Malend met zijn benen, afwisselend zittend en staand, perst de Ecuadoraan er in de 18de etappe van de Tour de France alles uit. Zijn medevluchters blijken machteloos.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen. Ze volgt dit jaar de Tour de France.
Op de flanken van Orcières-Merlette doet Richard Carapaz wat hij deze Tour de France al zo vaak deed: aanvallen. Alleen houdt niemand hem dit keer bij.
Voor de klassementsrenners is de rit naar het skioord Orcières-Merlette een etappe waaraan ze niet vaak zullen terugdenken. Voor Carapaz ligt dat wel anders. Eindelijk werd zijn aanvalslust beloond met een ritwinst. ‘Iedereen weet dat het deze Tour moeilijk is om te winnen’, aldus de Ecuadoraan. ‘Maar vandaag was ik vastberaden. Ik wist dat het kon.’
Wie dacht dat Tadej Pogacar iets wilde rechtzetten voor de laatste keer dat hij hier finishte in de Tour, komt bedrogen uit. In 2020 was het Primoz Roglic die Pogacar en Guillaume Martin-Guyonnet in de sprint bergop versloeg. Vandaag vindt de geletruidrager het wel best. Een groep van acht renners met onder anderen Thymen Arensman (Netcompany-Ineos), Matteo Jorgenson (Visma-Lease a Bike), en Mads Pedersen (Lidl-Trek) krijgt al snel de ruimte. Na de tweede klim voegt ook Carapaz (EF Education-EasyPost) zich bij de groep, met vijf anderen.
Die kopgroep van veertien man wordt achtervolgd door een pelotonnetje van 28 renners. Als Jorgenson met nog 43 kilometer te gaan aanvalt, lijkt Carapaz even de slag te missen, samen met Valentin Paret-Peintre (Soudal Quick-Step). Toch lukt het de twee weer de aansluiting te vinden en zetten ze, inmiddels met zes vluchters, de achtervolgers op voldoende achterstand.
Met nog 4 kilometer te gaan op de slotklim van de eerste categorie is het vervolgens showtime voor La Locomotora (de locomotief) uit Ecuador. Malend met zijn benen, afwisselend zittend en staand perst hij er alles uit, na een dag met 4.000 hoogtemeters. Zijn medevluchters zijn machteloos. De groep met alle klassementsrenners komt ruim 4,5 minuut later binnen.
Carapaz: ‘Dit is mijn stijl. Agressief rijden, alles geven, dat is de persoon die ik ben.’
De 31-jarige Carapaz komt uit een dorp in het Andesgebergte in het noorden van Ecuador. Zijn ouders hadden het niet breed; een carrière als wielerprof leek dan ook niet het meest voor de hand te liggen, hoewel hij als kind wel graag fietste. Pas toen er in de regio een wielerclub werd opgericht en de trainer op zoek ging naar talent en dat in Carapaz vond, leerde hij over het bestaan van Europese wielerwedstrijden.
In 2019 won hij de Giro d’Italia, om een jaar later even het klassement aan te voeren in de Vuelta a España, waar hij uiteindelijk tweede werd. In elk van die grote rondes won hij drie etappes. In 2021 veroverde hij bovendien olympisch goud op de weg.
Aan de start van deze Tour, in Barcelona, vertelde de Ecuadoraan als doel te hebben een rit en de bergtrui te winnen, net als in 2024. Het klassement stond niet op de wensenlijst. ‘We moeten realistisch zijn met dit team.’
Dat die ritwinst lang uitbleef, was uiteraard onderwerp van gesprek in de ploegbus van EF Education. ‘De jongens hebben veel voor me gewerkt in deze Tour, dat vertrouwen in mij was belangrijk. Ik heb altijd vooruit gekeken.’
De bolletjestrui streeft hij nog steeds na, hoewel dat met de twee zware ritten naar Alpe d’Huez voor de boeg geen eenvoudige opdracht zal zijn. Pogacar gaat met 70 punten aan de leiding, gevolgd door Paret-Peintre met 69. Carapaz zit daar weer achter, met 63 punten. ‘Het zal afhangen van de benen.’
Proberen zal hij het sowieso. Hij doet niet anders. Op de prijs voor de strijdlustigste renner lijkt hij een abonnement te hebben: deze Tour won hij die ereprijs al twee keer eerder, om hem na zijn winst op Orcières-Merlette een derde keer te krijgen.
Tijdens de Tour van 2024 (vorig jaar deed hij wegens ziekte niet mee) reed hij volgens de data van website ProCyclingStats in totaal 584 kilometer aan kop: in de kopgroep, of vóór het peloton. Het leverde hem de ‘super-combativiteitsprijs’ van die Tour op, én zijn eerste Touretappe. De eerste voor Ecuador, dat met in totaal vijf renners in de World Tour rijdt.
Pogacar kan na afloop op Orcières-Merlette niet anders dan complimenten geven aan Carapaz. Dat het een verdiende zege is, een fantastische overwinning. ‘Hij heeft al zo veel indrukwekkende aanvallen gedaan, deze Tour.’
Toch komt het wat plichtmatig uit de mond van de Sloveen. Hij heeft andere zorgen. Het virus dat binnen zijn ploeg UAE Team Emirates zou heersen, kostte vandaag een heus slachtoffer: de Amerikaan Brandon McNulty stapte af, zo ziek was hij. De Belg Tim Wellens lukte het ternauwernood om de finish te halen, Adam Yates was gisteren al meer dood dan levend.
IJzig kalm zegt Pogacar donderdagmiddag dat er heus geen problemen zijn. Genoeg andere jongens in zijn team zijn wel fit. McNulty zal hij zeker missen. ‘Maar met Adam ging het vandaag al een stuk beter. De komende dagen wordt hij alleen maar sterker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant