Home

Queerkunst wordt steeds meer omarmd, maar staat internationaal óók in het verdomhoekje

Steeds meer grote musea verwelkomen queerkunst, al ligt ‘institutionele gemakzucht’ op de loer, en wordt deze kunst in landen met een guur politiek klimaat naar de huiskamers verdrongen.

Olieverfschilderij van Andreas Andersen uit 1894 in Kunstmuseum Basel, getiteld ‘Interior with Hendrik Andersen and John Briggs Potter in Florence’.

Wanneer het woord ‘homoseksueel’ voor het eerst op papier gebruikt werd, en door wie? De meeste mensen zullen dat niet weten, en daarom worden die vragen beantwoord aan het begin van een prachtige tentoonstelling in Kunstmuseum Basel, nog te zien tot en met 2 augustus in het Zwitserse Bazel: The First Homosexuals – The Birth of New Identities 1869–1939.

Het museum toont een brief die de Hongaarse schrijver Karl Maria Kertbeny in 1869 aan de Duitse advocaat Karl Heinrich Ulrichs schreef. Die leefden in een tijd waarin mensen van hetzelfde geslacht elkaar in een groot deel van Europa niet ongestraft konden liefhebben. Over de door hem geïntroduceerde term wordt bijna anderhalve eeuw later nog steeds nagepraat.

Tijdens WorldPride Amsterdam (25 juli–8 augustus) is er een rijk aanbod aan queerexposities, maar The First Homosexuals zou daarin niet hebben misstaan. Met schilderijen, foto’s en sculpturen uit de periode 1869-1939 verbeelden homoseksuelen (in de brede zin van het woord) zichzelf en hun omgeving, vaak in codetaal. Zo hinten de viooltjes op het schilderij Contre-jour (1888) van Marie-Louise-Catherine Breslau, waar twee vrouwen keuvelen, op een liefdesrelatie.

Als het om queerkunst gaat, kunst gemaakt dóór en/of óver lhbtiq’ers (over de definitie is geen consensus) is The First Homosexuals een van de favoriete tentoonstellingen van Martijn van Nieuwenhuyzen, directeur van De Pont Museum in Tilburg, maar ook de man achter From the Corner of the Eye. In deze baanbrekende tentoonstelling uit 1998 in het Stedelijk Museum Amsterdam verbeeldden veertien (later deels doorgebroken) jonge kunstenaars de homoseksuele cultuur.

‘Freundinnen’ van Irène Zurkinden (1937) in Kunstmuseum Basel.

Humoristische bodybuilder

„Veel mensen verwachtten een in your face-tentoonstelling met fraaie torso’s”, vertelt Van Nieuwenhuyzen. „In plaats daarvan benaderden we het op een interessante, subtiele en genuanceerde manier.” De titel verwijst naar de terloopse, soms humoristische queer gaze. Zo schilderde Nicole Eisenman een bodybuilder met de tekst ‘The largest girl I’ve ever painted‘. Eisenman was begin dertig, en zou later uitgroeien tot toonaangevend kunstenaar.

Ruim een kwarteeuw later wordt queerkunst veel meer omarmd door grote culturele instellingen, zegt Van Nieuwenhuyzen. Zie The First Homosexuals in Bazel, maar recent ook de tentoonstelling Queer Modernism in Düsseldorf, en het werk van lhbtiq-kunstenaars Isaac Chong Wai, Louis Fratino en Erica Rutherford tijdens de Biënnale van Venetië in 2024. Wel constateert hij „institutionele gemakzucht”. Veel culturele instellingen zeggen dat ze ‘iets’ met queerkunst willen, maar weten niet precies wat. „Het labeltje lijkt soms voldoende.”

‘Portrait de Maurice Deriaz’ (1907) van Gustave Courtois, te zien in Bazel.

Bas Hendrikx, samensteller van het in 2023 verschenen boek Queer Exhibition Histories, ziet twee tegenstrijdige ontwikkelingen. Ja, mainstream musea hebben een inhaalslag gemaakt, óók in Nederland, met het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Arnhem en het Van Abbemuseum in Eindhoven voorop. En ja, queer kunstenaars krijgen steeds minder vaak te horen dat hun werk niet in mainstream musea thuishoort, omdat hun „identiteit de artistieke kwaliteit van het werk overstemt”.

Maar er zijn ook steeds meer landen waar de rechten van lhbtiq’ers onder druk staan, zegt hij, en dús ook queerkunst, zoals Roemenië, Hongarije, Polen en de VS. NBC News zette vorig jaar een aantal voorbeelden op een rij van tentoonstellingen die waren uitgesteld of geschrapt, omdat musea bang waren voor politieke backlash, of omdat kunstenaars zich verzetten tegen aanpassingen van musea. Zo wilde Amy Sherald niet langer meewerken aan een solo-expositie in de Smithsonian’s National Portrait Gallery omdat er „zorg was” over een schilderij van een transvrouw als vrijheidsbeeld. Sherald werd in 2017 nog door het Smithsonian uitverkoren om een officieel portret van Michelle Obama te maken.

Veel queer kunstenaars houden er rekening mee dat het gure politieke klimaat gevolgen kan krijgen voor de waardering van hun werk, zegt Hendrikx, al is het óók zo dat ze voor hetere vuren hebben gestaan. „Als het zo ver komt zijn we strijdbaar.”

Beeldende kunst

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next