Home

‘Rafael vindt het wel prima dat ik maar dertig procent zicht heb. Die is bang dat ik bij hem wegloop als ik weer goed kan zien’

Twee maanden geleden ging Estavana Polman op haar 33ste met handbalpensioen. Twintig jaar lang werd alles voor haar geregeld, nu moet ze haar leven zelf invullen en gaat ze met ‘Raf’ – oud-voetbalinternational Rafael van der Vaart – en hun gezin een nieuw leven opbouwen in Arnhem. ‘Misschien word ik wel luizenmoeder, ja.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

Twee maanden geleden ging Estavana Polman op haar 33ste met handbalpensioen. Twintig jaar lang werd alles voor haar geregeld, nu moet ze haar leven zelf invullen en gaat ze met ‘Raf’ – oud-voetbalinternational Rafael van der Vaart – en hun gezin een nieuw leven opbouwen in Arnhem. ‘Misschien word ik wel luizenmoeder, ja.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

Het enorme televisiescherm aan de muur van het appartement van haar ouders in Arnhem staat op SBS6. Het is tien uur in de ochtend, Hart van Nederland is gaande, daarna Shownieuws. Vader Willem en moeder Winniefred zitten op de leren bank ervoor. Het oor van haar moeder stippelt onderwijl naar het gesprek van haar dochter die aan de eettafel achter haar zit. Soms breekt ze in. Bijvoorbeeld met: ‘Dit hoeft niet in de krant.’ ‘Ik noem mijn moeder weleens mijn ‘directrice’ of ‘pitbull’’, lacht Estavana Polman bij het afscheid.

Polman groeide op in de Arnhemse volksbuurt Presikhaaf, met haar vijf jaar oudere broer Timothy en haar tweelingbroer Dario die ook op hoog niveau handbalde. Haar vader werkt bij handhaving in de gemeente Arnhem, waar hij een fluorescerend vest met ‘Service & Veiligheid’ draagt, haar moeder werkte voor de KNVB en is min of meer de manager van haar dochter. In die hoedanigheid regelt ze, op stellige toon, ook veel van haar interviewafspraken – ‘een gesprek van drie uur is niet nodig, dat kan prima in twee uur’. Beide ouders waren zelf fanatieke voetballers, moeder Winniefred schopte het zelfs tot het Nederlands elftal.

Het straatschoffie uit Arnhem – zo noemt Polman zichzelf in het boek Gewoon Estavana dat onlangs verscheen – was ook al jong behendig met de bal. Op haar 5de begon ze met handbal, op haar 13de startte ze in de eredivisie en was daarmee de jongste debutant ooit. ‘Op school was ik niet echt de slimste’, vertelde ze eerder. ‘Handbal kwam als een soort redding.’

Op haar 15de werd ze gevraagd voor Jong Oranje, op haar 17de vertrok ze naar Denemarken, het mekka voor handballers. Elke avond belde ze haar ouders. Wanneer zijn aardappelen gaar? Hoe werkt de wasmachine? Ze speelde negen jaar bij de Deense club Esbjerg, de laatste vier jaar bij het Roemeense Rapid Boekarest. Met Oranje won ze in 2019 in Japan de wereldtitel en werd ze uitgeroepen tot beste speelster van het toernooi.

In 2016 kreeg ze een relatie met Rafael van der Vaart. De voetballer had gezien hoe ze na de plaatsing voor de WK-finale in 2015 door het dolle heen in de armen van Jack van Gelder sprong, en was gecharmeerd van haar ongeremde enthousiasme. Van Frits Barend kreeg hij haar nummer. Zijn eerste sms’je aan haar was: ‘Wil je met me trouwen?’ Haar reactie: ‘Alleen in gemeenschap van goederen.’

Niet lang erna werd ze moeder van dochter Jesslynn en bonusmoeder van Damián, de bij Ajax spelende zoon uit Van der Vaarts eerdere relatie met presentatrice en model Sylvie Meis. Meis komt af en toe ook voorbij in Gewoon Estavana, dat is geschreven door journalist Gerben Engelen. Bijvoorbeeld als ze in een zalencentrum, waar ook Clown Fleur haar entree maakt, de 6de verjaardag van Jesslynn mee komt vieren: ‘In een hoek van de zaal draait Sylvie Meis ongemakkelijk op een barkruk. De lengte van haar jurkje – of beter gezegd het gebrek daaraan – levert lichte uitdagingen op. Voor haar staat een glas caloriearme champagne. Zelf meegenomen uit Hamburg. Het zegt veel over haar leefstijl. Ze heeft haar lichaam tot verdienmodel gemaakt. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat ook Sylvie topsport bedrijft.’

Meis noemt Polman in het boek haar favoriete sportvrouw ooit ter wereld: ‘Beyond’, ‘Superwoman’, ‘Fucking machine.’

Het contrast tussen Meis en Van der Vaarts nieuwste geliefde is groot. Rafael vertelt: ‘Nog geen half uur nadat Estavana en ik elkaar hadden ontmoet, zei ze: ‘Waar is het toilet? Ik moet schijten.’ Toen bleek dat haar koffer niet met het vliegtuig was meegekomen, ging hij met haar shoppen bij de Zara. ‘Alles bij elkaar: 56 euro! Ik dacht dat het meisje achter de kassa pas één artikel had aangeslagen. Ik was andere prijzen gewend als ik met vrouwen ging winkelen.’

Op het moment van het interview is hun inmiddels 9-jarige dochter aan het wennen op haar nieuwe school in Nederland, daarna moet Polman haar ophalen.

Je moet over twee uur alweer weg, begreep ik.

Estavana: ’Ja. Mijn agenda staat helemaal volgepland, de directrice plant me vol.’

Haar moeder, vanaf de bank: ‘We krijgen het interview vooraf wel te zien, toch? Estavana is natuurlijk wel een flapuit.’

Estavana: ‘Soms moet mijn moeder me een beetje afremmen.’

Moeder: ‘En dan staan er dingen in waarvan ik denk: dat kan ze wel gezegd hebben, maar dat hoeft er van mij niet in. Dat is voor jullie misschien heel leuk om te publiceren, maar voor ons niet. Maar goed, we komen er vast uit. Heel veel succes.’

Ze draait haar hoofd weer richting het tv-scherm.

Hoe bevalt je pensioen?

‘Goed. Wel gek, ik besef nog niet echt dat mijn handbalcarrière voorbij is. Als de wedstrijden weer beginnen zal het wel even lastig zijn, maar elke dag trainen en helemaal doodgaan mis ik absoluut niet. Daar zag ik altijd torenhoog tegenop.

‘Ik hoop vooral dat als alles een beetje gesetteld is en we straks ons eigen huis hebben, ik mijn weg vind in mijn nieuwe bestaan. Ik was 13 toen ik in de eredivisie ging spelen en nu ben ik 33, al die tijd is alles voor me ingevuld. Trainingen, wedstrijden, vliegtickets, hotels, het werd allemaal voor me geregeld. Nu moet ik mijn leven zelf gaan invullen. Ik denk dat ik daar wel even tijd voor nodig heb. Voor nu ben ik vooral erg blij dat ik die kleine weer zelf naar school kan brengen en niet naar een training hoef. En dat ik haar zelf weer kan halen en lekker het eten kan klaarmaken, en Damy kan zien spelen.’

Zie je jezelf straks luizenmoeder worden op de basisschool van je dochter?

‘Dat zou ik best leuk vinden ja. Maar ik weet nog niet zo goed wat ik straks allemaal ga doen. Nu zijn we vooral nog aan het zwerven, we leven uit onze koffers. We moeten van alles afronden in Roemenië en dan straks met een schone lei in Nederland beginnen.’

Hoe vind je de biografie die over je is geschreven?

‘Ik heb ’m niet gelezen. Ik vertrouw volledig op Gerben. Ik zei: ‘Jij maakt het boek, ik doe mijn verhaal, en ik ga er helemaal vanuit dat het dan goed is.’

Je moeder heeft het wel gelezen toch?

‘Ja. Hij stuurde haar elke keer een nieuw hoofdstuk. Voor haar is het wel raar om te lezen, want ze kent de verhalen al. Maar een vriendin die het las zei: ik krijg er kippenvel van.’

‘We verschuilen ons nu vaak achter het feit dat we ver weg wonen’, zeg je in je boek. ‘Dan hoef je vriendschappen wat minder te onderhouden. Daar zijn Raf en ik allebei niet zo goed in.’

