WIA Tienduizenden mensen kregen tussen 2020 en 2024 een te hoge of te lage WIA-uitkering door fouten bij het UWV. Herstel is aanstaande. Maar experts voorzien nieuwe fouten door het te complexe WIA-systeem.
Bij de spreekkamer van UWV Alkmaar.
Twee jaar nadat het UWV-debacle aan het licht kwam, waarbij tienduizenden uitkeringen te hoog of te laag bleken te zijn, is het nu zover: in september begint een grote hersteloperatie. Het UWV gaat dan vergoedingen uitkeren aan langdurig zieke werknemers van wie het de uitkering te laag heeft vastgesteld, kondigt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan.
Hoewel sindsdien duidelijk is dat UWV op grote schaal fouten heeft gemaakt bij de bepaling van de hoogte van WIA-uitkeringen, is de kans op nieuwe fouten volgens experts nog steeds groot. Het WIA-systeem loopt volgens hen volledig vast.
Door fouten van uitkeringsinstantie UWV kregen tussen 2020 en 2024 op grote schaal mensen een te hoge of te lage uitkering op grond van de Wet inkomen en arbeid. Het verschil met de correcte uitkering kan per maand honderden euro’s per persoon bedragen.
Opeenvolgende ministers van SZW en de UWV-top negeerden waarschuwingen over de fouten, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer, die toeziet op de uitgaven van de rijksoverheid.
De fouten hadden verschillende oorzaken. Medewerkers die WIA-uitkeringen vaststelden, werkten met gebrekkige ICT-systemen en meerdere schermen en moesten veel gegevens handmatig overnemen en invoeren. Kwaliteitscontroles – waarbij iemand het dossier nog eens toetst op toepassing van de juiste criteria, correct doorlopen van de procedure en op dezelfde uitkering uitkomt – ontbraken vaak. Het toezicht op het werk was te beperkt. Dat kwam mede door corona, waarbij verzekeringsartsen keuringen digitaal uitvoerden, het UWV opleidingen inkortte om lange achterstanden weg te werken, en kwaliteitsmedewerkers werden ingezet in de uitvoering.
In de periode 2020-2024 behandelde het UWV circa 220.000 WIA-dossiers. Het heeft er zo’n 43.000 geselecteerd waarbij fouten voor de hand liggen. Na twee jaar onderzoek kan de uitkeringsinstantie, net als Sociale Zaken, nog steeds geen indicatie geven van het aantal te hoge en te lage uitkeringen. Dit onderzoek kan nog tot in 2027 doorlopen.
Mensen die een te hoge WIA-uitkering hebben gekregen, hoeven het teveel niet terug te betalen. SZW wilde die optie aanvankelijk openlaten, maar kwam daarvan terug nadat de Tweede Kamer zich er vorig jaar per motie tegen uitsprak. Wie een te hoge uitkering kreeg, ontvangt twee maanden na melding ervan het correcte, verlaagde maandbedrag.
Gedupeerden krijgen het misgelopen bedrag in één keer vergoed, en daarna maandelijks het juiste bedrag. Dat heeft SZW vrijdagochtend bekendgemaakt. De WIA-regeling is minder ruimhartig dan die voor gedupeerden in het Toeslagenschandaal. De hersteloperatie voor ouders wier toeslag voor kinderopvang ten onrechte werd ingetrokken, die al loopt sinds 2020, kent een schadevergoeding naast de restitutie.
Het UWV zegt in reactie op vragen van NRC „geen aanleiding” te zien voor een schadevergoeding omdat de regeling „geen, dan wel zeer beperkte, keteneffecten” heeft. Dat wil zeggen dat er volgens het UWV een oplossing is gevonden voor onbedoelde nadelige gevolgen van een nabetaling, zoals hogere belastingen of verlies van toeslagen.
Voor fouten die het UWV gemaakt heeft bij de Wajong-uitkering komt geen aparte hersteloperatie, laat een woordvoerder van SZW weten. Het corrigeren van die fouten is „te complex en zou een te groot beslag leggen op de capaciteit, waardoor de uitvoering verder zou vastlopen,” aldus de woordvoerder. Mensen die twijfelen over de hoogte van hun Wajong-uitkering moeten zich uit eigen beweging melden. Zo’n 250.000 mensen ontvangen die uitkering, bedoeld voor mensen die als minderjarige of tijdens een studie arbeidsongeschikt raken.
Hoewel het UWV nu meer kwaliteitscontroles uitvoert rondom de WIA en de automatisering heeft verbeterd, voorzien ingewijden dat de uitkeringsinstantie fouten zal blijven maken.
Op aanbeveling van de Rekenkamer heeft het ministerie scherper toezicht op het UWV aangekondigd; zo komt er extern onderzoek naar de organisatiecultuur en mogelijk een rijkscommissaris als toezichthouder. Het belangrijkste advies ligt echter niet binnen handbereik: fundamentele versimpeling van het WIA-stelsel. Het systeem is zo ondoorgrondelijk dat het bijna onmogelijk is géén fouten te maken, concludeert de Rekenkamer.
Ook het UWV zelf wil een minder ingewikkelde WIA. De genoemde maatregelen „nemen de onderliggende complexiteit van de WIA niet weg”, zegt het UWV. „Daarom blijft verdergaande vereenvoudiging van de wet noodzakelijk om de WIA beter uitvoerbaar, begrijpelijker voor cliënten en minder foutgevoelig te maken.”
In 2024 kwam de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas) met meerdere voorstellen om de WIA te vereenvoudigen. Die zouden de regeling al snel honderden miljoenen euro’s per jaar duurder maken. Met dat advies is weinig gedaan. Sterker, het kabinet-Jetten wil juist bezuinigen op de WIA. Dat is tegen het zere been van de vakbonden. Zij weigeren een gesprek met het kabinet over herstructurering van de sociale zekerheid, zolang het voorgenomen bezuinigingen daarop – die optellen tot 6,5 miljard euro – niet intrekt.
Wel praten de bonden deze zomer met werkgeversorganisatie VNO-NCW over hervorming van de WIA. Bij die gesprekken is het UWV niet uitgenodigd. Ingewijden zien daarin een risico dat slecht uitvoerbare plannen op tafel komen.
Zonder hervormingen zal het overbelaste WIA-systeem voor meer problemen zorgen, blijkt uit talloze rapporten en adviezen. Zo is er een groeiend tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, dat een stijgend aantal aanvragen moet beoordelen.
„De vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al jaren fors groter dan het aantal beoordelingen dat UWV kan verrichten en de laatste tijd blijft het aantal aanvragen boven verwachting snel toenemen”, schreef minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) vorige maand aan de Kamer. „UWV kan niet alle taken uitvoeren, waardoor mensen vaak in onzekerheid verkeren over hun recht op uitkering.”
De wettelijke termijn voor een keuring is acht weken. Eind maart wachten 11.000 mensen daarop al langer dan zes maanden. Hun aantal loopt op tot 100.000 à 150.000 in 2030, staat in de Kamerbrief. De wachttijd voor een keuring bij het UWV dreigen daarmee op te lopen tot drie jaar.
Veel vertrouwen op bekorten van wachtlijst en wachttijd lijkt Vijlbrief niet te hebben. Hij diende onlangs een wetsvoorstel in om de automatische dwangsom voor het UWV te schrappen als dat niet binnen de wettelijke termijn een beslissing neemt.