Het beleid van provincies om ganzen van boerenland te verjagen verschilt zo sterk dat het maar zeer gedeeltelijk effect heeft. De ganzen lijken door dat beleid maar nauwelijks te leren.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Dat concluderen onderzoekers van Sovon en ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga in een rapport dat zij maakten voor BIJ12, de organisatie die namens alle provincies vergoedingen voor ganzenschade aan boeren coördineert.
Nederland is een populair land voor ganzen, die er overwinteren of tijdens hun trek een tussenstop maken. De meest voorkomende soort is de grauwe gans, gevolgd door brand-, kol- en rotganzen. Voor hen is Nederland aantrekkelijk vanwege de ruime aanwezigheid van landbouwgrond vol Engels raaigras, een voedzame soort.
Om de schade voor boeren binnen de perken te houden, worden in negen provincies al sinds 2005 speciale gebieden aangewezen waar ganzen ongestoord kunnen fourageren. De eigenaren van die gronden krijgen schadevergoedingen. Ganzen die op landbouwgrond afkomen, worden verjaagd en soms ook afgeschoten.
Landelijk gezien laat slechts een op de vijf ganzen zich verjagen naar die aangewezen fourageergebieden. Alleen in Friesland, Gelderland en Zeeland lijkt het beleid wat beter te werken, maar een sluitende verklaring daarvoor kunnen de onderzoekers niet geven.
Omdat in verreweg de meeste provincies geen positieve trend te zien is richting de aangewezen fourageergebieden, denken zij dat van een leereffect bij ganzen geen sprake is. Vooral de grauwe gans, die minder in groepen leeft dan de andere soorten, laat zich in vrijwel geen enkele provincie duidelijk naar ganzenfourageergebieden sturen. Slechts een op de tien verblijft in die gebieden, maar die trend daalt al sinds 2024.
Dat wijten de onderzoekers onder meer aan de grote verschillen tussen provincies, zowel in aantallen ganzen als in beleid. Volgens de onderzoekers is de intensiteit van de verjaging ‘van laag niveau, en vooral reactief en ongecoördineerd’. Door ‘elkaar tegenwerkende beleidsregels’ blijft een permanente verjagingsprikkel uit: de gans weet kortom niet waar hij aan toe is. Daardoor wordt het voor de dieren ‘moeilijk om scherpe ruimtelijke grenzen waar te nemen in hun dagelijkse zoektocht naar voedsel en veiligheid’.
Dat verjagen niet altijd effectief is, is al vaker gebleken. In 2024 publiceerden onderzoekers van de Universiteit Utrecht en Wageningen University & Research (Wur) al een studie naar brandganzen in Friesland. ‘Verjagen kost vaak meer dan het oplevert’, was hun conclusie.
In kleine populaties zijn de kosten per gans relatief hoog, terwijl bij omvangrijke populaties de totale kosten groter worden en de opvanggebieden onvoldoende voedsel bieden voor de hele groep. De kans is volgens de onderzoekers dan groter dat de ganzen zullen terugkeren naar het gebied waaruit zij eerder verjaagd werden, of dat zij verkassen naar ander landbouwgebied in de nabijheid. Daarmee wordt het probleem alleen maar verplaatst.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant