Home

Mensvriendelijke en ethische AI-modellen? Ze zijn in de maak in Europa

Diverse Europese landen werken aan AI-modellen om de concurrentie aan te gaan met Amerikaanse en Chinese marktleiders. Europa let meer op ethiek, maar zet het zichzelf daarmee niet op achterstand?

is verslaggever van de Volkskrant. Ze woont in België.

Als ambtenaren van het Zwitserse kanton Ticino documenten moeten vertalen, geen zeldzaamheid in een land met vier officiële talen, is dat vaak een tijdrovende klus. De ambtenaren mogen AI-vertaaldiensten gebruiken, maar moeten zich aan strenge regels rond databescherming houden. Dat betekent: vóór vertaling manueel alle persoonsgegevens en gevoelige informatie verwijderen. Een hoop extra werk.

Maar daar komt verandering in, nu Zwitserland zijn eigen AI-model heeft ontwikkeld: Apertus, dat zich als ethisch alternatief voor Amerikaanse en Chinese big tech profileert. Apertus – Latijn voor ‘open’ – is veeltalig, transparant en in lijn met alle Europese data- en privacywetgeving. En minder schadelijk voor het milieu, want getraind op de Zwitserse supercomputer Alps, die op waterkracht draait.

Toen Apertus eind vorig jaar werd geïntroduceerd, was het kanton van Ticino – niet toevallig de plek waar supercomputer Alps staat – een van de eerste om ermee aan de slag te gaan. De informatica-afdeling van het kanton liet een vertaaltool op basis van Apertus maken, die op de eigen servers draait en vertrouwelijke data binnenshuis houdt. Sinds begin dit jaar wordt de vertaaltool door de ambtenaren getest.

‘De eerste resultaten zien er goed uit’, zegt Silvano Petrini, hoofd van de informatica-afdeling. ‘De kwaliteit van de vertaling is goed. De tests lopen tot het eind van het jaar, daarna zullen we de vertaaltool breed uitrollen. Als overheidsinstantie willen we met een AI-model werken dat aan de hoogste ethische normen voldoet.’

Het Zwitserse Apertus is een trendsetter in Europa, waar tal van landen aan hun eigen AI-model werken. In Nederland is er GPT-NL, in Zweden GPT-SW3 en in Polen PLLuM. In Spanje is er Alia, in Portugal Amália en in Duitsland komt Soofi eraan. Op Europees niveau werken zo’n twintig universiteiten en onderzoekscentra aan een overkoepelend AI-model: OpenEuroLLM, dat eind dit jaar wordt gepresenteerd.

Die Europese large language models streven allemaal naar eenzelfde doel: ze willen het anders doen dan hun Amerikaanse en Chinese rivalen, die zich bezondigen aan datadiefstal, privacyschendingen en andere schimmige praktijken. Ze zijn niet door privébedrijven ontwikkeld, maar door universiteiten en (semi)publieke instellingen. En ze zijn niet op winst gericht, maar op betrouwbaarheid, rechtmatigheid en transparantie. Europa wil ethische AI, in dienst van het algemeen belang.

Apertus is daarbij de voorloper: het is het grootste, niet-private AI-model van Europa, en het is radicaal in zijn openheid. Apertus is volledig open source: zijn broncode, trainingsmethode en datasets staan online, door iedereen te controleren en gratis te gebruiken. Het is AI als een ‘publiek goed’, net als een snelweg, elektriciteitsnetwerk of riolering.

De Europese modellen – Apertus op kop – lijken een oplossing voor veel uitwassen van AI: voor de afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese technologie, en voor de ondoorzichtigheid en wetteloosheid van big tech.

Maar er is één probleem: ze zijn niet erg goed. Ze zijn trager dan hun Amerikaanse en Chinese concurrenten, minder nauwkeurig en minder veelzijdig. Volgens critici zet hun ethische aanpak hen bij voorbaat op achterstand.

Hebben de critici gelijk: maakt ethische AI geen kans? Zijn de Europese AI-initiatieven naïef? Zijn Apertus en co verspilling van belastinggeld, of verdienen ze juist meer steun?

Absurd

‘Om maar meteen met de deur in huis te vallen: elke vergelijking met de Amerikaanse frontier models is natuurlijk absurd’, zegt Imanol Schlag, AI-onderzoeker aan de Technische Hogeschool van Zürich (ETHZ) en technisch verantwoordelijke van Apertus. Schlags ETHZ bouwde Apertus samen met de Polytechnische School van Lausanne en het Zwitserse Nationale Supercomputer Centrum.