‘Ja. De vriendinnen die ik heb, hebben allemaal kinderen en die zijn straks allemaal jarig, ik heb gezegd: ‘Ik zeg nu alvast sorry voor als ik het allemaal vergeet.’ Maar voortaan zit ik sowieso elke zaterdagochtend met mijn familie bij oma in het bejaardentehuis, vaak met veertien man.’

Kijk je daar naar uit?

‘Ja, want oma wordt ook ouder. Dat heb ik meegenomen in mijn beslissing om te stoppen. Ik had misschien nog wel twee jaar door kunnen gaan, maar op een gegeven moment voel je: het is goed zo. Ik heb in het verleden zware blessures gehad, dat ik uiteindelijk toch zelf die keuze heb kunnen maken, geeft me rust.’

‘Raf probeert me nog elke week over te halen om door te gaan’, vertel je in je boek.

Ja, hij zei steeds: ‘Es, ga zo lang mogelijk door als je kan, want het is het mooiste wat je kan overkomen.’ Misschien is dat voor een vrouw anders dan voor een man. Ik wilde terug en lekker dicht bij de kinderen zijn. Ik wilde die verplichtingen niet meer.’

Wat bedoel je met dat het misschien wel een verschil is tussen mannen en vrouwen?

‘Ik ga er niet om liegen dat ik nog wel een kleintje zou willen als het ons gegund is.’ Lachend: ‘Dit wordt natuurlijk weer de kop in alle roddelbladen.’ En ik wil graag in de buurt van Jesslynn (9) en Damián (20) zijn. Dat is voor een man anders dan voor een vrouw, denk ik. Als ik handbal, ben ik vaak in het weekend van huis. Mijn carrière was een cadeautje, maar nu wil ik gewoon lekker thuis zijn.’

Wat voor fysieke klachten heb je aan je handbalcarrière overgehouden?

‘Een verrotte knie en een heel zwakke rug. Ik heb elke dag pijn en dat wordt niet minder. Je denkt dat die afneemt als je stopt met sporten, maar dat is onzin, want de spier gaat weg als je niet meer traint. En ik ben niet het type dat graag in een sportschool zit, ook niet tijdens mijn carrière. Het spelletje vond ik het leukst, gewichten heffen niet.’

Tien jaar geleden kreeg je tijdens een competitiewedstrijd last van hartklachten en bleek je een hartritmestoornis te hebben. Merk je dat je hart nu rustiger is?

‘De laatste tijd is er veel stress geweest van het verhuizen, dat helpt niet. De eerste keer dat je hart op hol slaat is het heel eng. Je denkt: is dit het dan? Stopt-ie ermee? Ik heb mezelf aangeleerd om dan rustig te gaan zitten ademen, maar zodra hij overslaat schrik je toch weer. Dat blijft vreselijk. Ik heb het vaak als ik in bed lig. Of op de bank.’

Je bleek ook maar 30 procent zicht te hebben. Rafael vindt dat wel prima, vertel je in je boek. ‘Die is bang dat ik bij hem wegloop als ik weer goed kan zien.’

‘Ja, ik had veel hoofdpijn en ging naar een oogdokter. Die schrok van de meting. Ik durfde er tijdens mijn carrière alleen niets aan te doen omdat ik bang was dat ik daarna niet meer kon vangen omdat ik geen diepte meer zie. En nu komt het er niet van doordat ik bang ben voor injectienaalden.’

Voor pijnstillers ben je niet bang, je slikte je daar het ongans aan. Toen je enkel was verzwikt en je per se wilde spelen, nam je extra pillen en voelde je niet dat je je kuitspier op twee plekken scheurde.

‘Als topsporter ga je vaak over je grenzen heen. Is dat gezond? Nee. Sporten is gezond, topsport niet. Of ik het zo weer zou doen? Ja. Of ik het mijn dochter zou aanraden? Absoluut niet. Maar als je jong bent, ben je zo gedreven en wil je elke wedstrijd spelen. Dan gooi je er een paracetamolletje in en bijt je erdoorheen.

‘Handbal is een blessuregevoelige sport. Het is snel, met een hoge belasting voor je knieën. Het is veel springen en hard fysiek contact tussen de spelers. Ik ben blij dat ik pas op het laatst veel blessures heb gekregen. In het begin had ik een paar keer een gebroken neus en een vingertje uit de kom, maar dat is part of the job. Daarvoor betaal je wel een prijs na je carrière.’

Was het je waard?

‘Honderd procent. Ik heb echt genoten van mijn carrière.’

Een hobbel in die carrière was een conflict met je trainer in Denemarken, die je contract verbrak na een aanvaring met de assistent-coach.

‘Ja, dat heb ik als erg pijnlijk ervaren. Ik zag die club Esbjerg echt als mijn familie. Ik ben daar als klein meisje groot geworden. Ik denk dat het makkelijk opgelost had kunnen worden met een goed gesprek. Maar dat is er nooit gekomen.’

Het begon uiteindelijk met iets kleins, namelijk dat die assistent net iets te bitchy zei: ga warmlopen.

‘Ja. Dat het uiteindelijk zo is geëscaleerd, komt ook doordat de media zich ermee bemoeiden. Ik snap niet waarom hij niet gewoon eerlijk heeft gezegd waarom hij mij uit het team wilde. Ik heb ervan geleerd: wat er ook is gebeurd, ga een gesprek aan. Schud elkaar de hand en zeg: we gaan verder, maar niet meer met elkaar.’

In de Deense cultuur is het ongebruikelijker om je uit te spreken, begreep ik.

‘Ja, Nederlanders zijn heel direct. Als ik een probleem heb, spreek ik het uit. Dat is hoe ik ben opgevoed. In de Scandinavische cultuur is dat anders, en dat heeft gebotst.’

‘Zelf had ik ook minder fel kunnen reageren, maar daarvoor heb ik me de dag erna verontschuldigd. Op dat moment zit je zo hoog in je emotie dat je verkeerde beslissingen neemt.’

De mensen om je heen zeiden unaniem: Estavana volgt altijd haar gevoel.

‘Ja, altijd. Als je op je gevoel een keuze maakt die achteraf niet goed blijkt, dan heb je in ieder geval je gevoel gevolgd.’

Is dat zelfvertrouwen aangeboren?

‘Ehm, ja. Dat denk ik wel. Ik vind dat wel een cadeautje. Ik voel mezelf gewoon erg goed. Ik ben oké met mezelf.’

Jullie hebben als gezin een ernstig auto-ongeluk gehad. Heeft dat er ook toe geleid dat je beter bent geworden in relativeren?

‘Dat heeft wel meegespeeld ja. Als je 16 bent en een auto-ongeluk krijgt, is dat wel iets heftigs in je leven. Maar ook toen was het: oké, het is gebeurd, we gaan ervoor. Rug gebroken? Oké. Opnieuw leren lopen? Oké. Je beseft op die leeftijd niet dat het fout kan aflopen. Dan ben je nog naïef. Maar ook daar word je heel snel volwassen in. Je denkt: een broodje pindakaas of een broodje hagelslag? Wat maak je je druk? Pleur wat op dat broodje.’

Is handbal altijd je redding geweest? Ook als je in je eentje in het buitenland zat en je ouders miste?

‘Ja. Maar er waren ook slechte periodes. Ik belde weleens naar huis en zei: ‘Jezus, waarom zit ik hier?’ Mijn moeder zei dan altijd: ‘Dan kom je toch terug? Ga je hier lekker werken, van 8 tot 5.’ Dan dacht ik al snel: nee, dit is wel heel erg leuk wat ik doe.

‘En ik heb natuurlijk fantastische momenten meegemaakt. Zoals het wereldkampioenschap in Japan. Ik vind vooral de weg die we met het Nederlands team hebben afgelegd geweldig. Toen we in 2015 zilver wonnen, kregen we bij terugkomst in Nederland allemaal een Rituals-pakket cadeau. Als je dat aan andere sporters vertelt, zeggen ze: wat!? We waren dolblij toen we voor het eerst een bakje koffie op rekening mochten bestellen, dát waren hoogtepunten.’

En dieptepunten?

‘Mijn blessures. Ik heb twee heel zware blessures gehad, twee keer is mijn kruisband gescheurd bij dezelfde knie. Dat in combinatie met dat het zo vervelend is afgelopen in Esbjerg.’

De keer dat je niet werd opgesteld voor Oranje noem je niet als dieptepunt. De nieuwe bondscoach Henrik Signell liet je telefonisch weten dat je niet was geselecteerd voor het EK, hij wilde een keer voor andere spelers kiezen.

‘Voor die gebrekkige communicatie heeft hij later zijn excuses aangeboden. Dan is het voor mij prima. Twee jaar later heb ik het WK in eigen land gespeeld en was het allemaal weer goed.’

Dat klinkt heel beheerst, terwijl je soms ook met stoelen kan smijten. Rafael zei eens tegen je: ‘Es, alsjeblieft: doe het nou niet. Schop gewoon níét tegen die stoel. Waarom moet je schoppen tegen die stoel?’

‘Ik heb weleens met een stoel gegooid, ja.’

Hij is verder de emotionele van jullie twee, toch?

‘Ja. Ik ben ook emotioneel, maar ik ben niet zo’n jankerd. Raf kan dat echt heel makkelijk. Dan kom ik thuis en dan zit-ie in tranen Spoorloos te kijken. O kijk nou, wat mooi!, roept hij dan. Als je iets moois zegt, kan hij al gaan huilen. Dat is mooi, alleen heb ik dat zelf niet zo. Ik ben wel emotioneel, maar ik ben niet zo dat ik het laat gaan. Het is niet dat ik nooit heb gejankt hoor, ik heb heus weleens gejankt. Ik ben geen Elsa, een ijskoningin.’

Heb je enig idee wat je nu wil gaan doen?

‘Ik ben met twee spelers een management voor jonge talenten begonnen, dat vind ik erg leuk. Verder ga ik gewoon rustig kijken. Het is heel fijn dat iedereen zo lovend is over mijn tv-optredens, maar ik wil iets doen wat bij me past. Ik heb af en toe ook een schop onder mijn hol nodig, want ik vind alles spannend. Een bal kon ik met mijn ogen dicht vangen, daar denk je niet over na, maar bij alles wat nu op me afkomt denk ik: kan ik het wel? Mijn moeder zei laatst dat ik een praatje tijdens een diploma-uitreiking moest doen. Dat was mijn allereerste keer, ik was zo schijtzenuwachtig dat ik op voorhand boos riep: waarom zet je me daar ook neer! Maar ja, op het einde vond ik het toch wel leuk.’

Toen je bij Eva Jinek te gast was zei zij: je moet gaan presenteren.

‘Ja. Maar presenteren vind ik wel een vak apart. Ik zie mezelf wel aanschuiven bij VI, waar ik vaste tafelgast word, maar niet als presentatrice de autocue voorlezen. Bij het SBS-programma Beter laat dan nooit was ik meer reisleider dan presentator. Je gaat lekker op reis, lekker eten, lullen en uiteindelijk vergeet je die camera’s. Nou, dat is niet helemaal waar, bij het eerste interview had ik echt een hartslag van 200.’

Jullie hebben jullie huis in Nederland vanuit Roemenië gekocht, begreep ik.

‘Ja. Via videobellen. Wij zaten in Boekarest en mijn ouders en mijn schoonouders in het huis. Gek hè? Maar ik ben er superblij mee. Het is in Huissen, een stadje met een dorpsgevoel. Raf bemoeit zich er verder niet mee. Ik heb hem gisteren een foto doorgestuurd van de bank. ‘Oké schat’, zegt hij dan. ‘Als jij je fijn voelt, voel ik me ook fijn.’

Ben je goed in huizen inrichten?

‘Helemaal niet. Superslecht juist. Maar daar krijg ik hulp bij. En ik vraag aan mamma, aan mijn schoonmoeder en aan mijn vriendinnen wat zij ervan vinden. Maar als we een lekkere bank hebben en we kunnen er slapen, dan is het toch goed?’

Ga je het missen dat je je moeder minder hoeft te bellen om van alles te regelen voor je handbal?

‘Mamma zegt weleens: ‘We belden soms wel acht of tien keer per dag, straks bel je me niet meer zoveel.’ ‘Maar mam’, zei ik, ‘nu woon ik heel dichtbij.’ ‘Ja maar het is toch anders’, zegt ze dan. Nu doet mijn moeder, mijn directrice, al mijn deals, dus in dat opzicht heb ik haar elke dag nodig. We hebben nog iemand erbij die contractueel veel dingen fixt, maar je moeder vertrouw je voor 100 procent. Een beter iemand kun je daar niet voor krijgen. Dus zolang ze het nog kan doen, mag ze het ook blijven doen en lekker overal mee naartoe. Ik vind het heel fijn, ik hoop jij ook mam.’

Moeder knikt instemmend.

Estavana, lachend: ‘Ik geef haar weleens stress, hoor. En als ik stress heb, dan geef ik haar overal de schuld van, maar uiteindelijk...’

Moeder vult in: ‘Komt het goed.’

Nadat je een tijdje met Rafael zat te sms’en en facetimen, ging je vrij snel naar Sevilla voor je eerste date met hem. Bel je dan je moeder om te overleggen: zal ik dit wel doen?

‘Nee, toen het nog pril was, liep ik elke keer weg om met hem te bellen. Ik belde tot ’s nachts, dat doe je natuurlijk in het begin. Op een gegeven moment zei ik wel: ‘Mamma, ik heb iemand ontmoet.’ Dat was voor haar geen verrassing, ze wist het vanaf het begin.’

Stond ze erachter dat je ging?

‘Ja, maar uiteindelijk is dat natuurlijk mijn eigen keuze. Ik wilde vooral kijken hoe hij was. Het leek alsof we elkaar al jaren kenden doordat we dag in dag uit via Facetime zo intensief contact hadden, maar een ontmoeting was er nog niet geweest. Toevallig had ik een vrij weekend, dat heb je niet vaak in de topsport, en toen was het: oké, dan is het nu of pas over een maand of zes, wat gaan we doen? ‘Kom, kom!’, zei hij. En toen was het gelijk heel fijn. En na tien jaar is het dat nog steeds.’

Moest je wennen dat jullie relatie meteen in de media stond?

‘Dat was gek, ja. Eerst stond er: Raf met blondine, vijf minuten later stond mijn naam erbij. Vooral in Spanje was het heftig met de paparazzi die me gingen volgen. Ook mijn ouders moesten daaraan wennen, het was overweldigend. Die waren in eerste instantie niet heel blij met mijn relatie met Raf. Nu wel, nu zijn ze hartstikke blij met hem.’

Heb je van Rafael kunnen leren hoe je met roem omgaat?

‘Ja, hij vond het in het begin wel lastig om het mij te vertellen. Hij zei: ‘Ik wist natuurlijk wel dat jij niet veel van mijn roem doorhad.’ Er zit tien jaar leeftijdsverschil tussen ons en ik was altijd met handbal bezig in plaats van met het nieuws, dus ik heb niet alles meegekregen van zijn voetbalcarrière. Hij zei: ‘Ik wilde me niet zo arrogant opstellen en meteen zeggen: Je kan wel komen, maar de pers staat wel te wachten.’

‘Ik durfde in het begin nauwelijks meer over straat te lopen, ik schaamde me en dacht: wat zullen die mensen wel niet denken? Ik wist niet eens meer hóé ik moest lopen, ik ging me heel gek bewegen. Toen de paparazzi achter me aan gingen rijden, ging ik van de stress door rood rijden. Op een gegeven moment ben ik gestopt en heb geroepen: ‘Sporen jullie wel?!’ Ik werd zo boos, ik dacht: doe effe normaal. Daar lachen we nu om, maar toen dacht ik echt: in welke wereld ben ik terechtgekomen?’

Voetbal betaalt bij de mannen duizend keer beter dan handbal.

‘Een miljoen keer.’

Was het wennen om een relatie te hebben met iemand wiens verdiensten in geen verhouding staan tot die van jou? Dat je in principe wel alles fiftyfifty wil afrekenen, maar dat dat op een gegeven moment gewoon niet meer lukt door dat torenhoge verschil?

‘Nee hoor, daar heb ik nooit moeite mee gehad. We doen het gewoon fiftyfifty. Raf is geen man die zegt: ‘Ik moet betalen.’ Ik mag gewoon betalen. En ik kan ook gewoon betalen. Het is niet zo dat we niks verdienen als handbalsters, ik verdiende een prima salaris.’

Dus als jij een huis hier in de buurt uitkiest, dan kies je iets wat ook binnen jouw budget past?

‘Nou ja, je gaat daarover wel met elkaar in gesprek.’

Moeder: ‘Dit hoeft niet in de krant, dat is toch helemaal niet van belang.’

Estavana: ‘O, mijn moeder zegt dat dit niet van belang is, maar nee, dat is niet iets waar wij ons druk om maken. Ik ben gewoon iemand die denkt: als we uit eten gaan en ik neem je mee, dan neem ik je mee.’

Je moeder zei: ik heb eerst mijn kinderen, en dan komt er een hele tijd niks, en dan pas komen vrienden. Sta jij er ook zo in?

‘Mijn moeder is heel extreem. Ik heb het ook, maar wel ietsje minder. Ik heb eerst mijn kinderen, en daarna een stukje niks. Maar bij haar is het heel lang niks.’

Ik zie je vader lachen.

‘Ja, maar ik vind dat wel iets heel moois van haar. Ik hoef nooit te twijfelen of ze er voor me is. En dat betekent niet dat mijn ouders niet kritisch kunnen zijn. Mijn moeder heeft een duidelijke mening. Ik hoefde me niet te misdragen in het veld. Dan keken mijn ouders me niet meer aan. Dan kon ik twaalf keer raak schieten, maar dan was het: wegwezen jij. Maar verder hebben ze me altijd gesteund, in alles wat ik deed.’

Emoties liggen bij de familie Polman niet aan de oppervlakte, schrijft Gerben Engelen over jullie in het boek.

Dat klopt. We gaan hier niet met z’n allen aan de eettafel lopen janken als er iets gebeurt.’

Moeder: ‘Emoties uiten hoeft niet per se huilen te zijn.’

Estavana: ‘Ja, maar dat koppelt men wel aan huilen. En het is gewoon niet zo dat wij over alles huilen. Nee, dan zeg ik: hou eens op joh, met dat gejank. Ik laat mijn emoties gewoon niet zo gaan. Dat komt ook doordat mijn ouders dat niet hebben, of laten zien. Huilen is toch een beetje voor jezelf. Ik zeg niet dat het goed is, maar zo zijn wij.’

Een emotie kan ook zelftwijfel zijn.

‘O, nou, dat hebben we ook niet heel erg.’

Ik zie jullie allebei opeens met een vies gezicht kijken.

‘Ik weet ook niet goed wat ik daarop moet antwoorden. Het is toch heel simpel om te weten wat je voelt?’

‘Estavana spreekt gedoe uit en is het daarna ook meteen kwijt’, zei je moeder.

‘Ja, in dat opzicht lijk ik meer op een vent. Ik blijf niet zo lang in gedoe hangen. Al ben ik niet helemaal een empty head hoor, er spelen heus weleens dingen in mijn hoofd. Maar je kunt het jezelf erg moeilijk maken. Als ik in mijn hoofd ga zitten, dan wil ik er zo snel mogelijk weer uit, want dan zie ik allemaal beren. Dan denk ik: pfoe, wat een gedoe joh. Ik laat dat gewoon niet toe. Dan maak je jezelf toch alleen maar ongelukkig? En natuurlijk heb ik me heus weleens kwetsbaar gevoeld. Maar niet te vaak.’

Moeder: ‘We moeten er een eind aan draaien.’

Estavana: ‘Nou, stuur het maar als je het af hebt. Naar mijn moeder dan, ik lees nooit iets.’

3 augustus 1992 Geboren in Arnhem.
1998-2004 John F. Kennedyschool, Presikhaaf.
2005-2007 Mavo in Arnhem.
2005 Jongste debutante ooit in de eredivisie, bij AAC 1899.
2007 Interne opleiding HandbalAcademie Papendal.
2011 Debuteerde in het Nederlandse team, WK.
2013 Overstap naar Team Esbjerg (Denemarken), WK.
2015 Zilver op het WK in Denemarken.
2016 Deelname Olympische Spelen Rio de Janeiro.
2019 Wereldkampioen en uitgeroepen tot beste speelster van het toernooi (Japan).
2022 Conflict en vertrek bij Team Esbjerg, na een tussenstop bij Nykøbing Falster gevolgd door een overstap naar Rapid Boekarest.
2023 Presentator SBS6-programma Beter laat dan nooit, waarin ze samen met Frits Barend, Edwin Rutten en Ad Visser op reis ging door Azië.
2024 Deelname Olympische Spelen Parijs, nominatie Televizier-Ring Talent.
2025 WK, waarna ze stopt bij Oranje.
22 mei 2026 Speelt laatste wedstrijd voor Rapid Boekarest en maakt bekend te stoppen met handbal.
2026 Verschijning boek Gewoon Estavana bij Uitgeverij Inside.

Ze heeft een relatie met Rafael van der Vaart met wie ze een dochter heeft, en woont tijdelijk overal en nergens.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next