Noorse literatuur De schrijvers Gaute Heivoll en Tarjei Vesaas zijn meesters in het beschrijven van tragische familielevens. De eerste doet dat met een ingehouden stijl, de tweede met veel spanning.
Op het Noorse platteland is de spanning om te snijden.
Dit is de mooiste zin als begin van een grote liefdesroman: het dienstmeisje Ingeborg van de Noorse Hesland-boerderij vraagt aan de jongen die plots naast haar komt lopen: „Ben jij het?” Ze vraagt het met een glimlach. Het is een lenteavond en de jongen Johannes is verliefd op haar en vooral bang haar kwijt te raken nog voordat hij haar heeft gekust: „Hij had geen idee hoe je een vrouw kuste, maar toen zij naar hem toe leunde en haar mond dicht bij de zijne bracht, was het alsof hij het precies op dat ogenblik toch wist.”
Tarjei Vesaas: Lentenacht. (Vårnatt) Vert. Marin Mars. Oevers, 220 blz. € 22,-
De epische roman Mijn tijd in deze bossen door de Noorse auteur Gaute Heivoll (1978) bestrijkt de decennia tussen de jaren dertig en jaren zeventig van de vorige eeuw. De tragiek van deze roman is dat Ingeborg gedurende hun latere huwelijksleven aan raadselachtige zenuwziektes gaat lijden waarvoor ze opgenomen wordt in een inrichting. Johannes’ liefde vermindert er niet door.
Dezelfde thema’s treffen we aan in Lentenacht (1954) van de Noorse bijna-Nobelprijswinnaar Tarjei Vesaas (1897-1970). Hier geldt de grote, begripvolle genegenheid van de veertienjarige Hallstein voor zijn oudere zus Sissel. Zoals Heivoll meester is van ingehouden proza waarin bladzijdenlang ogenschijnlijk weinig gebeurt, is Vesaas meester van de spanning. Eerdere romans als Het ijspaleis en De kiem kennen vergelijkbare motieven als angst, schuld, spookachtige dreiging. In Lentenacht (dat eigenlijk Nachtwacht heet en in 1976 door regisseur Erik Solbakken onder de titel Spring Night werd verfilmd) blijven broer en zus een avond alleen achter in het alleenstaande ouderlijk huis. Ze verheugen zich op de stille uren samen.
Gaute Heivoll: Mijn tijd in deze bossen. (Min tid i disse skogene) Vert. Liesbeth Huijer. De Bezige Bij, 432 blz. € 29,99
Maar dan gebeurt er van alles: in het donker stopt een auto met pech voor de deur. De familie aan boord is compleet verknipt: een jonge vrouw Kirstine die zogenaamd doof en invalide is, haar verwarde oudere echtgenoot, de boosaardige Karl en zijn hoogzwangere vrouw Grethe die moet bevallen. En dan is er nog Gudrun, een lieftallig en stralend meisje dat de leeftijd van Hallstein heeft. In de turbulentie die volgt biedt zij de jongen liefdevol houvast. De tics van de ongenode gasten maakt de situatie ronduit eng: de een simuleert haar stomheid, de ander voert iets in zijn schild en de oude verwarde Hjalmar kan zijn mond niet houden, almaar onzin uitkramend fladdert hij in en rond het huis. Het vijftal overrompelt broer en zus. De angst die Kirstine voelt voor Karl – hij gaat me vannacht iets aandoen – slaat op Hallstein over en hij wil haar beschermen.
Evenals in Het ijspaleis bouwt Vesaas een bijna ondraaglijke spanning op, te beginnen met verwachtingsvolle blijheid en jeugdige onschuld die geleidelijk aan op verpletterende wijze kapotgaat. Als Karl uiteindelijk de defecte auto aan de praat krijgt en de motor sputterend op gang komt, dreigt hij zijn boze plan uit te voeren. De suspense is vergelijkbaar met Heivolls roman. Ook hier is de plaats van handeling een geïsoleerde woning, een boerderij die generaties tot het bezit van de familie behoort. Ook Johannes wil koesteren en beschermen, in dit geval zijn vrouw Ingeborg maar ook de boerderij. Hij moet machteloos toezien hoe haar zielsziekte met kinderloosheid tot gevolg haar vervreemdt van haar man en de dorpsgenoten.
Deze roman gaat over veel meer dan de diepe trouw van Johannes voor Ingeborg. De tijd die het boek omspant, biedt een weergave van het plattelandsleven. De eerste auto rijdt over de landweg, er komt een tractor, paarden worden overbodig, de nieuwe geïndustrialiseerde tijd breekt aan. Dat speelt zich eerder op de achtergrond af. Het is ongemeen knap van Heivoll dat hij ruim vierhonderd bladzijden lang de lezer meeneemt in een vertelling over liefde en compassie. En de bossen uit die titel? Die zijn eerder symbolisch, een soort eenzaam zingende bossen die Johannes troost bieden.