Home

Een dagje Parade met Cor Gordeau, de man die al 25 jaar lang elke voorstelling bezoekt

Al 25 jaar ziet Cor Gordeau élke voorstelling op het rondreizende theaterfestival de Parade. De Volkskrant neemt een kijkje in zijn plakboeken en vergezelt hem in Den Haag. ‘Hier ben ik over mijn verlegenheid heen gekomen.’

schrijft voor de Volkskrant over theater en populaire cultuur

Op de laatste zaterdag van de Parade in Den Haag wandelt Cor Gordeau (65) met trage tred langs het snoepwinkeltje, de zweefmolen en de poffertjeskraam. Hij tilt zijn hoofd iets op om met zijn grote grijze ogen onder zijn pet door te kijken. ‘Het gaat nog een drukke avond worden.’

Hij kan het weten. Het is de zestiende dag op rij dat de geboren Hagenees en voormalig elektromonteur de tram pakt naar het Westbroekpark voor een bezoekje aan het rondreizend theaterfestival. En dat is geen incident. Al 25 jaar lang ziet Gordeau elke voorstelling. In 2015 ontving hij de officieuze titel ‘beste Paradebezoeker ooit’ – met bijbehorend shirt – toen hij een record vestigde door in alle steden alle dagen aanwezig te zijn. En alles te zien van het hoofdprogramma en de kinderparade.

Favoriete voorstelling ooit

Zijn liefde voor de Parade begon op zijn 38ste, toen hij met wat kennissen ging vissen in het nabijgelegen Zuiderpark en over het water wat bootjes aan zag komen. Het bleek een voorstelling van Hendrick-Jan De Stuntman. ‘Van achter de bosjes kon ik net zijn voorstelling zien’, zegt Gordeau met een Haags accent. ‘Ik was nieuwsgierig geworden, dus de volgende dag ging ik terug om eens te kijken wat er verder allemaal gebeurde.’

Na een aantal jaar besloot hij, om te voorkomen dat hij een goede voorstelling zou missen, alles te gaan zien. ‘Je ziet natuurlijk ook veel slechte voorstellingen, maar daardoor kun je de goede extra waarderen.’

In Café Correct, een van de vele barretjes op het Paradeterrein, opent Gordeau een van zijn drie dikke plakboeken, met daarin alle tickets, toegangspassen en foto’s van de afgelopen 25 jaar zorgvuldig gearchiveerd. Om de zoveel pagina’s een lange lijst met van elke voorstelling de datum, ticketprijs en een gewogen oordeel. Jules Deelder kreeg in 2002 een 6,5, en Ellen ten Damme in 2005 een 8,5 voor haar voorstelling Blondie, Gordeaus favoriete voorstelling.

Zijn boeken staan vol met mensen die hij mist. De overleden poortwacht Willie, die hij vroeger nog weleens hielp met kaartjes scheuren, de ijsboer die er nu niet meer is, en EHBO’er Harrie. ‘Echt een grappenmaker. Maar al was hij midden in een mop, als er iemand gewond was, dan ging dat altijd voor.’

‘Iedereen kent Cor’

De Parade kwam precies op het goede moment in zijn leven, aldus Gordeau. ‘Hier ben ik over mijn verlegenheid heen gekomen. Het heeft me veel fijne kennissen opgeleverd.’ Hij hoopt dan ook nog heel lang bezoeker te blijven. ‘Ik zeg altijd: al mot ik met m’n rollator komen, ik kom.’

Als we even later over het terrein wandelen, komen we appelmeisje Daniëlle (35) tegen. ‘Iedereen kent Cor’, zegt ze, ‘het is een bijzondere man.’ In de elf jaar dat Daniëlle op de Parade werkt, heeft Gordeau nog nooit een appeltje bij haar gehaald. Hij haalt namelijk in de middag een colaatje, en verder eet hij niet. Hij knijpt in zijn buikje. ‘De Parade is mijn vakantie, en mijn afvalperiode.’

Gordeau gaat altijd alleen, en enkel naar de Parade. In de schouwburg is hij nog nooit geweest. ‘Hier duurt het maar een half uurtje en je kunt gewoon de tent uitlopen als je er niks aan vindt.’ Of hij dat ooit gedaan heeft? ‘Nooit’, klinkt het trots.

In al die jaren heeft Gordeau de Parade flink zien veranderen, reden voor hem om niet meer naar Amsterdam te gaan. ‘Ik vind het publiek daar niet meer leuk’, zegt hij. Ook werden de ticketprijzen hoger, onvermijdelijk, maar dat mensen inmiddels vooraf kaartjes kunnen kopen vindt hij erger. ‘Vroeger had je geen idee waar je naartoe ging, en werd je echt door het ‘Parade maken’ de tent in gelokt. Nu kun je alles lezen over de voorstellingen op internet.’ Zelf doet hij dat niet. ‘Ik kijk toch alles.’

Laaiend enthousiast

‘Het is goed dat we achteraan staan, want dan zitten we straks bij de uitgang en kunnen we snel door naar Ellen ten Damme’, zegt Gordeau rond 7 uur, in de rij van de eerste voorstelling van vanavond: (Nog) meer dan bauxiet van Leidsman & Lesuis. Na afloop is hij te spreken over de voorstelling (‘mooie geschiedenisles’), maar beent hij toch vooral snel door naar zijn favoriete Parade-artiest en haar voorstelling Club Medusa in de Reizende Schouwburg.

Als we gaan zitten op de rode banken wijst hij naar het podium. ‘Als enige bezoeker heb ik daar ooit gestaan’, glundert hij, ‘toen ik tijdens het Parade-gala gekroond werd tot beste bezoeker.’

Tijdens de show, die hij twee dagen geleden ook al zag, slaakt menig bezoeker een kreet als Ten Damme een hoge noot haalt of in een split valt. Gordeau niet. Een keer klapt hij zachtjes aritmisch mee, en op Ten Dammes vraag of er ook mannen in de zaal zitten, zegt hij bijna onhoorbaar binnensmonds ‘ja’. Als iedereen gaat staan om de sirtaki te dansen, blijft Gordeau zitten. Weer buiten is hij echter laaiend enthousiast over het afgelopen half uur. ‘Beter dan de eerste keer. Dynamischer, soepeler.’

Terwijl de zon ondergaat, en het inmiddels erg druk is – hij had gelijk – neemt Gordeau afscheid van de verslaggever, en misschien wel van dit Paradejaar. Want of hij nog naar Utrecht gaat weet hij niet. ‘Ik ga nog even een rondje lopen’, zegt hij, na een ferme handdruk. Daar verdwijnt hij. De menigte in.

De Parade, Amsterdam, 24/7 t/m 9/8. Utrecht, 14/8 t/m 30/8.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next