Non-proliferatie Saoedi-Arabië mag van de Amerikanen kerncentrales bouwen en zelf uranium gaan verrijken. Onverstandig, zegt expert Tom Sauer. „De VS hadden meer eisen moeten stellen aan wat de Saoediërs met kernenergie mogen doen.”
De Amerikaanse president Donald Trump tijdens een ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman in november vorig jaar in het Witte huis in Washington DC.
Saoedi-Arabië gaat kernenergie gebruiken. Deze woensdag zal het land daarover een akkoord sluiten met de Verenigde Staten, hebben Amerikaanse media gemeld. Bedrijven in de VS zullen een centrale rol spelen bij de ontwikkeling van het Saoedische nucleaire programma, en op termijn gaat het land zelf uranium verrijken.
Critici van de overeenkomst, waaronder Israël, vrezen dat Saoedi-Arabië het verrijkte uranium niet alleen voor vreedzame doeleinden zal gebruiken, maar voor het ontwikkelen van een kernbom. Volgens hen legt het akkoord de Saoediërs amper beperkingen op.
Tijdens de onderhandelingen met de Amerikaanse president Donald Trump wist de Saoedische kroonprins Mohammed Bin-Salman te bedingen dat inspecteurs niet overal toegang toe krijgen. Saoedi-Arabië krijgt het recht om brandstof voor kernreactoren te produceren, in de vorm van uraniumverrijking en het opwerken van plutonium. Bij een soortgelijke deal uit 2009 moesten de Verenigde Arabische Emiraten nog instemmen met strenge inspecties en zagen ze af van het recht om zelf brandstof te produceren.
De overeenkomst is „bizar”, zegt Tom Sauer, kernwapenexpert aan de Universiteit van Antwerpen. „Saoedi-Arabië heeft de beschikking over grote hoeveelheden olie en gas. Waar heeft het een alternatieve energiebron voor nodig? Er is alle reden om sceptisch te zijn over dit akkoord.”
Dat de Saoediërs amper beperkingen opgelegd krijgen is „onverstandig” zegt Sauer. „Non-proliferatie, het tegengaan van de verspreiding van kernwapens en nucleaire kennis, vonden de Amerikanen van oudsher heel belangrijk. Dit akkoord is een breuk met decennia aan Amerikaans beleid.”
Voor het opwekken van energie volstaat uranium met een verrijkingsgraad van 3 à 5 procent. Die eerste verrijking is het moeilijkst, zegt Sauer. „Als de Saoediërs eenmaal laagverrijkt uranium hebben, is de stap naar hoge verrijking, die geschikt is voor kernwapens, eenvoudiger. Ze zullen natuurlijk altijd zeggen dat dat niet het doel is. Dat zegt Iran ook. Maar feit is dat dit akkoord hen wel in staat stelt om een bom te maken.”
Het is „tegenstrijdig” dat Trump tijdens een oorlog die er op gericht de uraniumverrijking door Iran te stoppen die verrijking juist gaat toestaan aan een ander land, zegt Paul van Hooft, kernwapendeskundige bij onderzoeksinstituut RAND. „Juist deze deal van de Amerikanen met Saoedi-Arabië geeft de Iraniërs een goed excuus om een kernwapen te maken. Zij kijken om zich heen en zien een Israëlische kernbom, straks misschien een Saoedische. Als ze ooit een reden nodig hadden, is dit het wel.”
Het hele doel van non-proliferatie, zegt Van Hooft, is nu juist dat niemand een kernbom mag ontwikkelen: alleen dan verhinder je dat er een wedloop ontstaat met als streven zo’n wapen te verkrijgen voordat je vijand dat doet. „Met deze deal gaan de normen omlaag.”
Het nucleaire akkoord bestendigt de band tussen de VS en Saoedi-Arabië. Die relatie was onder druk komen te staan nadat de Amerikanen hun oorlog tegen Iran waren begonnen en dat land als reactie raketten en drones op de Golfstaten gingen afvuren. Naar verwachting kunnen Amerikaanse bedrijven miljarden dollars aan de nucleaire overeenkomst verdienen.
De regering van Trumps voorganger Joe Biden onderhandelde ook al met Saoedi-Arabië over een nucleaire deal. Destijds was het de bedoeling dat zo’n overeenkomst onderdeel zou worden van een breder pakket, waarin de Saoediërs diplomatieke erkenning van Israël zouden toezeggen. Dat akkoord ging niet door na de aanval van Hamas op Israël van 7 oktober 2023.
Trump heeft de nucleaire overeenkomst losgekoppeld van de eis om Israël te erkennen. Het Amerikaanse Congres moet er nog mee instemmen. Dat is geen gelopen koers, denkt Van Hooft: „De oorlog tegen Iran is impopulair, maar ook zijn de Golfstaten niet geliefd bij Trumps Republikeinse achterban, gedeeltelijk door de lange oorlogen in het Midden-Oosten.”