Home

Hoe Donald Trump de Amerikaanse pers in het Witte Huis naar zijn hand zet

Persvrijheid Donald Trump is vrijdag eregast op het White House Correspondents’ Dinner. De president behandelt kritische media al jaren als politieke vijanden en laat hun verslaggevers vervangen door eigen activisten. Het gala maakt zichtbaar hoe de pers ongemakkelijk dicht tegen de macht aan schurkt.

Vertegenwoordigers van de media proberen het woord te krijgen op een persconferentie van president Trump in het Witte Huis.

Hutje-mutje staan tientallen journalisten langs de zijkanten van het perszaaltje van het Witte Huis geperst. Het is medio juli en zoals in alle seizoenen wijkt de temperatuur hier binnen nauwelijks af van die buiten: 36 graden Celsius vandaag. Dit is de eerste keer sinds eind april dat Karoline Leavitt, Donald Trumps bekendste woordvoerder, een persconferentie geeft. Tussendoor kreeg ze een dochter.

Na de gebruikelijke inleidende lofzang op de president wordt Leavitt niet onmiddellijk aan de tand gevoeld over de oorlog met Iran, Trumps aanhoudende en onbewezen claims over verkiezingsfraude of het schandaal van de dag: dat zijn persoonlijke teleprompt-medewerker een ton zou hebben verdiend door met voorkennis te gokken op de voorspellingenmarkt Kalshi. De eerste journalist die zij aanwijst feliciteert haar met haar baby en vraagt. „Wat is je belangrijkste tip of geheim voor vrouwen die alles willen hebben: zowel kinderen als een veeleisende carrière?”

Het krappe zaaltje aan de noordwestkant van het Witte Huis heeft 49 vaste stoeltjes met een opklapbare zitting die per medium gereserveerd zijn. Op de eerste rij zitten de televisiezenders, van CNN tot FoxNews, en de persbureaus, Reuters en – ondanks Trumps poging hen te weren – de Associated Press (AP). Daarachter zijn de radiostations en grote kranten gepositioneerd, gevolgd door enkele internationale media, politieke websites en specialistische zenders. Sommigen daarvan hebben een uitgesproken rechtse signatuur, maar er zit ook een verslaggever van een lhbtq-publicatie en een zender gericht op zwarte Amerikanen tussen. Daaromheen staan alle media die géén vaste plek hebben. Het is Leavitt die bepaalt wie vragen mag stellen.

De zitplaatsen worden nog altijd toebedeeld door de White House Correspondents’ Association (WHCA), de belangenclub met zo’n duizend leden die sinds 1914 opkomt voor journalisten die hier werken en vrijdagavond een nieuwe poging doet om met president Trump te dineren. Het oorspronkelijk geplande White House Correspondents’ Dinner werd in april verstoord door een gewapende man die nu vervolgd wordt voor een moordaanslag op de president.

Critici vinden dit (min of meer) jaarlijkse gala verwerpelijk, omdat verslaggevers daar in smokings en glitterjurken veel te innig zijn met de macht. Zeker nu de heersende macht de persvrijheid beknot, media aanklaagt en verslaggevers dagvaart – die hij toen hij elf jaar geleden de politiek in ging al tot „volksvijand” had verklaard. „Trump is op veel vlakken fundamenteel anders dan in zijn eerste termijn: machtiger, grenzelozer. Wat betreft de media is hij er duidelijk van overtuigd dat hij zou moeten kunnen dicteren wat verslaggevers doen en zeggen”, zegt Peter Baker, de senior Witte Huis-verslaggever van The New York Times. „Hij probeert systematisch en ferm de pers te intimideren en te beletten haar werk te doen.”

De journalist, die al sinds Bill Clintons presidentschap (1993-2001) het Witte Huis volgt, vond het diner ook voordat Trump aan de macht kwam ongepast. Zijn krant doet er niet aan mee. Baker: „Deze editie, deze week maakt wel heel pijnlijk duidelijk hoe slecht wij als beroepsgroep voor onszelf opkomen. Het is een diner ter ere van het eerste grondrecht (de vrijheid van meningsuiting) en de eregast is dé persoon die dat recht de afgelopen anderhalf jaar fel te lijf is gegaan”, zegt hij dinsdag aan de telefoon vanuit Florida. Hij is daar voor een van de meerdere rechtszaken die Trump tegen The New York Times heeft aangespannen.

Benaderbaar en wispelturig

NRC ging het afgelopen half jaar meermaals naar het Witte Huis om de dynamiek tussen pers en presidentiële entourage van zo dichtbij mogelijk mee te maken. Hoe is het voor Amerikaanse journalisten om op de eerste rij te zitten bij dit buitengewone presidentschap, tijdens dit moment in de geschiedenis? Om te schrijven en praten over en met een president die zowel extreem benaderbaar als extreem vijandig is?

Het zicht daarop blijft beperkt. De persruimte is onregelmatig en onvoorspelbaar toegankelijk voor buitenlandse journalisten. In het Oval Office en vliegtuig Air Force One, waar Trump zelf te bevragen is, zijn alleen verslaggevers welkom die deel uitmaken van het vaste perskorps. Sinds vorig jaar bepaalt niet de WHCA, maar de presidentiële staf wie daarin rouleren.

Wat niet helpt: bijna geen enkele journalist die hier dagelijks werkt, wil on the record praten over hoe zij of hij omgaat met de openheid, agressie en leugens van deze president. Leden van de journalistieke belangengroep willen niet in de krant. Zelfs niet om op te komen voor het tiental verslaggevers – allemaal vrouwen – die de president recent „schandalig”, „stupide” en „varkentje” heeft genoemd. Het doel van de club is, zo schrijft zij in een verklaring, „normaliteit herstellen in de verhouding tussen de regering-Trump en de pers”.

Het woord access valt veel in verontschuldigingen om een gesprek over hier werken af te houden. Iedereen lijkt bang om met één verkeerd woord de toegang tot deze presidentiële grond te verliezen. „Het is misschien nog makkelijker om te proberen geheim agenten te interviewen dan journalisten”, zegt Baker over zijn collega’s. „Geen van ons wil zelf het verhaal worden”, zegt Linda Kenyon, die elke dag in het Witte Huis kwam tot de radiozender van CBS in mei werd opgedoekt. CBS is vorig jaar overgenomen door zakenlui die met Trump bevriend zijn. Kritische journalisten zijn overgeplaatst of ontslagen.

Evident is wel: de gelijktijdige knusheid en vijandigheid tussen pers en president vindt niet alleen plaats op het gala deze vrijdag. In zekere mate is die spanning inherent aan politieke verslaggeving, waar bron en verslaggever extreem veel tijd samen doorbrengen. Zowel Trump als media die hem wel kritisch volgen, hebben bovendien baat bij goede verhoudingen én conflict. Door ophef vallen ze meer op.

Persgesprek met Karoline Leavitt, Donald Trumps bekendste woordvoerder, bij het Witte Huis.

Politieke activisten

De meest fundamentele verandering is het toevoegen van allerlei media met weinig journalistieke en veel propagandistische intenties: Daily Wire, Daily Caller, Turning Point USA, The Gateway Pundit en LindellTV. Podcasters en influencers mogen meestal de eerste vraag stellen. Binnen de overvolle perszaal en naast de bestaande perspoule die de president op de voet volgt is zo een parallel universum gecreëerd dat, zoals Baker zegt, „niet bestaat uit journalisten, maar uit politieke activisten”. Trump, heeft een eigen biotoop van vriendelijke vragen gecreëerd – niet zelden een variant op „president Trump, waarom bent u zo geweldig?”, aldus Baker.

Brian Glenn was tot voor kort vertegenwoordiger van het rechtse streamingkanaal Real America’s Voice in het Witte Huis. Hij is, zegt hij in het vroege voorjaar naast het gazon waar televisiejournalisten in groene tenten verslag doen, „een enorme bewonderaar van president Trump”. Ook al is die president er destijds net eigenhandig verantwoordelijk voor geweest dat Glenns verloofde, Afgevaardigde Marjorie Taylor-Greene, uit Washington moest vertrekken vanwege ongehoorzaamheid aan de grote leider.

Zelf werd Glenn enigszins beroemd door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky vorig jaar in het Oval Office aan te vallen omdat hij daar geen pak droeg. „Ik probeerde niet sarcastisch of bijdehand te zijn”, reflecteert hij daarop. „Ik vroeg me echt af of hij de hulp die dit land geboden heeft wel waardeerde, want dat straalde hij door zijn kleding niet uit.” Mede door de dynamiek tussen Trump, vicepresident JD Vance en zogenaamde journalisten, liep de ontmoeting met Zelensky in het Witte Huis volledig uit de hand. Glenn was meer deelnemer dan waarnemer. En daar is hij trots op.

Verwarring zaaien

Het belangrijkste voor de pers, echoot Glenn wat Trumps personeel ook steevast zegt, is „hoe benaderbaar deze president is”. Dat is waar, zeggen Baker en Kenyon. De vorige president, Joe Biden, zagen of spraken ze nauwelijks. Ondertussen kunnen zij en hun pseudojournalistieke collega’s Trump wekelijks wel ergens rechtstreeks bevragen. „Wat ik al die nieuwe influencers en bloggers probeer uit te leggen”, zegt Kenyon. „Kwantiteit is geen kwaliteit. Hoeveel komen we nu werkelijk te weten over de oorlog in Iran bijvoorbeeld? Trumps uitspraken leiden vooral tot verwarring. Alles wat deze man zegt moet gefactcheckt worden.”

Zeker zo’n groot probleem voor onafhankelijke nieuwsgaring is hoe bazen van grote media zich voegen naar Trumps wensen, al dan niet omdat ze willen dat zijn regering een fusie of overname goedkeurt. Overnames door zijn politieke vrienden, zoals vader en zoon David en Larry Ellison, die na CBS ook CNN aan hun portfolio willen toevoegen, maken zenders minder kritisch. Rechtszaken zorgen voor zelfcensuur, overplaatsingen of ontslag van journalisten die Trump niet tolereert.

Wat in en rond de persruimte vooral opvalt: een totaal gebrek aan zichtbare solidariteit tussen traditionele journalisten. Ze komen niet voor elkaar op als één van hen wordt afgeblaft of geen antwoord krijgt op een belangrijke vraag, ziet ook Kenyon: „Het is ieder voor zich en commerciële belangen voorop.”

Wanneer Leavitt haar persconferentie vorige week na veertig minuten afsluit met een tirade tegen „the major media”, rolt een schrijvende journalist in het volle zaaltje met zijn ogen en zegt: „Zo, daar zijn we weer niets wijzer van geworden”.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next