Home

Jort Kelder, rot op met je knuppel

Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: Jort Kelder die provocatie verwart met argumentatie.

Laat het maar aan Jort Kelder over om dezelfde matig onderbouwde stelling in één week aan twee verschillende media te verkopen. Eerst in Goedenavond Nederland (WNL), daarna in Het Financieele Dagblad: wat kan die man toch product moven. Kelder vindt dat we moeten ophouden over de loonkloof, want die krimpt al jaren en zal weldra volledig zijn gedicht. Daar ligt volgens hem het probleem niet. Het probleem is dat vrouwen te weinig kiezen voor technische studies met perspectief op goed betaalde banen. Daarbij beweert hij dat in de ooit door hemzelf bedachte Quote 500 geen één vrouw staat die haar eigen geld heeft verdiend. En daarom vraagt hij zich hardop af: waarom zijn vrouwen zo matig met geld?

Zijn argumentatie rammelt aan alle kanten, dat mag u van me aannemen. Alle begrip als u dat liever niet doet, in dat geval verwijs ik graag naar de vlijmscherpe reactie-column van zijn FD-collega Eva Schram: „Waarom zijn mannen zo slecht met feiten?” Ik voeg daar nog graag aan toe dat het wel heel nihilistisch is om te doen alsof een notering in de Quote 500 betekent dat je goed bent met geld. Zo’n notering betekent nou juist dat het niet zoveel meer uitmaakt of je goed bent met geld. Het betekent dat je goed bent met software, vastgoed of cocaïnesmokkel – een alleenstaande moeder in een huurhuis die het lukt om drie kinderen op te voeden, díé is goed met geld.

Maar dat is niet mijn probleem met Jort Kelder. Mijn probleem is dat hij provocatie verwart met argumentatie. Laat me dat uitleggen. Hij begint zijn FD-column met gezanik over de boze reacties op zijn televisieoptreden: „Sommige dingen kun je als man beter niet zeggen”. Zeg het dan ook niet, denk ik dan. Maar zo is Kelder niet, onze talkshowtijger; als hij iets wil zeggen – hou je vast! – dan zégt-ie het gewoon. Dat is zijn hele shtick: doen alsof je iets gaat zeggen wat eigenlijk niet gezegd mag worden. Zijn rubriek bij WNL heet dan ook Jorts Heilige Huisjes. Vervolgens noemt hij zijn eigen uitspraken in zijn column ook nog „ragebait voor relfeministen die mijn punt bewijzen”.

Hij kondigt dus aan dat hij ophef gaat creëren, die ophef komt er een beetje, hij zegt dat hij zich echt niet de mond laat snoeren door die ophef (goh!) en beweert ten slotte dat het ‘m juist te doen was om die ophef. Inhoudelijke kritiek zet hij weg als naïef gezeik, hij blijft gewoon beweren dat hij de waarheid heeft gesproken en dat dat blijkbaar pijn doet. Kelder gooit zonder goede reden een knuppel in het hoenderhok en als die hoenders zoiets hebben van ‘rot op met je knuppel’, kijkt hij ze besmuikt aan en zegt hij: „Kijk, en dit is dus precies mijn punt.”

Daarbij is het onbegrijpelijk dat we het Kelder toestaan dat hij zichzelf presenteert als een bekakt boefje, de belhamel in bretels, het kwajongetje van het kapitalisme. Wat is daar in vredesnaam stout aan? Waarom maakt dat hem een buitenbeentje? Nederland wordt al meer dan vijftien jaar geleid door mensen met precies dezelfde denkbeelden, de langstzittende premier die daarna NAVO-baas werd, is nota bene een van zijn beste vrienden. 

Hoe kan het dat iemand die zo dicht tegen de macht aanschuurt onze nationale provocateur mag zijn? Waarom heeft hij het recht telkens zo kort door de bocht te gaan? Hij zou vanuit zijn positie juist heel precies moeten argumenteren. Maar dat moet je voorbereiden en dat kost tijd. Tijd die je niet hebt als je zo’n beetje elke avond ergens in een talkshow moet aanschuiven.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next