Home

Het kogelgat naast boer Jouke

Sommige beelden laten een blijvende indruk achter. Alsof de neuronen ergens diep in je brein een nieuw bruggetje hebben gelegd, en je geest daar keer op keer oversteekt. Zo razen mijn gedachten regelmatig langs het beeld van een jongen die een kogelgat aanwijst in een tractorframe.

Deze maand juli vier jaar geleden reed de toen zestienjarige boer Jouke met zijn tractor in een colonne vlakbij Heerenveen een stukje over de snelweg na een geflopt boerenprotest. Politieagenten probeerden boeren staande te houden, maar ze stopten niet. Op beelden is te zien hoe een agent die naast de tractor van Jouke stond plots een schot loste op hem. De kogel vliegt recht op zijn hoofd af, maar slaat wonder boven wonder in het frame van de tractorcabine voor het hoofd van Jouke. Een paar centimeter naar links of rechts, en de agent – die werd veroordeeld voor poging tot doodslag – had Jouke geraakt.

Ik was net begonnen in de journalistiek en volgde de kwestie intensief omdat ik het boerenprotesten-liveblog van de Volkskrant bijhield. Die avond sliep ik niet door mijn werk, voor het eerst. Die jongen, die kogel en dat tractorframe spookten door mijn hoofd. Later worden beelden uitgezonden van een verwonderde Jouke die wijst naar het kogelgat in zijn tractorcabine.

Die strook metaal is voor mij symbool komen te staan voor hoe een totale ramp zich nét niet voltrekt. Voor Jouke en zijn naasten bovenal, maar ook voor de rest van het land. Want als Jouke die dag was doodgeschoten, daar ben ik nog altijd van overtuigd, was Nederland te klein geweest voor de volkswoede die was losgebarsten.

Kijk naar de moord op George Floyd in de Verenigde Staten en zie hoe traumatiserend een sterfgeval kan zijn voor een land. Nu is abject Amerikaans racisme heel anders dan de Nederlandse houding tegenover boeren, maar mijn punt is dat dodelijk geweld in een politieke context een maatschappij transformeert. Als Jouke die dag was doodgeschoten, hadden we nu in een banger en bozer land geleefd.

Overigens hoeft zo’n trauma helemaal niet door politiegeweld te komen. In mei probeerden relschoppers in Loosdrecht met fakkels een azc in brand te steken. Ze hielden de brandweer intussen tegen. Binnen zaten vijftien asielzoekers en medewerkers. Hoe was dit land eraan toe geweest als zij waren omgekomen in de brand?

Het beeld van dat kogelgat vlak naast die jongen drong zich ook aan me op toen iemand een explosief door de brievenbus van het D66-partijkantoor duwde. Ik was in de buurt en ben ernaar toegesneld. Buiten trof ik een groep verdwaasde leden van de D66-jongerenbeweging. Zij hadden een lezing bijgewoond in het zaaltje naast de gang waar de bom ontplofte. In mijn hoofd waren het stuk voor stuk Joukes. D66-fractievoorzitter Jan Paternotte zei de volgende dag: „Ze stonden op het punt te vertrekken. Als die aanslag een paar minuten later was gepleegd, dan hadden heel veel mensen in de hal gestaan. En dan lagen nu heel veel mensen in het ziekenhuis.” Of erger.

Het loopt de hele tijd nét goed af. En dus slaapwandelen we suffig door naar een volgende klap, of schot, of explosie. En zo wordt het lot keer op keer getart, tot er onherroepelijk een keer géén tractorframe is om nipt een ramp te voorkomen.

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next