is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Als Nederlanders wordt gevraagd wat na de voetballerij de succesvolste exportsector is, luidt het antwoord steevast: de land- en tuinbouw. De meeste mensen zijn er ondanks de milieu- en dierenwelzijnsbedenkingen ook best trots op. Ze sluiten agrariërs in hun armen, zoals letterlijk gebeurt in Boer zoekt vrouw.
Vorig jaar exporteerde de agrosector voor 137,5 miljard euro aan producten: aardappelen, uien, tomaten, zuivel, varkensvlees. Dat was 42,4 miljard meer dan aan agrarische producten werd geïmporteerd. ‘Nederland voedt de wereld’ is een welluidende slogan van de agrolobby. De innovatie wordt geprezen. Geen land is zo efficiënt in de land- en tuinbouw.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar nu hebben wetenschappers van de Wageningen Universiteit de mythe doorgeprikt.
Nederland is misschien in geld een landbouwexporteur van formaat, maar niet gemeten in land, veevoer, calorieën en eiwit. Dan is de bijdrage aan de wereldwijde voedselvoorziening heel beperkt of zelfs negatief. In de Wageningse studie wordt niet alleen gekeken naar de uitvoer van agroproducten, maar ook naar het voedsel en veevoer dat Nederland importeert en de landbouwgrond die wordt gebruikt om dat mogelijk te maken.
Nederland heeft 1,6 miljoen hectare landbouwgrond waarop producten voor de export en binnenlandse consumptie worden geproduceerd. Maar er is liefst 4,7 miljoen hectare landbouwgrond over de grenzen nodig, onder meer om het voer voor varkens en koeien in Nederland te produceren.
‘Nederland importeert meer calorieën en eiwitten dan het exporteert. Nederland is geen netto-exporteur van voedselenergie, maar een importeur’, aldus de duidelijke conclusie. Nederland voedt niet de wereld, maar de wereld voedt Nederland. Tenminste de kippen, geiten, koeien en varkens hier.
Nederland is niet zelfvoorzienend in de voedselproductie, ondanks de enorme export: in geld de grootste na de VS. Als morgen alle grenzen dichtgaan, dreigt voor Nederland een nieuwe Hongerwinter, zo lijkt het.
Maar zo erg hoeft het niet te worden, denken de onderzoekers van Wageningen. Nederland zou zich bij een totale handelsblokkade of het stilvallen van alle handel door bijvoorbeeld een Derde Wereldoorlog toch kunnen bedruipen. Maar dan moeten de Nederlanders allemaal op een strikt dieet en hun voedingspatroon aanpassen.
Bij een dieet volgens de schijf van vijf, een veganistisch dieet of een grotendeels plantaardig, landefficiënt lean-dieet zal Nederland nipt voedsel kunnen produceren voor achttien miljoen mensen. Maar dan mag geen landbouwgrond worden opgegeven voor extra natuur of voor andere maatschappelijke doelen, zoals biogrondstoffen.
Het meest efficiënt is het iedere Nederlander voor te schrijven het lean-dieet te volgen, dat naast plantaardige ook dierlijke producten bevat van grond die niet geschikt is voor de teelt van voedsel voor menselijke consumptie.
Als er al voedsel wordt geëxporteerd, moet dat vooral plantaardig zijn. Als Nederland echt de wereld wil voeden, moet de sector andere landen helpen met innovaties voor de duurzame productie van voedsel.
Als de nood aan de man komt, kan Nederland zijn eigen mensen voeden. En om de trek naar iets lekkers te stillen, is er nog altijd het voetbal.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant