Het probleem van desinformatie zal niet verdwijnen zolang burgers niet beseffen dat zij zélf de taak van verificatie hebben: hoe test je bronnen en beweringen, hoe herken je manipulatie, hoe laat je ruimte voor onzekerheid en hoe onderscheid je feiten van meningen?
In hun recente opiniestuk in de Volkskrant bespraken Kees Kraaijeveld en Nienke Venema de noodzaak van een fundamenteel gesprek over de informatieomgeving in Nederland. Daarbij constateerden ze terecht dat dit gesprek niet aan experts, mediabedrijven of big tech kan worden overgelaten.
In mijn werk bij Bellingcat heb ik meer dan tien jaar in de voorhoede van onze snel veranderende informatieomgeving gewerkt en gezien wat dat heeft betekend voor de manier waarop het publiek gebeurtenissen beziet, zoals de MH17-ramp, het gebruik van chemische wapens in Syrië en een breed scala aan complottheorieën.
Voordat Het Grote Mediadebat begint, wil ik echter voor iets waarschuwen: als we uitgaan van dezelfde onjuiste diagnose van het probleem, dan is elke oplossing gedoemd te mislukken.
Over de auteur
Eliot Higgins is de oprichter van Bellingcat, de vanuit Nederland opererende organisatie die journalistiek onderzoek doet op basis van openbare bronnen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Die onjuiste diagnose wordt nu al ruim tien jaar herhaald door goedbedoelende organisaties en individuen die proberen iets te doen aan de crisis in onze informatieomgeving. Het probleem waarvoor we staan is desinformatie: het feit dat slechte inhoud, gemaakt door kwaadwillige actoren en geconsumeerd door goedgelovige burgers, ons maatschappelijk stelsel vervormt en beschadigt.
Daardoor is een hele bedrijfstak ontstaan van feitencheckers, bewustwordingscampagnes en beoordelingen van de inhoud van berichten. Toch is het probleem ondanks deze inspanningen niet verdwenen. Het lijkt zelfs juist erger te zijn geworden.
Deze crisis kan niet in de eerste plaats worden opgevat als een aanbodprobleem. Het is ook, en in steeds heviger mate, een vraagprobleem. Wanneer mensen het vertrouwen verliezen in de instituties – of het nu de overheid, de media of de medische beroepsgroep betreft – die geacht worden hun de waarheid te vertellen, houden ze niet op met zoeken naar informatie die ze vertrouwen, maar gaan ze op zoek naar alternatieve bronnen.
In een informatieomgeving waarin we allemaal toegang hebben tot een bijna onbeperkt aanbod aan informatie die ons bereikt via algoritmes die eerder zijn ontworpen om onze aandacht vast te houden dan om correcte informatie te bieden, hoef je alleen maar je telefoon te pakken om informatie te vinden die bevestigt wat je toch al gelooft.
We leven niet meer in een informatieomgeving met instituties die fungeren als poortwachters van de informatiestroom die ons bereikt, waarbij wij alleen ontvangers van informatie zijn. Nee, we leven in een algoritmisch gestuurde peer-to-peer-omgeving, van velen naar velen, waarin wij niet alleen ontvangers van informatie zijn, maar ook zelf bepalen wat we te zien krijgen door de manier waarop we met die informatie omgaan.
Van belang daarbij is dat een sleutelrol in de democratie die oorspronkelijk was toevertrouwd aan instituties nu aan burgers wordt toebedeeld. Het verifiëren, onderzoeken en weten wat waar is was vóór de 20ste eeuw het domein van instituties.
Wat we in de krant lazen, op de radio hoorden en op het nieuws op de televisie zagen, ging eerst langs instituties die bepaalden wat we te zien kregen. In het beste geval hanteerden die strikte procedures om te verifiëren dat de informatie klopte. In het slechtste geval schonden ze het vertrouwen van het publiek in hun vermogen om de waarheid te brengen.
Het was zeker niet volmaakt: sommige stemmen werden niet gehoord en bepaalde meningen voerden de boventoon, maar het stelde ook een norm. We konden het allemaal eens zijn dat de lucht blauw was en het gras groen, en vervolgens discussiëren over wat we met al dat groene gras en die blauwe lucht zouden doen.
Tegenwoordig wordt welke informatie ons bereikt mede bepaald door platforms, georganiseerde actoren en miljoenen individuele handelingen – van aandacht voor en het delen van informatie – binnen een netwerksysteem dat het vasthouden van die aandacht boven de correctheid van informatie stelt. Wij burgers hebben de taak van het verifiëren toebedeeld gekregen zonder dat ons is verteld of voorgedaan hoe we dat moeten doen, of waarom het belangrijk is.
De gevolgen zijn verwoestend: mensen komen in aanraking met content die hen eerst in beslag neemt en daarna pas informeert. Als we willen geloven dat het gras blauw is en de lucht groen, kunnen we gemeenschappen vinden van ware gelovigen en zwendelaars die klaarstaan om ons alle informatie te geven die we nodig hebben om ons te sterken in onze overtuiging.
Als we niet eerst de werkelijkheid begrijpen van de situatie waarin we ons allemaal bevinden, is iedere poging om de grootste crisis op te lossen waarvoor moderne democratieën zich gesteld zien, gedoemd te mislukken.
De eerste opgave van Het Grote Mediadebat is daarom niet om ons af te vragen hoe we het publiek kunnen beschermen tegen slechte informatie, maar hoe we het de kundigheid bijbrengen voor de verificatietaak die het al heeft geërfd: hoe test je bronnen en beweringen, hoe herken je manipulatie, hoe laat je ruimte voor onzekerheid, hoe onderscheid je feiten van meningen en hoe kun je deelnemen aan gezamenlijke procedures voor het vaststellen van feiten.
Tot slot moeten we ons afvragen hoe instituties weer de verantwoordelijkheid kunnen opbouwen op basis waarvan we ze ooit konden vertrouwen.
Vertaling: Leo Reijnen
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant