Home

Opinie: Mobiliteit is geen individuele luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde om mee te doen

Steeds vaker komen werkenden met lage inkomens door hoge reiskosten als gevolg van stijgende brandstofprijzen in de problemen. Daarom is een tijdelijke mobiliteitscompensatie dringend nodig.

De zoektocht naar een nieuw regeringstoestel voor het kabinet laat zien dat mobiliteit in bepaalde situaties wordt gezien als een voorwaarde voor het uitvoeren van de werkzaamheden van het kabinet. Dat het kabinet nu onderzoekt hoe de continuïteit van het regeringstoestel gewaarborgd kan worden, is geen luxe, maar een voorwaarde om kabinetstaken uit te voeren. Diezelfde logica verdient het ook te worden toegepast op werkenden.

Ook voor hen is mobiliteit cruciaal; zij hebben de auto en/of het ov nodig om te werken, familie te bezoeken en sociale contacten te onderhouden. Mobiliteit is een voorwaarde voor het uitvoeren van overheidstaken, maar diezelfde gedachtegang geldt ook voor honderdduizenden Nederlanders die afhankelijk zijn van vervoer om hun werk te kunnen uitvoeren. Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot mobiliteit; dat laat onderzoek van TNO uit 2022 zien.

Over de auteur

Anthony Janga is luchtvaartstudent en houdt zich bezig met politiek, mobiliteitsbeleid en luchtvaartbeleid.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Mobiliteitsarmoede

Wanneer mensen door financiële beperkingen werk, onderwijs of zorg niet kunnen bereiken, is er sprake van mobiliteitsarmoede. Een onderzoek naar mobiliteitsarmoede van TNO en de Universiteit Utrecht laat zien hoe groot het probleem in Nederland is: tussen de 113 duizend en 270 duizend huishoudens hadden een duizendaag inkomen én hoge brandstofuitgaven. 70 duizend tot 175 duizend huishoudens hadden niet alleen een laag inkomen en hoge brandstofuitgaven, maar ook beperkte toegang tot het openbaar vervoer.

Daarnaast hadden 470 duizend tot 570 duizend huishoudens een laag inkomen, geen auto, beperkte toegang tot het openbaar vervoer én weinig spaargeld. Dit probleem raakt dus honderdduizenden huishoudens.

Bonaire

Dit zie je ook op kleinere schaal binnen het Koninkrijk. Als luchtvaartstudent en iemand die op Bonaire is opgegroeid, weet ik dat mobiliteit meer is dan vervoer. Op het eiland zag ik al vroeg dat mobiliteit geen luxe is, maar een voorwaarde om mee te kunnen doen. Voor een vlucht van 15 minuten naar Curaçao betaal je al snel 200 dollar. Voor veel mensen bepaalt dat direct hoe vaak familie kan worden bezocht, welke baan bereikbaar is en hoeveel ruimte er overblijft voor andere noodzakelijke kosten van levensonderhoud.

Tegelijkertijd zien we dat de mobiliteitskosten verder zijn gestegen.Hogere energieprijzen raken vooral mensen die weinig keuze hebben in hoe en wanneer ze reizen. Zorgmedewerkers moeten bijvoorbeeld naar hun cliënten reizen, logistiek medewerkers draaien ploegendiensten buiten reguliere ov-tijden, en mensen in distributie, schoonmaak of horeca zijn vaak afhankelijk van de auto of een combinatie van verschillende vervoersmiddelen.

Dat werd zichtbaar in het verhaal van een zorgmedewerkster die in de Volkskrant vertelde dat zij zelf 1.000 euro moet bijleggen aan brandstofkosten om haar werk te kunnen doen. Sommige werknemers draaien zelfs minder diensten hierdoor.

Steeds hogere uitvoerkosten

Daarmee ontstaat een mechanisme waarbij arbeid niet alleen inkomen oplevert, maar ook steeds hogere kosten met zich meebrengt om werk überhaupt te kunnen uitvoeren.

Werkenden worden nu vooral indirect gecompenseerd via werkgevers, met reiskostenvergoedingen. Maar niet iedereen profiteert daarvan. Flexwerkers, deeltijdwerkers en mensen met precaire arbeidsrelaties vallen buiten bestaande regelingen. Generieke maatregelen, zoals lagere accijnzen of goedkoper openbaar vervoer via een daluurkaartje, helpen daarnaast ook grotere groepen die deze ondersteuning financieel minder nodig hebben.

De kernvraag is dus hoe mobiliteit toegankelijk kan worden gemaakt voor iedereen, ongeacht het inkomensniveau. Dat vraagt om een andere vorm van ondersteuning.

De onrust rond de Straat van Hormuz laat zien hoe kwetsbaar huishoudens zijn voor plotseling stijgende mobiliteitskosten. Wij kennen al verschillende vormen van toeslagen om mensen financieel te ondersteunen. Het kabinet heeft onlangs nog een tijdelijk energiefonds geïntroduceerd voor huishoudens met energiearmoede. Dit laat zien dat het kabinet bereid is ondersteuning te bieden bij noodzakelijke kosten die cruciaal zijn voor huishoudens.

Tijdelijke mobiliteitscompensatie

Diezelfde gedachte moet worden toegepast op mobiliteit, want voor veel mensen is het een voorwaarde om inkomen te verdienen en geen luxe. Het is tijd om serieus te overwegen een tijdelijke mobiliteitscompensatie in te voeren voor werkenden met een laag inkomen die aantoonbaar afhankelijk zijn van vervoer om hun werk te bereiken en door uitzonderlijke prijsstijgingen in de problemen komen.

De minister gebruikt een vliegtuig om zijn publieke taak uit te voeren, de thuiszorgmedewerker gebruikt een auto om zorg te verlenen en de student gebruikt het openbaar vervoer om onderwijs te volgen. De middelen verschillen, maar de functie is hetzelfde: mobiliteit maakt deelname aan de samenleving mogelijk.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next