Home

Opinie: De verplichte stagevergoeding schiet vooral tekort

Minister Rianne Letschert van Onderwijs wekt de indruk dat alle studenten eindelijk recht krijgen op een stagevergoeding. Maar zonder een wettelijk minimumbedrag is het vooral een symbolische maatregel.

‘Een verplichte stagevergoeding voor alle studenten.’ Wat een fantastische kop in alle nieuwsmedia. Eindelijk zou het kabinet het gaan regelen voor studenten. Maar wat zo mooi klinkt, blijkt in de praktijk flink tegen te vallen.

In oktober 2025 kondigde de toenmalige minister van Onderwijs, Gouke Moes, aan dat hij een verplichte stagevergoeding voor alle studenten wilde regelen. Die aankondiging kwam voor velen als een verrassing. Een BBB-minister die in een demissionaire periode zo’n ambitieus plan presenteert: het kan dus toch, zou je bijna zeggen.

Over de auteur

Gian Sakoetoe is publicist en voormalig vicevoorzitter van JOBmbo, een landelijke jongerenorganisatie die mbo-studenten een stem geeft in het onderwijs.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De aanleiding was een werkbezoek aan ROC Mondriaan. Daar sprak Moes met studenten die schrijnende verhalen vertelden over hun stage en het ontbreken van een stagevergoeding. Dat zette hem aan het denken. Hij vroeg zijn ambtenaren daarom te onderzoeken of een verplichte stagevergoeding juridisch mogelijk was.

Lobby

Vanaf dat moment begon de lobby direct op volle toeren te draaien. Werkgevers waarschuwden dat een verplichte vergoeding voor kleine ondernemers, zoals de bakker of schoenmaker op de hoek, moeilijk te dragen zou zijn. Tegelijkertijd reageerden jongerenorganisaties, vakbonden en de Tweede Kamer zichtbaar verrast op het voorstel.

Maandenlang verdween het onderwerp vervolgens van de politieke agenda, terwijl het ministerie verschillende mogelijkheden onderzocht. Moest er één minimumbedrag komen voor alle sectoren? Of juist een bedrag per sector? En hoe zou de naleving gecontroleerd moeten worden? Deze vragen werden besproken met een klankbordgroep waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd waren.

Gaandeweg veranderde bij sommige organisaties ook het perspectief. Zou een verplichte vergoeding niet leiden tot minder stageplekken? Was het uitvoerbaar? Zelfs de nieuwbakken minister Letschert liet in een interview bij Jinek doorschemeren dat zij de werkgevers hierin goed wilde meenemen.

Grote teleurstelling

En nu zijn we negen maanden verder. Minister Letschert presenteerde eindelijk haar wetsvoorstel: een verplichte stagevergoeding voor alle studenten. Op het eerste gezicht klinkt dat veelbelovend. Maar in werkelijkheid is het voorstel een grote teleurstelling.

Waarom? Omdat er geen minimumbedrag is vastgesteld. In theorie kan een bedrijf een student straks 10 euro stagevergoeding geven en daarmee aan de wet voldoen. Daarmee verschilt dit wetsvoorstel nauwelijks van de afspraken die nu al in cao’s worden gemaakt of van de afspraken uit het Stagepact mbo, afspraken die door werkgevers lang niet altijd zijn nagekomen.

De minister presenteert dit als een stevig voorstel, omdat zij een ‘stok achter de deur’ heeft. Mochten werkgevers onvoldoende stagevergoedingen aanbieden, dan kan er later alsnog een minimumbedrag worden ingevoerd. Ik zou de minister adviseren alvast een kliklijn in te richten, want die zal zij waarschijnlijk hard nodig hebben. De ervaring leert immers dat vrijwillige afspraken over betalen lang niet altijd worden nagekomen.

Gemiste kans

De reacties van betrokken organisaties waren overwegend positief. Dat is begrijpelijk: het lijkt immers alsof studenten eindelijk een wettelijke stagevergoeding krijgen. Maar juist daarom moeten we eerlijk zijn. In de huidige vorm is dit wetsvoorstel geen overwinning voor studenten, maar een gemiste kans.

Omdat dit kabinet afhankelijk is van de steun van andere partijen, is er nog ruimte om het voorstel te verbeteren. Die kans moeten we grijpen.

Tegelijkertijd laat deze discussie ook een ander probleem zien. Er zijn inmiddels zoveel organisaties die zich met stagevergoedingen bezighouden, dat iedereen de eer lijkt te willen opeisen. Uiteindelijk zou het daar niet om moeten draaien.

Het gaat er niet om wie de overwinning claimt, maar of studenten eindelijk de waardering krijgen die zij verdienen. Op dit moment lijkt juist de minister in dat krachtenveld buiten schot te blijven.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next