten in het zand, vaasje Stella Artois op tafel, tussen Nederlanders die hier in één ruk naar toe zijn gereden. Zou Rebecca Solnit trots op hen zijn dat ze hier zonder kaart zijn gekomen?

Kortrijk, 19.51 uur

Nog altijd zonder slaapplek en met een lege maag rijden ze Kortrijk binnen. Het centrum ziet er niet meteen erg bruisend uit, maar ze moeten érgens slapen. Bovendien begint zij na acht uur achter het stuur fata morgana’s te zien. „Misschien iets voor vanavond”, zegt ze en wijst naar een terras, naar een bord met de tekst ‘The Hot Bowls’. „Da’s vast een leuk bandje.”

„Dat is de menukaart”, zegt hij.

Op het centrale plein zit een hotel, mét plek. Buiten klinkt muziek. Kom mee, zegt ze, en trekt aan zijn arm. Even later staan ze op een plein, waar ze, samen met de Kortrijkers, kroketten eten en naar een coverband luisteren. Niet veel later staat jong en oud te dansen.

„Hier was jij nooit op gestuit als je in een rechte lijn naar Lille was gereden”, zegt ze triomfantelijk.

Hij knikt: „Dit voelt als vakantie.”

Feest in Kortrijk, België.

Buitenwijk van Lille, 11.00 uur

Villa Cavrois is de droom van iedere Instagrammer. Met haar prachtige geometrische lijnen, hoge ramen, perfect kleurenpalet en design meubilair is de villa, gebouwd tussen 1929 en 1932, een totaalkunstwerk. Zij slaat bij iedere kamer verrukt haar hand voor de mond, hij straalt van oor tot oor. En zij moet al vroeg op de dag erkennen: op eigen kracht had ze deze ‘hidden gem’ niet gevonden.

Lille, 12.30 uur

Terwijl hij wanhopig met hulp van zijn mobiele telefoon naar die ene parkeergarage zoekt, („Hier! Oh nee, toch niet”) ziet zij vanuit haar ooghoek drie andere garages met vrije plaatsen.

De eerste pin op zijn online must-see-lijst is de Beurs, ze lopen er rechtstreeks heen, samen met honderden andere toeristen. De koffiebar ernaast heet, godbetert, Notting Hill. Op naar de lunch, zij ziet een paar mooie laarzen in de solden, maar nee, geen tijd, ze moeten door. „Kijk”, wijst hij, „dat ziet eruit als een goede koffietent”. En na een blik op zijn telefoon: „Verrek, die heb ik gepind voor later, dus daar gaan we straks pas heen.”

Ze lopen langs zomaar een Franse bistro, zij kijkt op de borden van de gasten en zegt: „dat ziet er toch lekker uit”, maar hij is onverbiddelijk; Brasserie Campion is de volgende pin op zijn kaart. Echt een top tier recommendation, jubelen de influencers over het etablissement waar de eigenaar zich heeft aangepast aan de smaak van Instagram: plastic planten en rieten Ibiza-manden.

Hij bestelt een ‘authentieke Franse worst’.

De eerste toerist was waarschijnlijk Herodotus. In de vijfde eeuw voor Christus reisde hij uit nieuwsgierigheid langs de randen van zijn wereld. Hij ging op pad omdat hij vermoedde dat er iets te zien was – hij wist alleen niet wat. Dat niet-weten was geen gebrek, maar zijn drijfveer.

Kan een toerist nog reizen zonder te weten wat er te zien is? Is niet alles al ontdekt, beschreven, gefotografeerd, gevangen in ‘posts’ op Instagram? „De sociale media, waarop we elke dag verplicht ons geweldige leven vormgeven en uitventen”, schrijft Ilja Leonard Pfeijffer in zijn roman Grand Hotel Europa (2018), „hebben de druk om te presteren met je vakantie alleen maar vergroot”. Op zoek naar een unieke, authentieke ervaring zijn we in „een wedloop om steeds exotischer decors voor onze selfies beland”.

Alle toeristen zijn op zoek naar een eigen, unieke ervaring. Maar hoe vind je die? Laat je het afhangen van wat je tegenkomt? En als dat niet gebeurt in de beperkte tijd die je hebt? Kun je dan beter van tevoren kiezen voor een to do-lijst, met de belofte van een ‘gegarandeerd’ hoogtepunt?

Lille, 14.30 uur

De kathedraal van Lille is het volgende vinkje op de lijst, ook al brengen ze er nog geen tien minuten door. Door naar het geboortehuis van de Franse oud-president Charles de Gaulle. Hij loopt voorop, telefoon voor het gezicht, online kaart aan.

„Heb je zo-even die vrouw gezien”, vraagt zij als ze de hoek zijn omgeslagen. „Ze lag half op de stoep, bevangen door de hitte. Gelukkig stonden er al twee mensen bij en kwam de ambulance eraan.”

Hij kijkt op van zijn telefoon. „Welke vrouw?”

Het geboortehuis van Charles de Gaulle blijkt een wit gepleisterd herenhuis, met een grijze poort en een zwart plakkaat op de muur. Onder die poort staat een vrouw in uniform, haar plakkerige haren pieken onder haar pet vandaan. „Acht euro per persoon”, zegt de vrouw vermoeid.

„Kom”, zegt hij, „we lopen verder”.

Flaneren is een van zijn favoriete tijdverdrijven tijdens vakantie. Dan loopt hij door de stad, op loafers en in linnen broek, om te eindigen met een glas wijn op een terras. „Eigenlijk wat we nu doen.”

„Flaneren?’, mompelt zij, en kijkt naar de andere toeristen die ook langs lokale bieren en kazen, ansichtkaarten en sleutelhangers sjokken.

Place du Théâtre. Lille, Frankrijk.

De filosoof Walter Benjamin, die in de jaren dertig van de vorige eeuw in zijn onvoltooide ‘Passagen-werk’ over de flaneur schreef, had zich waarschijnlijk achter de oren gekrabd bij het zien van de flaneurs van de eenentwintigste eeuw. In zijn optiek wil de flanerende mens de stad ondergaan, voelen, lezen. Daarom heeft hij geen doel, geen route, geen klok. De flaneur – rechte schouders, linnen pak, espresso op tafel – is veranderd in een slenteraar, gekleed in hemd en korte broek, flesje water in de hand.

Lille, 16.45 uur

De teller staat op 17.000 stappen. „Kom”, zegt hij, „we hebben nog een pin te gaan. Een van de leukste wijnbars in Lille.”

Zij houdt niet eens van wijn.

Ze passeren wel acht barretjes, zij telt ze allemaal, waar Fransen gemoedelijk achter een koude bière de presson of een beduimeld glas rode wijn zitten, maar hij is opnieuw onverbiddelijk. Dan, om de hoek, de wijnbar. Het terras is leeg, op een groepje twintigers na. Ze zijgen neer. Hij neemt een witte wijn uit de Loire, zij zegt: „Doe maar een rosé.”

Dan laat het groepje van zich horen. „Soms wil je de liefde bedrijven, soms wil je neuken”, lalt de een. „Met Rowan is het neuken!”, schreeuwt de ander.

Zij schaterlacht: „Ben ik helemaal hier naar toe gekomen om naast een stel Nederlandse corpsballen te zitten?!” Hij zit beteuterd achter zijn chenin blanc.

Een groots avontuur laat zich lastig afdwingen. Een unforgettable experience net zo min.

Reizen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next