Home

De veerpont over de Maas is een varend dorpshuis – veerman Peter kent iedereen, en iedereen kent hem. En: ‘Het is echt veel sneller met de pont’

Verbindingen over water Voortdurend moeten mensen over water oversteken om van A naar B te komen. Hoe doen ze dat en welke problemen doemen daarbij op? Deel twee in een serie: de veerpont van Alphen naar Oijen. Nederland telt zo’n 340 veerpunten. „Over bruggen en wegen wordt discussie gevoerd, over veerponten onvoldoende.”

Aan boord met schipper Peter van Hoogstraten op de veerpont over de Maas tussen Alphen en Oijen.

Het is halverwege de ochtend als veerman Peter van Hoogstraten wijst naar een passagier. „Vraag Ronald maar om zijn verhaal.”

Sinds zes uur ’s ochtends heeft hij tussen Alphen (Gelderland) en Oijen (Noord-Brabant) al passagiers overgezet. Zijn veerpont, een van de vijf Maasveren tussen de A2 en de A50, is een soort varend dorpshuis. Slechts twee minuten duurt de vaart van oever tot oever, in de ochtendspits vaart de pont non-stop heen en weer. Kort, maar Van Hoogstraten kent zijn passagiers en zij hem.

De deurwaarder die elke dag van Maurik naar Oss gaat, de manager van een kinderopvang van Echteld naar Oss. De medewerker van een tandheelkundig laboratorium gaat, een grijs doosje met uitslagen in de passagiersstoel naast hem, juist de andere kant op, van Oss naar Tiel. Een HR-manager en HR-officer carpoolen die kant op. Talloze aannemers gaan heen en weer.

Op de snelweg, zeggen ze allemaal, staat het „altijd vast”. Bovendien is het „echt om”. Een collega van Van Hoogstraten heeft het eens uitgerekend: van veerstoep naar veerstoep is 42 kilometer over de weg. „Het is echt veel sneller met de pont.”

Ook voor scholieren is de pont over de Maas belangrijk, de weg is voor hen geen optie.

Scholieren op de fiets zijn overgezet, voor hen is de weg helemaal geen optie. Het is bijna vakantie, zegt Van Hoogstraten: „Straks in september zie ik weer nieuwe gezichten. Ze komen voor het eerst als ze twaalf zijn, vier of vijf jaar later zijn het jongvolwassenen.” Als zijn dienst om zes uur begint, staan er altijd al mensen te wachten. „Ik heb nog nie meegemaakt dat er niemand was.”

Niet alleen hier, maar op talloze plekken in Nederland is de veerpont een cruciaal onderdeel om van A naar B te komen. Zo’n 340 veerponten zijn er – van recreatieve voet- en fietsveren die alleen in de zomermaanden overvaren tot autoveren over de grote rivieren, die elke dag vol staan met forenzen.

Acute financiële nood

Tientallen verkeren echter in acute financiële nood. Nog buiten personeelstekorten gerekend of gestegen brandstofprijzen en verduurzamingseisen, kan de exploitatie soms nét uit, vertelt Peter Leonhart. Hij is regiomanager bij de ANWB en voorzitter van de Veerpontencoalitie, een samenwerkingsverband van de ANWB, Fietsersbond, Nederlandse Toer Fiets Unie, Wandelnet en Rover, de vereniging voor reizigers die strijdt voor het behoud van de veerponten.

Gelderland heeft een speciaal verenfonds voor ponten die in financiële moeilijkheden verkeren.

En soms kan het net niét uit. „Je kunt niet met minder personeel. Je kunt niet de kaartjes steeds verhogen voor een overtocht van minder dan vijf minuten”, zegt Leonhart.

Dan ontstaat er getouwtrek over wie er moet bijspringen. Het Rijk decentraliseerde de veerponten in de jaren negentig. Provincies en gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk, maar niet wettelijk en zonder de bijbehorende budgetten. „Veel ponten zijn verouderd, er moeten investeringen worden gedaan. De onderhoudskosten zijn enorm. Over bruggen en wegen wordt discussie gevoerd, over veerponten onvoldoende”, zegt Leonhart.

De oorzaak is: zo veel veerponten, zo veel exploitatiemodellen. Sommige ponten worden door vrijwilligers gevaren, sommige door professionele veermannen. Sommige varen ‘los’, anderen zitten aan kabels vast op de rivierbodem of aan een gier. Sommige zijn eigendom van een gemeente of een gemeentelijk vervoersbedrijf, anderen zijn in handen van een professionele exploitanten of van een stichting – zoals de vijf Maasveren.

Publieke voorziening volgens inwoners

Het Brabantse statenlid Mathijs van Miltenburg (D66) ziet vervolgens een „fundamenteel verschil van inzicht” ontstaan in bestuurlijk Nederland over wie moet bijspringen: „Hoort de pont bij oevergemeenten of bij de provincie? Veel gemeenten kampen met structurele financiële tekorten, provincies zeggen dat ‘ze geen provinciale wegen verbinden’.”

„Voor inwoners maakt het niet uit. In hun ogen is het een publieke voorziening die wij letterlijk en figuurlijk in de vaart moeten houden”, zegt Van Miltenburg. Aan de overkant, in Gelderland, is een provinciaal verenfonds dat subsidie verstrekt aan ponten die in moeilijkheden verkeren. „Dat was hier nog een brug te ver”, zegt het Brabantse Statenlid. Een motie die hij indiende over verduurzaming werd wel breed aangenomen, Brabant zet 950.000 euro opzij voor een pilot.

Ook voor bedrijfsvoertuigen is het veer tussen Alphen en Oijen van belang.

Wouter Joosten, voorzitter van Stichting De Maasveren, is er voorzichtig blij mee. „Brandstof is een grote variabele bij de kosten.” Met een elektrische motor hoeft een veerpont geen diesel meer te gebruiken en dat scheelt een hoop kosten. Maar het liefst ziet Joosten structurele overheidssubsidie voor de veerponten, zoals ook bij bus- of spoorvervoer, die ook niet zonder subsidie rondkomen. „Wij vervoeren 1,1 miljoen passagiers per jaar. Denk eens in wat er zou gebeuren al zij omrijden. En bedenk welk maatschappelijk nut wij hebben…”

Op de pont tussen Alphen en Oijen wordt snel duidelijk dat dat nut niet alleen zit in de letterlijke verbinding, maar ook in de figuurlijke. Cathelijn Thijssen komt aan op de elektrische bakfiets met Manus (6) in de bak en Peer (9) op zijn eigen fiets. Ze wonen aan de dijk aan de Brabantse kant, maar hun natuurschool is in Maasbommel in Gelderland. „Vier keer per dag komen we langs”, zegt Thijssen. Ze heeft een trommeltje met avondeten mee voor veerman Van Hoogstraten, die mantelzorger van zijn partner is: „We koken wat extra voor hen.”

Mathieu van Lent komt aan, van loonbedrijf Gebroeders Van Erp. Zijn tractor en giertank vullen bijna het hele dek richting Brabant. „Om zes uur nam ik het eerste pontje.” Aan Gelderse zijde heeft hij mest uitgereden. Van Hoogstraten zegt: „Je moet eens terugkomen als het hooiseizoen is, dan gaat het de hele dag heen en weer met hooi.”

Wiskundeleraar Pieter Kerssemakers vaart over. Heen met de fiets vanuit Alphen, waar hij in het veerhuis woont, terug uit Oijen met de auto, waar een garage is. Aan Gelderse kant is die er niet. De twee gemeenschappen zijn anders, er wordt een ander dialect gesproken, zegt hij. „Van oudsher was de rivier echt een scheiding.” Maar zonder pont „valt dit stuk Nederland weg”, denkt Kerssemakers.

Waar is de belangstelling van het Rijk?

Geen kwaad woord over de oevergemeenten Oss, Maasdriel en West Maas en Waal, zegt Wouter Joosten van Stichting De Maasveren: „Zij hebben echt financiële verantwoordelijkheid gepakt.” De stichting krijgt 75.000 euro per jaar voor de exploitatie. Maar Joosten, die hiervoor directeur bij de Kiltunnel bij Dordrecht was, zou graag zien dat het Rijk óók belangstelling toont.

Het Rijk decentraliseerde de veerponten in de jaren negentig. Provincies en gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk, maar niet wettelijk.

Hij vertelt dat één van de vijf Maasveren rendabel is, de andere kunnen daardoor blijven varen. En dat als de A50 dicht is, of de A2, de veerponten dat onmiddellijk merken. „We zijn veel goedkoper dan een brug of tunnel. Maar we zijn geen onderdeel van de wegenstructuur.”

Dat zegt ook Peter Leonhart van de Veerpontencoalitie: „Alles begint met een overheid die erkent dat veerponten niet zo maar leuk zijn, maar een wezenlijk onderdeel van de infrastructuur. Dan kan je vervolgens kijken wát je er voor overhebt en voor welk type kosten er subsidie mogelijk is.”

Ze wijzen er beiden op dat provincies of het Rijk ook zouden kunnen stimuleren dat exploitanten meer gezamenlijk doen: kennis uitwisselen, samen diesel inkopen of gezamenlijke technische diensten. Joosten: „We zitten niet in elkaars vaarwater, we concurreren niet.”

Op de Maas moet veerman Van Hoogstraten af en toe even wachten voor hij passagiers overzet. Dan komt er een vrachtschip langs met voorrang. Je voelt de golfslag als de Donau met zijn 134 meter met 14 kilometer per uur langsvaart. Gemiddeld zo’n zeventig keer per dienst gaat Van Hoogstraten heen en weer, vertelt hij.

En het verhaal van Ronald Schoots? De veerman glundert. Schoots stapt uit de auto en wijst naar de boom naast de veerstoep van Oijen. „Daar heb ik mijn partner Daan vorig jaar gevonden. Het was een snikhete dag en ik had net de pont gemist. Zij was aan het zwemmen en we raakten aan de praat. Nu wonen we samen.” Van Hoogstraten: „Dat gebeurt je niet op een brug.”

Verkeer en infrastructuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next