Home

Bij de Vierdaagse eindigen de meeste interviews in tranen

Tv-recensie Net als presentator Herman van der Zandt keek de televisierecensent vol scepsis naar de Nijmeegse Vierdaagse. Maar na drie afleveringen ‘Het gevoel van de Vierdaagse’ keek hij toch op www.4daagse.nl/aanmelden.

Een jonge vrouw ligt plat op de weg uit te rusten tijdens de Nijmeegse Vierdaagse.

Met een legercamouflagejasje en een neongroene zonnebril die de camouflage weer ongedaan maakt, ligt een jonge vrouw plat op de weg. Haar beblaarde voeten walmen in de berm. Dan verschijnt er een KRO-NCRV-microfoon voor haar neus. Of ze wakker is. „Ik heb nog nooit zo lekker gelegen”, zegt ze. „Ik heb een stuk of tien blaren, dus … even ontspannen.” Nieuws van het front? Nee. Dit is de derde dag van de Nijmeegse Vierdaagse.

„De koninginnenetappe”, lees ik in de tv-gids; het had net zo goed ‘De tocht der tranen’ kunnen heten of ‘De hel van ’26’. Volgens de aankondiging van de derde aflevering van Het gevoel van de Vierdaagse, is de glooiende Zevenheuvelenweg berucht en loodzwaar – de plek waar wandelaars stranden. Ik bereidde me dus voor op een dodenmars, met meer zielen in de berm dan op het pad.

Maar eerst keek ik de eerste twee afleveringen, waarin, al tweeëntwintig seizoenen lang, één vraag centraal staat: waarom wandelen? Presentatoren Sosha Duysker en Herman van der Zandt hebben een heel andere manier om die vraag te stellen. Duysker is de engel op de schouder van de Vierdaagse, Van der Zandt de duivel.

„Maar wáárom doen jullie mee?”, vraagt Van der Zandt een stel vrouwen dat voor het eerst wandelt. „Groepsdruk”, zegt de hele groep – zowel een antwoord als een demonstratie. Ook de vedette krijgt ervan langs door Van der Zandt: „Waarom gaan mensen veertien, vijftien keer lopen?!” De wandelaar: „Omdat dit Nederland op zijn best is!” Van der Zandt: „Oké… Ga genieten, dan, weer, voor de veertiende keer!” Overal is Van der Zandt vol ongeloof – zelfs bij de pisbakken ben je niet veilig.

En ik kan dat begrijpen (niet de pisbakken). Voor mij zijn benen transport, geen recreatie. Of, om het literair te maken, Gerard Reve schreef: „Wandeling is beweging, niet verplaatsing.” Ik bezocht de Nijmeegse Vierdaagse dus altijd voor de feesten, met onbegrip voor het hoofdevenement.

De 103-jarige meneer Nijenhuis liep twintig keer de Vierdaagse en kijkt nu, met een plakboek op zijn schoot, naar de binnenkomende militairen.

Kippenvel in Bemmel

Maar binnen twee afleveringen van Het gevoel van de Vierdaagse verandert dat. Meelopen in de Vierdaagse blijkt wel degelijk verplaatsing, zij het psychologisch. De helft van de interviews eindigt in tranen.

Duysker spreekt elke aflevering met Marciano. Voor hem is de Vierdaagse een trektocht door zijn emoties. Vroeger wachtte hij elk jaar op een stoepje in Bemmel tot zijn vader Lesley langskwam. Maar in 2011 kreeg Lesley een hartstilstand op de Zevenheuvelenweg. Het liep goed af, maar sindsdien mag vader Lesley niet meer lopen. „Dat mis ik zeker”, zegt hij met tranen in de ogen. „Maar ik heb ook gewoon kleinkinderen, die gaan voor.” Nu wacht Lesley op Marciano, op een stoepje in Bemmel, met díéns zoon. Marciano: „Ik kreeg al kippenvel toen ik Bemmel in kwam.” Een zin die nog nooit eerder uitgesproken werd.

Als je dan nog niet huilt, komt het wel bij de 103-jarige meneer Nijenhuis in aflevering twee. Hij liep twintig keer en kijkt nu, met een plakboek op zijn schoot, naar de binnenkomende militairen. Als Van der Zandt vraagt of hij er nog altijd van geniet, huilt Nijenhuis een „ja” waarin honderd jaar liefde en weemoed voor de Vierdaagse doorklinkt. „Goed zo”, zegt Van der Zandt, alle ironie weggesmolten. „Dank u wel.” Hij snapt het nu.

Het gevoel van de Vierdaagse is een maf programma, met saaie campingbezoekjes en héél veel compilaties van wandelaars in kleding met minimaal design en maximaal kleur, terwijl popmuziek klinkt (bij voorkeur met het woord „walking” erin). Maar ‘het gevoel’ komt perfect over. De Vierdaagse is een kapstok voor duizenden microtradities: van herdenkingen tot decennia-oude feestjes die een „saaie lus” opleuken.

Eindelijk is het tijd voor de Zevenheuvelenweg. Er wordt iemand weggedragen op een brancard. Mensen hinken en dumpen Scarface-hoeveelheden poeder op melaatse voeten. Een man met een clownsneus grijpt zijn kruis en zegt: „Het schuurt bij mijn ballen!”

De bezemwagen (of: ‘schaamtemobiel’) redt afhakers uit de berm, maar knipt wel je polsbandje door: je haalt het of niet, de Vierdaagse kent geen genade. Toch moedigt de chauffeur wandelaars aan om door te lopen, om nog iets van kracht te vinden. Thuis klapt de televisierecensent in zijn chipshanden mee. Duysker, Van der Zandt en ik zitten nu op één lijn. Volgend jaar loop ik mee. Of misschien het jaar daarna.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next