Heruitgave ‘Season of Glass’ De vooruitstrevende muziek van Yoko Ono heeft in de jaren 70 en 80 nieuwe generaties popmusici als B-52’s, Patti Smith, Sonic Youth en de Pet Shop Boys geïnspireerd. Nu is er de heruitgave van haar album ‘Season of Glass’ uit 1981, een rustig, contemplatief album. Producer Phil Spector gaf het een transparant, uitgekleed geluid.
Yoko Ono tijdens een interview in New York in 1973.
Season of Glass van Yoko Ono. Heruitgave.
Nadat haar man John Lennon voor haar ogen was doodgeschoten, bleef Yoko Ono met haar vijfjarige zoon Sean achter in hun huis in New York, dat dag en nacht werd belegerd door rouwende Beatlesfans. Om niet door te draaien, ging de Japans-Amerikaanse kunstenaar (Tokio, 1933) terug naar de studio. Ze verwerkte het verlies in het album Season of Glass, dat al een half jaar na de moord in de winkels lag. Dat album is nu opnieuw uitgegeven.
De meeste aandacht van de critici ging in 1981 uit naar de hoes: een zelfgemaakte foto van de bril van Lennon, besmeurd met zijn bloed. Smakeloos, vonden de critici. Het benadrukte, vonden ze, dat Ono met het album een slaatje probeerde te slaan uit de moord op haar man. De platenmaatschappij had ook al gepleit voor een andere hoes, maar Ono had haar poot stijf gehouden: „Ik verander de hoes niet. Dit is wat John nu is.”
In de anthologie Onobox uit 2009 zei Ono: „Ik voelde me als een met bloed doordrenkte persoon die een woonkamer vol mensen binnenkwam en vertelde dat mijn man dood was, zijn lichaam was weggevoerd en dat de bril het enige was dat ik had kunnen redden – en dat mensen me aankeken en zeiden dat het smakeloos was om de bril aan hen te laten zien.”
In de biografie Yoko van David Sheff die vorig jaar uitkwam, zei fotograaf Bob Gruen: „Het ergste wat er met Yoko Ono’s carrière kon gebeuren was dat ze John Lennon ontmoette.” Voordien was Ono een gewaardeerde avant-gardekunstenaar die baanbrekende kunst maakte, zoals de performance Cut Piece uit 1964, en conceptuele muziek à la John Cage. Ze wordt gerekend tot de Fluxusgroep, net als in Nederland Wim T. Schippers, die de relatie tussen kunst en publiek ondersteboven haalde. Een voorstelling of concert was pas geslaagd, zei ze, als de halve zaal wegliep.
Maar toen ze eenmaal was gereduceerd tot Beatlesvrouw, werd ze breed gehaat en geminacht, als de heks die de aanbeden popgroep uiteen zou hebben gedreven, die haar man had aangezet tot gênante kunst en radicaal activisme. Doorgaans was die Ono-haat gedrenkt in vrouwenhaat en racisme.
Begin jaren zeventig maakte Ono zich nog verder berucht met haar experimentele schreeuwcoloraturen. Haar albums Yoko Ono/Plastic Ono Band (1970) en Fly (1971) bevatten door merg en been snijdend gillen, huilen, jammeren en hijgen. Aangrijpend en grensverleggend voor de fans, onverdraaglijk voor de meeste anderen. Met haar derde soloalbum, Approximately Infinite Universe (1973) was ze echter al op weg naar rustiger gebied, met meer op de conventionele pop-oren gerichte songs.
Ondanks de gebruikelijke Ono-haat kreeg Season of Glass in 1981 wel degelijk ook lof. Het werd haar best verkochte album – al zegt dat niet zo veel, gezien de geringe belangstelling voor de andere. Ono’s vooruitstrevende muziek had inmiddels een nieuwe generatie popmusici geïnspireerd; in de artrock (B-52’s, Patti Smith), in de noiserock (Sonic Youth), en in de dance. Artiesten als de Pet Shop Boys maakten remixes van Ono’s songs. Vooral haar clubhit ‘Walking on Thin Ice’ (1981) kreeg vele remixes. Het origineel is toegevoegd aan de heruitgave van Season of Glass (niet op de vinylversie, helaas).
Season of Glass is een rustig, contemplatief album. Producer Phil Spector, toch bekend om zijn somptueuze producties, gaf het een transparant, uitgekleed geluid. De plaat sluit nauw aan bij de twee laatste albums die Ono met Lennon maakte: Double Fantasy (1980) en Milk and Honey (postuum, 1984). De beste nummers zijn midtempo, springerig en kaal, passend bij de new wave uit die tijd. Maar de plaat bevat ook een paar dromerige ballads, ‘Mindweaver’, ‘Toyboat’ en luchtige trad-pop die je eerder bij Paul McCartney zou verwachten: ‘Goodbye Sadness’ en ‘Will You Touch Me’.
Hoewel Season of Glass duidelijk over verlies gaat, zitten er weinig directe verwijzingen in naar de moord op Lennon. ‘No No No’ begint wel met vier pistoolschoten, gevolgd door een geschreeuwd: „Neeee!” Het meest direct is ‘I Don’t Know Why’: „Ik weet niet waarom. Het ging zo goed met ons. De kamer is leeg, mijn lijf is leeg, zonder jou. Je ging weg zonder iets te zeggen.” In de laatste halve minuut laat ze zich even gaan en schreeuwt ze: „Klootzakken! Haten ons, haten mij! We hadden alles, jij…”.
Yoko: de biografie van David Sheff verscheen in vertaling bij Nijgh & Van Ditmar. 320 pagina’s, 24,99 euro.