Home

Chaos, bier en fanatieke Nederlandse fans: Alpe d’Huez is het hoogtepunt van de ‘sportverdwazing’

Alpe d’Huez is de ‘Nederlandse berg’ in de Tour: coureurs uit het vlakke land boekten er veel zeges. Maar de beroemde klim is meer dan dat – het is een bochtenbacchanaal vol bier en brullende toeschouwers, waarvoor wel een prijs wordt betaald.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Na een lange dag, met de finish op Alpe d’Huez, lag Panasonic-ploegleider Peter Post tijdens de Tour van 1984 in bad toen de deur van zijn hotelkamer openging. ‘Een groep van wel vijf man liep door tot de badkamer en vroeg aan mij, terwijl ik in bad lag: ‘Heeft u een petje en een shirtje voor ons?’’

‘Sportverdwazing’, dat was de toen al oubollige term die De Telegraaf gebruikte om de scène in Posts hotelbadkamer te duiden. De krant gebruikte hetzelfde woord voor de kermis op de flanken van de berg. ‘Op de Alpen staan meer Nederlanders dan Fransen de renners aan te moedigen. Vaste pleisterplaats van de fanatiekste wielerfans uit Nederland is I’Alpe-d’Huez.’

In de badkamers van de ploegleiders zullen wielerfans dit jaar niet doordringen als de coureurs dit jaar twee dagen op rij finishen op Alpe d’Huez. De beveiliging van de ploeghotels is inmiddels te strikt. De enigen die een vrijgeleide hebben om elk moment van de dag de kamers van de renners binnen te vallen, zijn de dopingcontroleurs. Maar Alpe d’Huez is nog net als toen een hoogtepunt van sportverdwazing.

‘Onze berg’

De berg werd in 1952 voor het eerst in het Tour-parcours opgenomen. Dat was sowieso de eerste keer dat een etappe bergop finishte. De toon werd gezet voor de mythe die rond Alpe d’Huez zou ontstaan: Fausto Coppi won, pakte de gele trui en zou die tot aan Parijs dragen.

Grote renners wonnen er, maar vaderlandse nostalgici beginnen pas echt te glimmen bij de Oranje-statistieken die aan de Alpe kleven. Het is de ‘Nederlandse berg’. De meeste Touretappezeges werden geboekt door coureurs uit ons vlakke land. Acht in totaal, met Joop Zoetemelk in 1976 als eerste en Gert-Jan Theunisse in 1989 als laatste.

Een kniesoor die erop let dat er de afgelopen 36 jaar zeventien renners uit een ander land wonnen. Het blijft ‘onze berg’, net zoals het voetbalsucces van 1988 nog altijd de Nederlandse voetbalhoogmoed voedt. En won Demi Vollering er niet in de Tour de France Femmes van 2024? Op de Nederlandse Wikipediapagina staat zij, in tegenstelling tot op de pagina’s in andere talen, in het rijtje vermeld als meest recente winnaar op Alpe d’Huez. Oranje boven.

‘Zoektocht naar grenzen’

Dat de Tour naar Alpe d’Huez kwam, was een commercieel een-tweetje met een zakenconsortium dat belangen had in wat toen nog een vrij beperkt skidorp was. De Tour zou nog vaak terugkeren en het dorp groeide.

De innige omhelzing van wielerkoers en lokale toerisme-industrie is begrijpelijk. Het geld vloeide en de kijkers kwamen. ‘Met haar 21 bochten, stijgingspercentage en aantallen toeschouwers is het een beklimming in Hollywoodstijl’, schreef de Franse wielerjournalist Jacques Augendre in 2004 in sportblad L’Équipe.

Het is ook de klim die de kern van de Ronde van Frankrijk het best belichaamt. Na de editie van 1991, toen Gianni Bugno er voor het tweede jaar op rij won, schreef toenmalig wielerverslaggever Bert Wagendorp in de Volkskrant: ‘De Tour de France is een zoektocht naar grenzen. Naar de grens van eigen fysieke vermogens en die van anderen. Naar de scheidslijn tussen sport en commercie. Naar het punt waar waarheid verandert in leugen. De Tour de France is soms een zoektocht naar de grens waar vermaak verwordt tot waanzin.’

Net als in Hollywood wordt steeds gekeken hoe er uit dit succesnummer nog meer geld en aandacht kan worden geperst. Met sequels, prequels en spin-offs. In het geval van Alpe d’Huez: een nieuwe asfaltweg. Het ‘probleem’ van de beklimming was dat het geen col is, geen bergpas. Wie naar boven fietste, eindigde in het skioord en kon daar niet verder.

Maar in 2013 werd de landbouwweg over de Col de Sarenne geasfalteerd en kreeg de klim naar Alpe d’Huez, net onder het skioord, een afslag. Dat jaar werd de beklimming tweemaal in het parcours van de 18de etappe opgenomen. En dit jaar is de Col de Sarenne weer de achteringang voor een dubbel bezoek.

Met vuur spelen

De aantrekkingskracht reikt verder dan toeschouwers tijdens de Tour. Dagelijks pedaleren honderden fietsliefhebbers naar boven. Alpe d’Huez is iets voor op de bucketlist, een Instapost, een TikTokfilmpje. De 21 bochten liggen er bijkans uitgelubberd bij.

Nog drukker is het tijdens La Marmotte, een jaarlijkse toertocht die eindigt op Alpe d’Huez en duizenden deelnemers trekt. Of tijdens Alpe d’Huzes, als wielrenners en hardlopers als moderne martelaars geld ophalen voor kankeronderzoek. Barmhartigheid werkt tenslotte het best als ervoor geleden wordt. Maar de Alpe-kolder zal de komende twee dagen in de Tour zijn toppunt bereiken.

De Tourorganisatie speelt graag met vuur, met de veiligheid van renners. Op sociale media worden enthousiast beelden gedeeld van beklimmingen waar de coureurs zich soms door akelig smalle gangetjes tussen toeschouwers wringen.

Waar fans in de meest uitzinnige kostuums meerennen met de coureurs, slalommend tussen meer rechtlijnige fans en politieagenten die ze proberen tegen te houden. Slechts af en toe lijkt een renner dat te waarderen, zoals in deze Tour nog de Amerikaan Quinn Simmons, die zich tijdens de 15de rit lachend liet vergezellen door een fan.

Opzwepend gebrul

Veel renners vrezen de meelopers, die de aanraakbaarheid van de wielrenners te letterlijk nemen. De kloof die de cameramotor door de massa slaat, is op elke berg gevaarlijk, maar zeker op Alpe d’Huez. In 1999 ging het mis bij Giuseppe Guerini.

Op een plek zonder dranghekken bleef een jongeman midden op de weg staan om een foto te maken van de aanstormende Italiaan. Het was een klein wonder dat Guerini de rit nog wist te winnen na zijn val.

Het is niet alleen maar gevaarlijk, natuurlijk. Het waanzinnige gebrul is opzwepend, doet de pijn in het lijf wegsmelten. Koos Moerenhout hield in 2003 een Tourdagboekje bij voor het AD. ‘Ongelofelijk hoeveel volk er staat.

Op de hele Alp is geen leeg plekje meer te vinden. In trance rijd ik met twee Franse renners omhoog, gedragen door aanmoedigingen van het publiek. De berg kan me eigenlijk niet lang genoeg duren. Zo is afzien peanuts!’

Het is een groot goed dat wielrennen een sport is die je gratis kunt bezoeken. Geen seizoenskaarten, geen dure arrangementen. Zelfs bij de belangrijkste koers van het jaar kun je zonder entreebewijs in de berm gaan staan en de hoofdrolspelers komen vanzelf voorbij. Maar toch wordt er een prijs betaald, en niet door de bezoekers alleen.

De natuur lijdt eronder, stelde Matthieu Stelvio eind vorig jaar. De milieuactivist hoopte met een petitie de beklimming van de Col de Sarenne, in de etappe van zaterdag, te voorkomen. Volgens hem wilde de Tourorganisatie deze bergpas (de ‘achterkant’ van Alpe d’Huez) hetzelfde pad optrekken als de traditionele beklimming naar het skidorp en veranderen ‘in ’s werelds grootste stadion’.

Volgens Stelvio zou dat grote schade toebrengen aan de flora en fauna op de Sarenne. Hij kreeg gedeeltelijk zijn zin. De renners klimmen over de col, maar het gebied is officieel niet open voor publiek.

Tonnen aan afval

Na een Touretappe worden tonnen aan afval van de berghellingen gehaald. Het Franse mediaplatform Consoglobe, dat zich inzet voor duurzaamheid, meldde dat er in 2015 na de etappeaankomst 30 duizend kilo afval werd afgevoerd.

Sport- en reisschrijver Tim Moore schreef in 2004 dat er soms meer wordt gevonden dan troep. ‘Tijdens de opruimwerkzaamheden van dit jaar kwam in een ravijn tussen gebroken flessen en gedeukte blikjes een lichaam tevoorschijn. Het was van de berg getuimeld en niemand had het gemerkt.’

Behalve Moore maakte niemand melding van deze lugubere vondst, maar onwaarschijnlijk is het niet. De bandeloosheid op Alpe d’Huez wordt gevoed door grote hoeveelheden alcohol. Met als summum de ‘Nederlandse bocht’.

De 21 haarspeldbochten op Alpe d’Huez zijn genummerd, van boven naar beneden. En in nummer zeven, net onder het dorpje Huez, drommen van oudsher de Nederlanders samen voor wat een ‘wielerfeest’ heet, maar wat in alle opzichten hetzelfde is als alle massale feesten in Nederland.

Het is als de Noord-Hollandse kermissen, Koningsdag, carnaval: met een biertje in de hand lallen en brullen, met inmiddels ongetwijfeld de Snollebollekes dreunend uit de speakers. Een bochtenbacchanaal.

Katers en koelboxen

Sommige renners zien er wel de lol van in. Op YouTube staat een filmpje van 12 seconden van de Tour van 2013 waarin te zien is hoe de Australische renner Adam Hansen in de Nederlandse bocht een plastic glas bier aanpakt. Hij neemt tot vreugde van de toeschouwers te midden van de chaos een flinke teug. Dat er na afloop van zo’n rit iemand laveloos van de berghelling rolt, is niet ondenkbaar.

En dit jaar kunnen de fans zich twee dagen achtereen onderdompelen in van alcohol doortrokken gekte. Op vrijdag rijden de coureurs de klassieke route: de 21 bochten – van links naar rechts – slingerend naar boven. De zaterdagrit voert via de Col de Sarenne en neemt na een kleine afdaling alleen de laatste vier haarspelden naar het skidorp.

De oranje horde uit de Nederlandse bocht zal zich ongetwijfeld met kater en koelbox, gevuld met biertjes van de buitencategorie, een paar bochten naar boven bewegen. Om de renners toe te brullen en zich te verliezen in de krankzinnigheid van de koers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next