Schlag en zijn collega’s kregen 21,5 miljoen euro aan subsidies voor de bouw van Apertus, en – de grootste kostenpost bij het trainen van een AI-model – voor miljoenen euro’s aan rekenkracht op supercomputer Alps. Ter vergelijking: het Nederlandse GPT-NL kreeg 13,5 miljoen euro aan subsidies, en moest daarvan zelf zijn rekenkracht betalen. Naar Europese normen zat Apertus er warmpjes bij.

Maar dat valt in het niet in vergelijking met de vele miljarden die Amerikaanse bedrijven als OpenAI, Anthropic en Google in hun AI-modellen stoppen, en de duizenden ingenieurs die ze daarvoor inzetten. En zelfs met de Chinese achtervolgers als DeepSeek, Kimi K3 en Alibaba, die veel minder geld investeren – als we de cijfers mogen geloven – maar nog steeds met honderden ingenieurs werken.

‘Toen wij Apertus lanceerden, hadden wij twee voltijdse ingenieurs in dienst’, zegt Schlag. ‘Op ons technisch verslag staan honderd namen, maar dat zijn vooral studenten en academici die in het kader van hun studie of onderzoek aan Apertus bijdroegen. Ons kernteam kwam overeen met zo’n vijftien à twintig voltijdse ingenieurs.’

Het resultaat is niet verrassend: Apertus en zijn Europese equivalenten kunnen niet tippen aan de nieuwste versies van Claude, Gemini of GPT. Apertus telt 70 miljard parameters (een waarde die het denkvermogen van een AI-model weergeeft), veel meer dan GPT-NL (26 miljard), maar tien keer minder dan de grote Amerikaanse en Chinese spelers. Zelfs GPT 3.5 – uit 2022, in AI-termen een antiek model – was met 175 miljard parameters fors groter.

Zo voelt Apertus ook een beetje: als AI van vier jaar geleden. De Europese AI-makers bouwen zelf geen toepassingen – dat laten ze aan bedrijven en overheidsinstellingen – maar een chatbot op basis van Apertus, die door een derde partij is gebouwd, laat toe om het Zwitserse model te testen. De Apertus-bot blijkt prima in staat om een boek samen te vatten, een recept met gevraagde ingrediënten te verzinnen of een e-mail te vertalen.

Maar als de chatbot logisch moet redeneren, krijgt hij het lastiger. De bot gaat in de mist bij een eenvoudig wiskundevraagstuk, loopt recht in de val bij een strikvraag en heeft extra instructies nodig om zelf een e-mail op te stellen. Een foto bewerken, kan de chatbot niet, want Apertus werkt voorlopig alleen met tekst. Als Claude, Gemini en GPT in de Champions League spelen, dan voelt Apertus meer als derde divisie.

Schlag werpt tegen dat Apertus nog maar aan zijn eerste versie zit en nog veel beter zal worden, maar ook dat kleine en open modellen voor de meeste taken prima voldoen. ‘Je moet je afvragen hoe AI-modellen in werkelijkheid worden gebruikt’, zegt hij. ‘Die frontier models kunnen wiskundevragen op doctoraatsniveau oplossen, maar voor 90 procent van de taken in bedrijven en overheden heb je dat helemaal niet nodig.’

Het is een bedenking die ook experts maken: de geavanceerde AI-modellen leveren indrukwekkende prestaties, maar vergen bij elke opdracht een hoop rekenkracht, geld en energie. Nu Amerikaanse AI-bedrijven hun prijzen beginnen op te trekken, omdat ze hun miljardeninvesteringen moeten terugverdienen, zijn kleinere modellen – ook al presteren ze minder – misschien niet eens zo verkeerd.

Grijze zone

Apertus en co mogen dan niet in de Champions League spelen, maar ze hebben één groot voordeel: ze houden zich wel aan de regels. Ze volgen de wet, in tegenstelling tot Amerikaanse en Chinese AI-bedrijven die het internet leegslurpen zonder enig respect voor auteursrecht – met alle gevolgen van dien voor schrijvers, journalisten, fotografen, muzikanten, softwareontwikkelaars, enzovoort. En ze zijn transparant over de data die ze gebruiken, zodat iedereen hen kan controleren.

Zo’n AI-model bouwen dat voldoet aan het auteursrecht, is geen evidentie. Het begint eenvoudig, met het respecteren van betaalmuren, licenties en opt-outs, maar eindigt diffuser, met discussies over uitzonderingen en toepassingsgebieden. ‘Er is een grote grijze zone waar het auteursrecht niet helemaal duidelijk is’, zegt Felix Sieker, AI-specialist van de Duitse denktank Bertelsmann Stiftung. ‘Maar als je die grijze data helemaal uitsluit, wordt het moeilijk om een concurrerend AI-model te bouwen.’

Wat Apertus bijzonder maakt, is dat het daar een juridische oplossing voor heeft uitgewerkt: een argumentatie dat AI-modellen de grijze data mogen gebruiken voor hun training, zonder die data te reproduceren. Apertus zou bij wijze van spreken krantenartikelen mogen gebruiken om van hun zinsbouw te leren, maar niet om het nieuws samen te vatten en media met hun eigen materiaal te beconcurreren. Die aanpak leverde Apertus 15 biljoen tokens (stukjes tekst) aan trainingsdata op. Naar Europese normen is dat gigantisch.

Apertus interpreteerde de wet daarmee vrijer dan GPT-NL, dat overeenkomsten sloot met mediabedrijven en instellingen om hun data te gebruiken. Dat leverde 2 biljoen tokens op. Saskia Lensink, projectmanager van GPT-NL (voor TNO), is ervan overtuigd dat de werkwijze van GPT-NL geschikter is voor commercieel gebruik, en bovendien aantrekkelijker voor dataleveranciers, die meedelen in de inkomsten. ‘Maar het is goed dat er verschillende initiatieven naast elkaar bestaan en dat we met meerdere modellen kunnen experimenteren’, zegt ze. ‘De vraag is nu: wie zal er verder kunnen opschalen?’

Europese obstakels

Volgens de verdedigers van ethische AI verdienen de Europese initiatieven meer krediet voor hun zoektocht. ‘Wat de critici missen, is dat die publieke modellen niet alleen op technologisch vlak innoveren, maar ook op het institutionele’, zegt Roel Dobbe, universitair docent aan de TU Delft en bestuurslid van PublicSpaces, dat pleit voor een internet gebaseerd op publieke waarden. ‘Neem die afsprakenstelsels met mediabedrijven om hun data te gebruiken. Dat kost veel tijd en moeite, maar kan ook nieuwe standaarden opleveren. Laten we niet onderschatten hoeveel innovatie en creativiteit daarin zit.’

Die verdedigers pleiten ook voor meer financiële steun voor de Europese AI-initiatieven, zodat ze de kloof met de Amerikaanse modellen kunnen verkleinen, zoals ook Chinese bedrijven dat hebben gedaan. ‘We weten wat we moeten doen om minstens op gelijke voet met de Chinese labs te komen’, zegt Schlag. ‘Als je ons honderd ingenieurs en meer rekenkracht geeft, is het te doen. We hebben de kennis, we hebben het talent.’

Maar ook met meer financiering, blijven er veel politieke obstakels. De onduidelijke en vaak onrealistische wetgeving rond auteursrecht bezorgt de AI-initiatieven veel problemen. ‘Het is een grote Europese puinhoop’, zegt Sieker. ‘Ik sprak met een AI-lab in Zweden dat zijn model niet op Europese data durft te trainen omdat er te veel juridische onzekerheid is. Terwijl OpenAI en Anthropic gewoon alle data van het internet schrapen.’

En dan is er ook nog de typisch Europese versnippering van middelen, met in elk land een eigen AI-initiatief. Om de krachten te bundelen, werd op Europees niveau het overkoepelende AI-model OpenEuroLLM bedacht, dat 40 miljoen euro aan subsidies kreeg, maar amper rekenkracht. OpenEuroLLM mag op de Europese supercomputers trainen, maar heeft slechts toegang tot 2,5 procent van de capaciteit – veel te weinig voor een krachtig AI-model.

Eén Europees model

‘Ik was vorige week op een conferentie waar veel Europese modellen werden voorgesteld, en ik voelde me best verdrietig’, zegt Jan Hajič, hoogleraar computertaalkunde aan de Karelsuniversiteit Praag en coördinator van OpenEuroLLM. ‘Er zal een Nederlands model zijn, en een Pools, en een Iers, enzovoort. Maar geen enkel zal even goed zijn als de grote modellen. Het zou zo veel beter zijn als we dit samen deden.’

Ook Schlag wordt er soms moedeloos van. ‘Ik vraag me soms af of de Europese aanpak wel de juiste is: vier of vijf parallelle projecten financieren met elk zo’n 30 miljoen euro. Het gevolg is dat elk project uiteindelijk zowel geld als ingenieurs tekortkomt, terwijl één gezamenlijke inspanning juist de kritische massa zou hebben om te slagen.’

Moeilijk of niet, de Europese AI-initiatieven gaan door. GPT-NL is op zoek naar extra geld en rekenkracht, en deze zomer komt Apertus 1.5 uit. Het kan niet anders, zeker nu de Verenigde Staten en China de toegang tot hun meest geavanceerde modellen beginnen af te snijden. ‘Het wordt steeds belangrijker dat Europa over zijn eigen oplossing beschikt’, zegt Hajič. ‘Zelfs – en dat zeg ik met tegenzin – als die oplossing minder goed is dan de buitenlandse concurrenten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next