Home

Oekraïense democratie in oorlogstijd: zowel een tragedie als een wonder

Nergens in Europa zijn snelle analyses zo hachelijk als in Oekraïne. Zo ook afgelopen week, nadat president Zelensky minister Fedorov van Defensie had ontslagen en opperbevelhebber Syrsky leek te handhaven. Het eerste oordeel was: Zelensky heeft gekozen vóór de oude garde en tégen de innovatieve jeugd. Maar enkele dagen later – met straatprotesten in Kyiv en andere grote steden – pakte het toch anders uit. Zelensky besloot ook Syrsky te vervangen: door generaal Drapaty (1982), een hoge officier die het had opgenomen voor Fedorov. Voorafgaand daaraan had hij een reeks gesprekken met hoge militairen gevoerd om af te tasten hoeveel actieve steun Syrsky in de legertop genoot en te taxeren of een militaire coup in de lucht hing.

Deze wending was geen plan-B dat van tevoren was uitgedacht, maar een uiting van de enorme maatschappelijke dynamiek die Oekraïne kenmerkt, zelfs in de oorlog met Rusland. Zelensky werd gedwongen tot deze uitweg. Met name door de jeugd, die in de technocratische nerd Fedorov (1991, het jaar van de onafhankelijkheid) de toekomst herkent en weinig affiniteit voelt met een autoritaire generaal als Syrsky (1965, het begin van het gerontocratische Sovjetcommunisme onder Brezjnev).

Dat wil niet zeggen dat de jongere generatie het enige gezicht is van Oekraïne. Een derde van de samenleving is voor 1970 geboren. In een artikel voor de website Militarnyi begin deze week sprak Syrsky hen niet toevallig aan. „Visie is nuttig; je kunt er een start-up mee opbouwen. Maar om een oorlog te winnen, is een strategie nodig”, aldus Syrsky. „Onze militairen maakt het niet uit wie de internetdiscussie wint. Zij hebben behoefte aan munitie, rotaties, tijdige soldij en het vertrouwen dat de staat achter hen staat in plaats van intern ruzie maakt.”

Chris Colijn – met Michiel Driebergen (Trouw) de enige correspondent in Oekraïne voor wat kleinere Nederlandse media en RTL; kennelijk denken de grote kranten het zonder een vaste post te kunnen – beschreef deze scheidslijn voor Platform Raam zo. „De één vertegenwoordigt een zeer progressieve visie, waarin de burgersamenleving haar overheid en strijdkrachten actief bijstuurt, ook in oorlogstijd. De ander staat voor een klassiek model waarin politici en militairen zich ontfermen over de staat, en de bevolking moet vertrouwen dat leiders de beste beslissingen nemen op basis van hun expertise. De Oekraïense samenleving is doorgaans wantrouwend richting haar overheid. ‘Wat de fuck heb ik aan een systeem dat tegen me werkt?’, zoals een populaire protestleus luidt.”

Het breukvlak, dat Colijn schetst, gaat ver terug. Het huidige conflict illustreert twee tradities die Oekraïne al eeuwen kent. Enerzijds een Sovjet-Russische boedel (religieuze, culturele en taalkundige repressie, centralistisch bestuur, lijfeigenschap en onderdanen) die voortleeft in een top down-bureaucratie waarin verantwoordelijkheid geen deugd maar een risico is. Anderzijds een Europese erfenis (handelsbetrekkingen, katholieke invloeden, horizontale bestuurslagen, meer vrije boeren en burgerlijke verstedelijking) die zich uit in meer decentrale machtsvorming en een civil society. De eerste traditie heeft zich na de val van postsovjetpresident Janoekovitsj tijdens de Majdan-revolutie van 2013/2014 ingegraven en opereert achter de coulissen. De andere manifesteert zich nu al tien jaar in een burgerbeweging die bereid is, zelfs in oorlogstijd, het maatschappelijke gevecht in het openbaar en op straat aan te gaan.

Zo is een mix van bestuursstijlen ontstaan. In het presidentiële apparaat komen die samen. Zelensky (1978) moet er tussendoor laveren, terwijl hij ook onder druk staat van de EU-bondgenoten met hun begrijpelijke toelatingseisen tot modernisering van het staatsapparaat en corruptiebestrijding, ook al kan iedereen sinds de Amerikaanse senator Harry Truman weten dat corruptie een welhaast onvermijdelijk bijverschijnsel is in elke oorlog.

Ondanks de oorlog kristalliseert deze tweestrijd zich nu uit. De jonge natie Oekraïne verweert zich tegen Rusland, dat op grond van de indicatoren van Umberto Eco en andere historici een fascistische staat is geworden, maar moet zich tezelfdertijd moderniseren om zijn Europese toekomst niet te verspelen.

Die dubbele opdracht is de tragiek van Oekraïne. Maar dat het land daar nu al twaalf jaar met vallen en opstaan in slaagt, is ook het wonder van Oekraïne.

Oekraïne

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next