Wat zijn dit voor vragen? Dertien dilemma’s voor de extravagante Dolly Bellefleur, alter ego van cabaretier Ruud Douma (65) en ambassadeur van Pride Amsterdam. ‘Ik ben gepest door haantjes, maar het haantje van vandaag is de plumeau van morgen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Barricade of schulp?
‘Barricade. Ik ben als kind veel gepest. Ik was een vrolijk en open jongetje, maar door dat pesten kroop ik in mijn schulp. Mijn motto is: laat liefde regeren. Ik zie het als mijn missie om op de bres te springen voor kinderen zoals ik, buitenbeentjes. Door jaren later als Dolly Bellefleur die barricades op te gaan, heb ik uiteindelijk, als mooie bijvangst, dat spontane jongetje van vroeger weer teruggevonden.
‘Ik treed op door het hele land. Het triggert me direct als ik ergens kinderen zie staan waarvan je voelt: jij bent zo’n buitenbeentje. Door daar te zijn probeer ik te laten zien dat het spectrum groter is dan alleen maar man en vrouw, dat er allerlei tussengebieden zijn.
‘Ik kom veel op scholen, maak de mooiste dingen mee. Dolly is natuurlijk een extravagante verschijning, vol in de make-up. Je ziet jongens van een jaar of 12 dan kijken: wat komt die mevrouw met die suikerspin op haar hoofd hier doen? Dan mag ik graag op het schoolplein op m’n naaldhakken een balletje trappen met die kids. Dat zet ze op het verkeerde been, want dat verwachten ze totaal niet. Door zo’n actie wordt Dolly een personage, dat ik een man ben in een jurk vergeten ze. Ik vind het leuk om een beetje te plagen, dan daag ik de stoerste van het stel uit om het ook op pumps te proberen.
‘Ik heb ook meegemaakt dat een meisje zich tijdens zo’n les met Dolly zo prettig voelde dat ze de klas voor het eerst vertelde dat ze op meisjes viel. Heel bijzonder om mee te maken. Een paar weken later zag ik haar met haar ouders bij de Canal Pride. Het is een wonder dat ik haar heb gezien in de menigte. Haar ouders helemaal in regenboogtenue, zij met een roze ballonnetje met ‘I love Dolly’ erop.’
Buiten- of binnenkant?
‘Binnenkant, absoluut. Het gaat me om de inhoud, ik wil bepaalde thema’s aansnijden met mijn liedjes, cartoons en optredens. De buitenkant is een middel. Om te ontregelen, te ontwapenen. Toen ik 37 jaar geleden voor het eerst op het podium stond als Dolly, voelde ik meteen dat het een soort toverstafje is. Mensen reageren direct anders op je.
‘Als het me lukt om mensen voor me te winnen die in eerste instantie moeite hebben met queer personen of zelfs iets onschuldigs als regenbogen, is mijn missie geslaagd. Dolly heeft een zoete, aaibare buitenkant. Bellefleur verwijst naar een appel, die is zoet én scherp. Ik probeer mensen te verleiden met die zoete kant, maar als het nodig is kan ik uithalen. Dolly is bij toeval ontstaan. Ik kende iemand in het theater die vroeg: wil je niet een keer een revue als vrouw presenteren? Het voelde meteen goed.’
Nature Boy of Ding-a-dong?
‘Dit is voor mij een onlosmakelijk duo. Toen ik werd gepest, trok ik me terug op mijn kamer met mijn platenspeler. Beide nummers heb ik grijsgedraaid. In Nature Boy, van Nat King Cole, zit het zinnetje The greatest thing you’ll ever learn is just to love and be loved in return. Dat is voor mij niet weggelegd, dacht ik echt. Ik ben melancholisch aangelegd. Als tegenhanger draaide ik dan Ding-a-dong, waarmee het Nederlandse Teach-In in 1975 het songfestival won. Getty Kaspers, de zangeres, was mijn jeugdheldin. Ik heb later een hertaling gemaakt van het nummer C’est la vie van Claude, een ode aan haar.’ Begint te zingen: ‘Chère Getty, jij gaf mij hoop en energie. Als een hartenkreet klonk in mijn kamer jouw melodie.’
Audrey Hepburn of Martin Luther King?
‘Qua kledingstijl is Dolly geïnspireerd op Audrey Hepburn en Jackie Kennedy. Maar ik kies Martin Luther King. Hij stak zijn nek uit, en moest dat met zijn leven bekopen. Ik bewonder zijn activisme dat voortkwam uit het opkomen voor anderen, zijn speeches, zijn geweldloosheid. Als de moed me soms in de pumps zakt, denk ik aan mensen zoals hij die met gevaar voor eigen leven opstonden tegen onrecht.
‘Neem de moed van iemand als Rosa Parks, die op een dag besluit: nee, ik ga niet meer als zwarte vrouw achterin de bus zitten. Of gay activist Harvey Milk. En in Nederland ontwerper Benno Premsela, een van de eerste mannen die openlijk als homo op tv kwam. Ik vraag me weleens af of ik de barricade op zou durven als ik niet in een land leefde waar ik niet opgepakt kan worden voor wie ik ben en wat ik doe. Ik hoop vurig van wel.’
Regenboog in 1996 of in 2026?
‘Ik noem mezelf opgeruimd pessimistisch. Ondanks politici die het hebben over regenboogindoctrinatie en die leugens verspreiden, influencers in de manosfeer met schrikbarend veel volgelingen, de vreselijke haatberichten die mensen online schrijven, de incidenten met geweld, vlaggen die vernield of in brand gestoken worden – toch kies ik voor 2026. We mogen niet vergeten dat we sinds 1996 progressie hebben geboekt: huwelijksgelijkheid, samengestelde gezinnen, hoe mondig en zelfbewust jonge mensen zijn.
‘Lang had ik de stille hoop dat we in een soort laatste stuiptrekking zaten, dat het op een dag klaar zou zijn. Dat denk ik niet meer. Maar ik blijf me richten op het gevoel: wij zijn met meer.’
Canal Pride: boodschap of commercie?
‘Boodschap. Daarom wil ik mezelf niet verbinden aan een bepaald bedrijf. Ik ben ambassadeur van Pride, dus ik wil hierover liever niet teveel zeggen, maar zelf wil ik echt geen geld van Booking (sponsor van Pride, red.). Ik probeer op creatieve wijze een boot bij elkaar te crowdfunden. Dit jaar met een onlinebingo, met de vlaggen van de 170 nationaliteiten die in Amsterdam wonen op een bingokaart. Je kunt een vlag sponsoren van een land dat je hart sneller doet kloppen of dat wel een steuntje in de rug kan gebruiken op het gebied van regenboogemancipatie. Bij 100 euro of meer wordt de vlag zichtbaar. We hebben helaas nog geen bingo.’
Activist of kunstenaar?
‘Ik ben een activistische kunstenaar. Of nee, een Homoseksuele Activistische Kunstenaar, een HAK.’
Tegeltjeswijsheid of preek?
‘Ik ben geboren in een zeer christelijk dorp. Mijn ouders waren import uit Friesland en niet zo kerkelijk. Preken gaat vaak met een opgeheven vingertje, daar heb ik het niet op.
‘Geef mij maar tegeltjeswijsheden. Oneliners die een soort schijngrip op het chaotische bestaan suggereren. Het ouderlijk huis hing er vroeger mee vol. Deze (laat er eentje zien in zijn atelier, red.) hing thuis in de keuken. Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje. Fries voor: doe wat je wil, de mensen kletsen toch wel – die heb ik ter harte genomen.
‘Ik ben tekstschrijver en theatermaker, heb zelf ook heel wat tegeltjes ontworpen. Mijn favoriet: het haantje van vandaag is de plumeau van morgen. Pestkoppen zijn vaak haantjes. De haantjes zijn aan een opmars bezig. Neem een Trump, verschrikkelijk.’
Eigen of gekozen familie?
‘Ik ben in een heel liefdevol gezin opgegroeid, met ouders die me steunden. In de regenbooggemeenschap ontmoet ik regelmatig mensen die dat geluk niet hadden, zij worden door hun ‘chosen family’ omarmd, en ik werp me graag op als hun moeder of grootmoeder.’
Dolly of Ruud?
‘Ik zal Dolly nooit opgeven, maar Ruud staat op het moment wat meer op de voorgrond. De laatste tijd treed ik vaker op als mezelf. Dat jongetje van toen is echt uit zijn schulp gekropen. Ruud zingt ook over andere onderwerpen, zoals over de dood, de euthanasie van mijn beste vriendin Karin (Spaink, red.) onlangs.
‘Als Dolly heb ik veel hertalingen gezongen: een eigen tekst op een bestaande melodie. Door de herkenning kon de boodschap goed binnenkomen. Ik ben geselecteerd voor Club Shaffy door het Amsterdams Kleinkunst Festival. Met liedjesschrijver Jurrian van Dongen werk ik aan nieuw materiaal dat door componisten op muziek wordt gezet.’
Humor: wapen of troost?
‘Allebei en zoveel meer. Humor biedt bescherming, het dient als harnas, het ontregelt en ontwapent, het biedt troost en het is een middel om dingen te verwerken, om zwaarte te verlichten.’
Het homomonument of het Anthony Theater?
‘In het Anthony Theater is Dolly geboren, dat was mijn laboratorium en kraamkamer. Ik begon met ondeugende en pikante liedjes. Ik kies het homomonument: de plek waar ik later optrad, waar ik ontdekte dat ik als Dolly meer kon dan entertainen. Daar bracht ik een boodschap.
‘Het is zo’n dierbare plek. We brachten er bloemen als er weer een vriend of collega aan aids was overleden. Het is een levend monument, wordt gebruikt voor herdenkingen en demonstraties. De symboliek van de drie driehoeken, heden, verleden en toekomst, vind ik prachtig. Ik ga er vaak zomaar even heen.’
Preken voor of buiten de eigen parochie?
‘Buiten, altijd! Daar kun je zieltjes winnen, mensen op een ander standpunt brengen. Als Dolly kom ik overal. Soms gaat het er heftig aan toe. Ik kan me nog wat kermissen herinneren in Noord-Hollandse plaatsen als Nibbixwoud, Wognum, Hoogkarspel. Dan was het een sport om bierglazen ontwijkend op het podium toch wat opgefokte haantjes voor me te winnen.’
Pride Amsterdam, 25/7 t/m 8/8. Op zaterdag 1 augustus vindt de Canal Parade plaats; Pride-ambassadeur Dolly Bellefleur vaart al sinds de eerste, in 1996, mee.
1961 Geboren in Huizen
1982 Kunstgeschiedenis aan de UvA
1989 Eerste optreden als Dolly Bellefleur in het Anthony Theater
1993 Ontmoet dichter en beeldend kunstenaar George Moormann, al 33 jaar zijn (sparring)partner
1994 Theatershow Made in Dolland
1996 Theatershow Ik wil gelukkig zijn
2009 Van hem naar haar naar Hippolytushoef, expositie Openbare Bibliotheek Amsterdam
2012 Theatershow Brecht Tingel Tangel
2014 Ontvangt Andreaspenning van de stad Amsterdam voor inzet emancipatie van de regenbooggemeenschap
2019 Theatershow Dubbel & Dwars
2020 Bob Angelo Penning uitgereikt door COC Nederland
2024 Laat liefde regeren - Dolly Bellefleur 35 jaar op de barricade, overzichtsexpositie Verwey Museum Haarlem
2026 Benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor inzet voor de rechten van de lhbtq-gemeenschap
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant