Ga een klein stukje het land uit en het voelt meteen als een uitstapje. Deze zomer bezoeken we plekken waar Nederlanders graag komen, op of net over de grens. Vandaag: een visclub in Schilde, België.
Doodlopende paadjes, onverwachte paaltjes, vage ventwegen – Google Maps lijkt er vandaag alles aan te doen om deze parel verborgen te houden. Maar de aanhouder wint: na het asfalt van de Turnhoutsebaan volgt een zanderige kasseienstrook, die weer doodloopt op een onverharde parkeerplaats, met tot slot een wandeling over een grindpad.
Daar ligt, als een tolkieniaans lustoord, visclub De Zonnebaars in Schilde. De Schans van Schilde, zoals de plek ook heet, werd in 1909 gebouwd als onderdeel van de Stelling van Antwerpen. Vier dagen nadat de versterking in 1914 voor het eerst in actie was gekomen, trokken de Belgen zich terug en bliezen ze de boel achter zich op.
Nu rest er een overgroeide ruïne, een witgeverfd officiershuisje en de antitankgracht. Het huisje is heden ten dage een kantine en de gracht een visvijver.
Je stapt een andere, rustigere wereld in: vissers turen in de leegte en/of naar een dobber, libelles zoemen over het water, soms knerpt een wielrenner voorbij of spettert een vis als die met een schepnet naar de kant wordt gehaald.
Ook het geplastificeerde A4’tje in de kantine dat als menukaart dient, lijkt uit een parallelle wereld te komen. Een croque (tosti) kost 4 euro. ‘Het zijn ook nog de lekkerste die je ooit hebt gehad’, zweert Frans Castermans (80) met een vettig Antwerps accent. ‘Daar durf ik een pint op te verwedden.’ Het bier kost er nog ‘gewoon’ 1,70 euro. Speciaalbier voor 3 euro, een royale kelk sangria 5 euro – het kan dus nog.
Castermans – speciaalbier, hawaïhemd, sportzonnebril – komt hier elke zondag met zijn vriendin Cécile De Roover (84) – latte, turquoise trui, sandalen met diamantjes. ‘Hij vist ook’, zegt De Roover, ‘maar geen wedstrijden, dat geeft te veel stress.’
‘Maar die croqueskes dus’, valt Castermans haar net niet in de rede, ‘die móét je bestellen. Het geheim is d’n chester, die smelt.’ ‘De Maredsous’, zegt De Roover, ‘dat is ook lekkere kaas.’ Castermans: ‘Nee, chesterkaas.’ ‘Het is dat je mayonaise én ketchup krijgt’, besluit De Roover.
Tegen de verwachtingen in – ‘Vissers houden er niet van gestoord te worden, want de vissen schrikken van uw schaduw’, waarschuwde Castermans nog – vertelt Mai Matthé graag over haar hobby. Bij het rondje om de vijver valt op: ze is een van de twee vrouwen die vandaag meedoen.
De 79-jarige gooide pas twee jaar geleden voor het eerst haar dobber uit. ‘Ik leerde iemand kennen, een visser.’ Ze wijst: ‘Daar zit hij, aan de overkant.’ Dat ze nu tegenover elkaar zitten is toeval: de plekken worden ’s ochtends per loting verdeeld. ‘Luk heeft me alles geleerd toen we als koppel meededen aan wedstrijden. Het uitmeten of peilen is het lastigst: hoe diep moet het aas? Daar kun je echt goed in worden.’
Klokslag 13.00 uur klinkt een doffe toeter: de wedstrijd is halverwege. Tijd voor de tussenweging en de lunch. Om de beurt worden bij elke stek de leefnetten vol spartelende brasems opgehaald en gewogen. ‘Zeven. Zevenhonderd.’ Volgende net. ‘Elf. Tweehonderd.’ Tot het rondje compleet is en de vissers plaatsnemen op het terras. (Wie vandaag wint, krijgt niets: ‘Misschien een pintje.’)
Broodtrommeltjes komen op tafel, borden gevuld met pistoleekes (witte broodjes) komen voorbij. ‘Dat zijn krokante pistoleekes.’ ‘Ja, goed krokant.’ ‘Is het koud in de schaduw?’ ‘Valt mee, hè, valt mee.’ Er wordt op een telefoon een foto getoond van een vette kabeljauw.
Aan de rand van het gezelschap zit, zichtbaar geëmotioneerd, de enige andere vrouw. Matthé loopt op haar af en slaat snel een arm om haar heen. De vrouw blijkt nog niets te hebben gevangen deze ochtend. Ze heeft geen flauw idee waarom en heeft – logischerwijs – totaal geen zin om hierover te praten, laat staan met een journalist.
‘Het is toch wat vissen ook mooi maakt... Je moet de vis bij je zien te houden’, filosofeert Castermans. ‘De een vangt alles, de ander niets. Waarom? Ja, als je dat toch weet.’
Annie Van Gestel, uitbater van de kantine en secretaris van de club, komt naar buiten met de beloofde pint voor Frans. ‘Ik had het u beloofd, dat zijn goede croqueskes. Kom maar een keer met een touringcar met al jullie vrienden, dan kun je hier je verjaardag vieren of gewoon een zondag op het terras doorbrengen.’
‘Een bus vol Hollanders...’, vult Van Gestel aan. ‘Dat vinden we alleen maar mooi hier!’ Een topplan. Mits de buschauffeur het kan vinden.
Visclub De Zonnebaars, Schanslaan 32, Schilde. Zondags vanaf 10 uur.
Erop en erover is een zomerrubriek van Volkskrant Magazine waarin onze verslaggevers rondkijken bij (toeristische) bestemmingen op of net over de grens met België of Duitsland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant