Home

De geschiedenis van de stad Moskou haalt Poetins geopolitieke verlangens onderuit

Rusland Princeton-hoogleraar Simon Morrison schreef een indrukwekkende geschiedenis van de stad Moskou, vanaf de tijd dat het een armzalig fort in een dicht woud was tot aan het bruisende heden.

Het Kremlin gezien vanaf de Moskva-rivier in de jaren tachtig van de 18de eeuw.

‘Zelden is een volk omringd geweest door zo veel vormen van dweperij: op elke straathoek wonderdoende iconen, overal kerken, priesters, kloosters, pelgrims, bedelaars, dieven en nutteloze huisbedienden.’ Met die woorden omschreef tsarina Catharina de Grote rond 1775 het door haar verafschuwde Moskou. Vastbesloten de stad beschaving bij te brengen, gaf de uit het Duitse Stettin komende vorstin opdracht voor de bouw van een theater voor een gewoon, dat wil zeggen niet-adellijk publiek. Op die manier zou Moskou mogelijk invloedrijke lieden aantrekken, die de stad naar het niveau van het kosmopolitische Sint-Petersburg konden tillen.

In 1776 werd de rondreizende Engelse goochelaar en theaterentrepreneur Michael Maddox, de wiskundeleraar van Catharina’s zoon Paul, gevraagd dat theater neer te zetten. Vijf maanden later stond het op de plek achter het huidige Bolsjojtheater. Vanaf dat moment konden niet alleen aristocraten in hun privétheaters, maar ook gewone Russen van komische opera’s, balletten, maskerades en toneelstukken van Shakespeare genieten. 

Simon Morrison: Moskou. Een duizendjarige geschiedenis. (A Kingdom and a Village). Vert. André Haacke en Ruud van der Helm. Meulenhoff, 544 blz.

€ 39,99

Toch kon Maddox niet concurreren met zowel de Keizerlijke Theaters in Sint-Petersburg, die zijn beste acteurs wegkochten, als de uit lijfeigenen bestaande toneelgezelschappen van de Moskouse adel. Op een gegeven moment was hij dan ook blut en kon hij zijn personeel niet meer betalen. Zijn theater raakte in verval. Hij mocht van geluk spreken toen het in 1805 afbrandde en hij zich, door de tsarina beschermd tegen de volkswoede, kon terugtrekken op zijn datsja. Op de puinhopen van Maddox’ schepping verrees in 1825 het Bolsjojtheater, een toonbeeld van imperiale pracht en praal, dat overigens in 1835 eveneens zou afbranden om daarna in een kleine twintig jaar tijd nog mooier te worden herbouwd. 

De met tal van historische anekdotes omgeven ontstaansgeschiedenis van het Bolsjojtheater is een van de vele smakelijke verhalen die de Canadese musicoloog en slavist Simon Morrison ophoest in zijn voortreffelijk onderzochte en soepel geschreven Moskou. Een duizendjarige geschiedenis. Morrison is niet van de straat. Als kenner van de cultuur- en met name de muziekgeschiedenis van zowel het tsaristische Rusland als de Sovjet-Unie publiceerde hij eerder boeken over de componisten Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, Sergej Prokofjev en diens eerste vrouw Lina. Ook schreef hij over het ballet van het Bolsjojtheater. Zijn kennis van het Moskouse theaterleven komt hem goed van pas, want die levert de spannendste en tevens levendigste hoofdstukken in zijn nieuwe boek op. 

Nieuwe verhalen

Bij het lezen van Moskou besef je dat de hele Russische geschiedenis zich voornamelijk rondom die stad concentreert. Veel van wat Morrison in de eerste 150 bladzijden beschrijft is dan ook niet nieuw. Maar hij doet dat echter met verve en zo’n kennis van zaken, dat je je geen moment verveelt. Voortdurend stuit je op nieuwe verhalen en anekdotes, die je inzicht in de wrede en tevens rijke Russische geschiedenis verdiepen.

Morrison ontkomt niet aan het vertellen van de ontstaansgeschiedenis van wat uiteindelijk het grootste land ter wereld zou worden. Daarbij benadrukt hij dat die door allerlei elkaar tegensprekende mythes wordt omgeven, zoals in het geval van het Kievse Roes, een statenbond die zich tussen 862 en 1242 uitstrekte van de Zwarte Zee tot aan de Finse Golf en die in de loop der eeuwen geleidelijk in verval raakte. De Russische president Poetin en zijn volgelingen gaan er prat op dat het huidige Rusland uit dit Kievse Roes voortkomt. Het is een van de hardnekkige uitgangspunten voor de huidige oorlog van Rusland tegen Oekraïne.

Morrison maakt korte metten met die opvatting. Hij doet dat door erop te wijzen dat het grootvorstendom Moskou, waar het huidige Rusland wel zijn wortels heeft, in de tijd van het Kievse Roes slechts een door moerassen en dichte bossen omgeven, onbeduidend fort was. Pas in de loop van de Mongoolse overheersing en dan met name vanaf de vijftiende eeuw wisten de Moskouse heersers dankzij listige afspraken met de Mongolen en annexatie van andere vorstendommen hun positie te versterken en een dominante machtsfactor te worden. Je kunt het niet vaak genoeg herhalen om de argumenten onderuit te halen van degenen die begrip voor Poetin durven op te brengen.

Grote brand

Moskou zelf komt bij Morrison pas uit de verf na de grote brand van 1365, die weinig van de stad overlaat. Hij duikt nu in de wederopbouwgeschiedenis en dat levert interessante passages op, zoals over de aanleg, onder Ivan de Verschrikkelijke, van een tien kilometer lang netwerk van vestingwerken. De schaarse resten ervan kun je nog altijd terugvinden in het huidige Moskouse centrum. 

Vanaf dat moment lardeert Morrison zijn verhaal met allerlei boeiende anekdotes. Zo is er het verhaal van Vanka Osipov, een achttiende-eeuwse volksheld, die stal van de rijken en alles, anders dan Robin Hood, aan zichzelf schonk. Zijn overgeleverde avonturen zijn een mix van volksverhalen over dieven zoals hij. Ze bezorgden hem onder meer een plaats in Poesjkins roman De kapiteinsdochter. Zoiets zal Willem Holleder niet zo gauw overkomen. 

Aan de hand van Vanka vertelt Morrison ook op originele manier de geschiedenis van het Moskouse gevangeniswezen. De primitieve toestand daarvan is tot op de dag van vandaag te ervaren. Voor zulke verhalen waarin het verleden aan het heden wordt gespiegeld, wil je dit boek ook lezen.

Morrison weet nog meer behartigenswaardigs te vertellen. Zo haalt hij een boek uit 1927 aan van de Moskouse stadshistoricus Ivan Beloesov, waarin deze over de arme wijk Zarjadje schrijft, ten zuidoosten van het Kremlin. Het is een vrij onbekende geschiedenis van een verdwenen wijk, waar na de opheffing in 1821 van de ban die Joden verbood om zich in Rusland te vestigen, een omvangrijke Joodse gemeenschap van handelslieden ontstond met een grote synagoge. Toen in de loop der jaren de positie van buitenlanders in Rusland steeds meer ter discussie werd gesteld, raakten die Joden hiervan het slachtoffer. In 1891-’92 werden ze dan ook uit Zarjadje verdreven en deels weer naar het Joodse vestigingsgebied van de Paal (in Litouwen, Belarus en Oekraïne) of het buitenland gestuurd.

De gevolgen waren desastreus voor heel Rusland, want door die uitzetting zakte de koers van de roebel en op de beurs van Parijs kelderden Russische aandelen, omdat financier James de Rothschild als represaille een grote lening aan Rusland niet liet doorgaan. Onder Stalin zou de wijk worden afgebroken.

Ook wijst Morrison je op de geschiedvervalsing in het huidige, hypermoderne Joods Museum in Moskou. Ieder controversieel onderwerp, zoals het grote aantal Joden dat tot midden jaren dertig hoge functies bekleedde binnen de bolsjewistische elite of het antisemitisme van Stalin, wordt er uit de weg gegaan. Over de Joden in Zarjadje rept het museum zelfs met geen woord. Het zijn precies zulke verhalen die Moskou. Een duizendjarige geschiedenis meer dan de moeite waard maken. Zelfs voor doorgewinterde Ruslandkenners.

Rusland

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next