Home

De rebelse schrijvers van de jaren vijftig en zestig toonden meer interesse in roem en drugs dan in hun kinderen

is socioloog.

Het was een gouden greep van een goede vriendin, collega en medethriller-aficionado om mij de vuistdikke detectiveroman The Alienist te lenen. Al na enkele alinea’s wilde ik liefst ongestoord doorlezen tot de ontknoping op bladzijde 599. En inmiddels, na drie boeken, ben ik geheel in de greep van de auteur.

Wat een briljant schrijver is dit – erudiet, gevoelig en humorvol – en wat suf dat zijn werk aan mij voorbij is gegaan, terwijl The Alienist (1994) en het vervolg The Angel of Darkness (1997) langdurig in de New York Times-top tien hebben gestaan en wereldwijd zijn vertaald. Bij deze daarom mijn vakantietip voor liefhebbers van historische speurdersromans en/of katten: Caleb Carr.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

The Alienist, een intelligente combi van fictie met historisch onderzoek, gaat over de speurtocht eind 19de eeuw naar een serial killer wiens moordlust zich richt op als vrouw verklede jongensprostituees, die hij bovendien ernstig verminkt. Hoofdpersoon is psychiater (toen ‘alienist’) dr. Laszlo Kreizler, die de controversiële overtuiging koestert dat de gruwelen niet voortkomen uit een hersendefect maar uit de affectieve ervaringen van de dader.

Als de corrupte politie, verstoken van empathie met de slachtoffertjes, de geslepen moordenaar niet weet te pakken, vraagt Theodore Roosevelt (de latere president was rond 1900 hoofdcommissaris) zijn studievriend Kreizler om in het geheim met behulp van zijn moderne inzichten en een handvol vrienden de stad van hem te bevrijden.

Aan de hand van hun speurwerk trakteert Carr ons op een sfeervol beeld van fin-de-siècle-New York – met gewelddadige misdaadkartels, kindermisbruik en vrouwenhandel, een hedonistisch en liederlijk uitgaansleven, reactionaire dominees en verdorven priesters, fabelachtige rijkdom en dieparmoedige slums, racisme en seksisme. Maar tevens met intellectuele debatten over de menselijke psyche, waarin de echo’s weerklinken van Freud en William James. Het sympathieke vriendenclubje – deels high-society-drop-outs, deels geredde misdadigers – ontwikkelt zich tot een alternatieve familie, waardoor de horror tegelijk leest als cosy crime van hoog niveau.

In The Angel of Darkness maakt het gezelschap jacht op een massamoordenares, waarbij Carr met ferme hand de mythe ontmantelt dat vrouwen van nature moederlijk zijn.

Voor hij de twee speurdersromans schreef die hem wereldfaam bezorgden, had Carr met publicaties over onder meer terreur al naam gemaakt in zijn eigenlijke vakgebied: militaire geschiedenis en internationale betrekkingen. Zelf schreef hij zijn ‘obsessie met geweld’ toe aan zijn jeugd in een van buitenaf gezien prettig cultureel milieu, dat in werkelijkheid een hel was.

Vader Lucien Carr was een sleutelfiguur binnen de Beat Generation, de fameuze beatniks. Helaas waren de rebelse schrijvers van de jaren vijftig en zestig, zoals de huisvrienden Jack Kerouac en Allen Ginsberg, meer geïnteresseerd in hun roem, drank en drugs dan in hun kinderen. Onder het oog van Caleb (geboren in 1955) vlogen bij hun feestjes de meubelen door de kamer.

Zijn alcoholische vader gooide hem meermaals van de trap af. Carrs levenslang beroerde gezondheid werd door medici rechtstreeks toegeschreven aan de verwondingen die hij toen opliep. Toen hij later ontdekte dat vader Lucien als jongeman was veroordeeld voor moord, was dat geen verrassing. Beducht als hij was ‘the chain of abuse’ voort te zetten heeft hij nooit kinderen willen krijgen. Volwassen relaties verliepen moeizaam.

Carr kende één grote liefde: Masha. Aan haar, een reusachtige Siberische boskat uit het asiel, wijdde hij stervend zijn laatste boek. My Beloved Monster is geen zoet boekje met poezenanekdotes – al kreeg het hier de misplaatste titel Mijn lieve kattenkop – maar een meeslepende studie van de relatie tussen mens en huisdier aan de hand van hun wederzijds uiterst zorgzame verstandhouding.

My Beloved Monster is zowel Carrs autobiografie als een biografie van de heldhaftige Masha (ze sloeg zelfs een beer van zich af), met wie Carr zeventien jaar lang zijn solitaire leven in een fortachtig huis in het woeste berggebied van Upstate New York deelde. Een schitterend boek, waarin de schrijver uitlegt dat poezen al in zijn kindertijd zijn houvast waren. Ik vloog door de tekst, maar stokte bij de laatste hoofdstukken omdat ik mezelf het einde van deze intense verbondenheid en het verdriet van de achterblijver wilde besparen. Masha stierf in 2022, Carr twee jaar later.

Met Caleb Carr komt u de vakantie wel door.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next