Vorig jaar deden ruim 1.500 kinderen en jongeren tussen de 11 en 15 jaar aan de Nijmeegse Vierdaagse mee. Ook dit jaar trekt het evenement een flinke groep jonge wandelaars. Langs het parcours vertellen ze waarom ze meedoen en hoe ze het volhouden.
‘Ik sta al sinds mijn 3de elk jaar aan de kant bij de Via Gladiola de finishers op te wachten. Altijd dacht ik: dit wil ik ook heel graag doen. En nu is eindelijk het moment gekomen dat ik hem kan lopen. Ik vond het altijd zo magisch dat je die soldaten een box kan geven en dat je gladiolen kon uitdelen.
‘Ik vind het echt geweldig, het is een heel groot feest. Je moet het gewoon zelf ontdekken: steeds nieuwe routes, steeds nieuwe mensen ontmoeten en met ze praten. Er lopen zeven andere kinderen uit mijn klas mee. Ik ken Luuk ook uit mijn klas. Onze moeders lopen wat langzamer, door toiletbezoekjes. Wij lopen eigenlijk altijd voor ze uit.
‘Om te oefenen heb ik twee dagen achter elkaar 30 kilometer gelopen. Dat was een beetje saai, omdat ik alleen met mijn ouders liep. Vandaag is zwaarder dan gisteren. Door de regen staan er minder mensen langs de kant, dus je wordt minder aangemoedigd.
‘Luuk helpt me als het zwaar is. We moedigen ook andere mensen aan, die vragen we hoe het gaat. Vooral oudere mensen, die lopen achter ons. Wij lopen in de snellere stoet. Een tip van ons is om thuis niet te veel meer te gaan doen. Gewoon uitrusten.
‘Ik vind alles eigenlijk superleuk, maar de finish is het allerleukst. Dan weet je dat het voor die dag klaar is. Maar het is wel zwaar. Uiteindelijk is de Waalbrug langer dan je denkt.’
Roos: ‘Ik was van tevoren wel bang dat ik het niet zou volhouden. Ik heb niet echt getraind; hiervoor alleen maar één keer 28 kilometer gelopen. Ik loop met mijn zus Dafne en met mijn ouders. Onderweg zijn we vriendinnen tegengekomen. Het is best heftig. We kletsen veel over het WK, als afleiding. Mama gaf me de tip dat je meer rechtop loopt als je je navel intrekt. We komen uit Nijmegen, dus we kennen veel mensen langs de kant. Die juichen voor ons, en dat helpt om door te gaan.’
Dax: ‘Ik loop zonder begeleider, want volwassenen krijgen geen kruisje als ze maar 30 kilometer lopen. Ik krijg veel complimenten over mijn NEC-shirt. Mensen schreeuwen of juichen naar me. Een man gaf me zelfs een blikje waar iets van alcohol in zat. Ik weet niet wat het was, er zat 4,5 procent in. Dat heb ik maar weggegooid. Ik eet mijn zelfgemaakte beef jerky. En bacon and egg sandwiches.’
Fiene: ‘Ik hou niet van wandeltochten, maar de Vierdaagse is wel leuk. Af en toe is het wel een beetje saai. Mijn tip is om door te zetten en plezier te maken. Ik heb mijn enkels gewrapt, dat helpt wel. Je krijgt veel snoep van mensen, maar we hebben zelf ook veel snoep mee. Wafels, Snickers, AA Drink. Dat dragen papa en mama.’
‘Ik heb de 30 kilometer al drie keer gelopen, daarom doe ik nu de 40. Het is een soort virus. Ik weet niet zeker of ik volgend jaar weer ga lopen. Tenminste, dat zeg ik elk jaar, maar dan ga ik toch. De 40 kilometer vind ik leuker, die gaat door meer dorpen.
‘Ik heb maar één keer getraind: 25 kilometer. Ik heb het eigenlijk geen enkele keer echt heel zwaar gehad. Gewoon niet aan de pijn denken en veel lullen. Een beetje rondkijken en jezelf uitlachen. We moeten wel om vier uur ’s morgens op, dat vind ik lastig. Maar als je loopt, is het prima. Ik zou anderen wel aanraden om te trainen.
‘Ik heb ook een massage gun bij me. Als we rusten kan ik mijn benen daarmee masseren, dat helpt. Ik heb ook pleisters bij me. Een hoedje is fijn als je snel verbrandt. En ik heb oortjes, voor als ik mijn vrienden zat ben.
‘Elk jaar kom ik tijdens de Vierdaagse in de krant. Misschien omdat ik rood haar heb? Omdat ik best wel klein ben, denkt iedereen dat ik ’m voor de eerste keer loop. De eerste keer ben ik gefilmd door Omroep Gelderland en toen mochten we een liedje zingen. Oude mensen hadden ons een vies liedje geleerd, maar we kozen toch voor Engelbewaarder van Marco Schuitmaker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant