Hadi Farajvand – Iraanse ambassadeur in Den Haag Iran is nog altijd tot praten bereid, zegt ambassadeur Hadi Farajvand. Maar de Amerikaanse president Trump zal met méér moeten komen dan zijn voorganger Obama in 2015. „De situatie is veranderd.”
Hadi Farajvand, Iraans ambassadeur in Nederland, op de ambassade in Den Haag.
De lng-tanker Al Rekayyat en de olietankers Wedyan en Cyprus Prosperity voeren op 6 juli langs de kust van Oman toen ze door projectielen werden geraakt. De Verenigde Staten hielden Iran daarvoor verantwoordelijk en besloten Iraanse doelen te bombarderen. Escalatie op escalatie volgde, en zo belandde de oorlog, die eind februari begon met Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran, weer in een uiterst gewelddadige fase.
Hoewel alles wijst op een Iraanse aanval op het trio schepen, ontkent Iran elke betrokkenheid. Er is nu eenmaal „geen veiligheid” in de Perzische Golf, zegt de Iraanse ambassadeur Hadi Farajvand tijdens een gesprek in Den Haag. „Iedereen heeft drones, en de Verenigde Staten hebben chaos gecreëerd. Wij bevestigen niet dat die schepen door Iran zijn aangevallen. Wél is duidelijk dat ze hun doorvaart niet met Iran gecoördineerd hadden. Wij kunnen dan niet garanderen dat ze veilig passeren.”
Het is soms gissen wat de oorlogvoerende partijen in het Midden-Oosten precies willen. Aan de Amerikaanse kant zijn er de overvloedige uitspraken van president Donald Trump, die als geen ander in staat is zichzelf tegen te spreken. Uit Iran komen officiële statements, die soms moeilijk te verifiëren zijn.
Om toch meer over de Iraanse motieven te horen, benaderde NRC de ambassadeur in Nederland. Net als het regime dat hij vertegenwoordigt, wijst Farajvand veelvuldig naar Washington als aanstichter van de geweldsescalatie. Al vinden er nog steeds gesprekken plaats, zegt hij. „Er is een plan voor een staakt-het-vuren van tien dagen, waarin beide partijen onderhandelen over een regeling voor de Straat van Hormuz.”
„Wat wij nodig hebben, is de garantie dat de VS ons niet opnieuw aanvallen. Dat moeten zij vastleggen in een bindende overeenkomst, bijvoorbeeld een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. En ze moeten hun militaire aanwezigheid rond Iran weghalen.”
„Toen hadden we ook al de mogelijkheid om de Straat van Hormuz dicht te gooien, we wilden die kaart alleen niet gebruiken. Onze toezegging is, net als toen, dat we geen kernwapens zullen ontwikkelen. Voor de andere partij geldt dat ze moeten garanderen dat Iran toegang krijgt tot vreedzame kernenergie en tot internationale markten. Alle sancties moeten worden opgeheven.
„Maar de VS moeten zich tot meer verplichten dan dat, omdat de situatie is veranderd. Ze hebben Iran aangevallen en Iraanse infrastructuur vernietigd. Daar moet een compensatieregeling voor komen, voor de wederopbouw van het land.”
„Die moet er zeker komen.”
De VS en Israël begonnen eind februari de oorlog tegen Iran omdat ze bang zijn dat dat land kernwapens ontwikkelt. Teheran ontkent dat het van plan is om die te ontwikkelen, maar beroept zich wel op het recht – dat elk land heeft – om uranium te verrijken voor medische, wetenschappelijke en energievoorzieningsdoelen.
De rest van de wereld is daar niet gerust op. In 2015 sloot Iran het zogeheten JPCOA-akkoord met een coalitie onder leiding van toenmalig Amerikaans president Barack Obama. Hierin beloofde Iran zijn kernprogramma drastisch te beperken, in ruil voor de opheffing van sancties. Trump verscheurde dat akkoord en koos voor oorlog om nucleaire beperking af te dwingen. Iran sloot vervolgens de Straat van Hormuz en inmiddels draait het conflict vooral dáárom.
Trump staat onder tijdsdruk om tot een akkoord met Iran te komen. In het najaar zijn in de VS Congresverkiezingen, en zolang er gevochten wordt blijven de prijzen aan de Amerikaanse pomp stijgen. De Iraanse regering weet dat ook – en zou de bombardementen daarom best nog een tijdje kunnen volhouden, in de hoop dat Trump als eerste met zijn ogen knippert.
Maar ook Iran heeft niet eindeloos de tijd. Ten eerste omdat de eigen economie er desastreus voor staat. En ten tweede omdat omringende landen inmiddels alternatieve routes ontwikkelen om de Straat van Hormuz te omzeilen. Zo leggen de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) een haven aan bij de Golf van Oman en werkt Saoedi-Arabië aan pijpleidingen naar de Rode Zee. Het machtigste wapen van Iran, de afsluiting van de zeestraat, zal op termijn bot worden.
Ambassadeur Farajvand vindt die laatste constatering „overdreven”, zegt hij. „Het vermogen van Saoedi-Arabië en andere landen om de Straat van Hormuz te omzeilen is beperkt. Producten per vrachtwagen of trein naar een ander deel van het land vervoeren en dan exporteren, is heel kostbaar. Bovendien: het gaat niet alleen om olie of gas, maar ook om bijvoorbeeld kunstmest. Daar kun je geen leiding voor aanleggen. De beste en meest voor de hand liggende route blijft de Straat van Hormuz.”
Hadi Farajvand: „„Er is een plan voor een staakt-het-vuren van tien dagen, waarin beide partijen onderhandelen over een regeling voor de Straat van Hormuz.”
„We begrijpen goed dat de oorlog druk legt op de economie. Door vier decennia aan sancties waren we gedwongen om alles zelf te produceren. Tijdens de oorlog met Irak [1980-1988] bombardeerde Saddam Hoessein onze chemische, petrochemische en industriële infrastructuur. Toen hebben we geleerd hoe we de economie moeten managen.”
„We weten dat Iran hoge inflatie kan verdragen in oorlogstijd. Ook vandaag exporteren we onze olie en petrochemische producten en krijgen we daar geld voor. Door de gestegen olie- en gasprijzen kunnen we zelfs meer verdienen. De meeste banken kunnen en willen niet met ons werken. Maar er zijn manieren om het geld toch te krijgen.”
Als antwoord op de Amerikaans-Israëlische aanval bombardeerde Iran niet alleen doelen in Israël, maar opvallend vaak ook buurlanden rond de Perzische Golf. Inmiddels vallen er helemaal geen bommen in Israël en mikt Iran alléén nog op de Arabische landen in de regio.
„Wij vallen onze buurlanden niet aan, we vallen de Amerikaanse bases rond Iran aan. Als onze buurlanden de VS ervan weerhouden die bases tegen Iran te gebruiken, stoppen wij met aanvallen. Wij willen altijd een betere en vriendschappelijke relatie met onze buurlanden. Zij weten dat wij niet hun burgers, maar hun Amerikaanse bases aanvallen.”
„Wij vallen helemaal geen burgerlijke infrastructuur aan. Geen enkele Iraanse militaire woordvoerder heeft gezegd dat die aanvallen door Iran uitgevoerd zijn.”
„Ik denk het tegenovergestelde. Vóór deze oorlog dachten de buurlanden dat die bases hun veiligheid konden garanderen. Maar deze bases maakten hun landen juist kwetsbaarder. Ik denk dat de buurlanden begrijpen dat ze hun veiligheid niet buiten de regio moeten zoeken, maar via een collectieve regeling voor de hele regio.”
„We weten dat er drones en raketten waren, maar we weten niet of deze van Amerikaanse bases kwamen, of van hun eigen nationale bases. Als er bewijs is dat de Saoedi’s of de Emirati’s ons hebben aangevallen, zal Iran die acties vergelden.”
„We vallen geen bondgenoten van de Verenigde Staten aan, we vallen Amerikaanse bases aan die tegen Iran zijn gebruikt.”
„Klopt. Als de Israëliërs ons wel aanvallen, dan vallen we hen opnieuw aan, met krachtigere middelen dan voorheen.”
„Wij veroordelen elke aanval op burgers en burgerlijke infrastructuur. Dat is voor ons onacceptabel. We hebben een kleine Joodse minderheid in ons land, met een vertegenwoordiger in het parlement. Het is onze verantwoordelijkheid om duidelijk te maken dat het Israëlische regime niet hetzelfde is als het jodendom, en dat Joodse mensen over het algemeen beschaafde mensen zijn die het internationaal recht respecteren, wier leven en eigendom we moeten respecteren.”
„Ik ken hem niet. Maar als iemand een band met Iran heeft, betekent dat niet dat hij orders van Iran krijgt. Dit is een grote misvatting in het Westen, zij denken dat bijvoorbeeld de Houthi’s [in Jemen] en Hezbollah [in Libanon] gewoon op onze orders wachten. Zo werkt het niet. Het zijn onafhankelijke bewegingen. De Houthi’s maken hun eigen beslissingen. We hebben een goede relatie met hen, we adviseren hen. Soms accepteren ze dat, soms niet.”
„Nee. Onze oud-president Mahmoud Ahmadinejad heeft één keer, in 2005, gezegd dat hij Israël ‘van de kaart’ zal vegen. Maar die uitspraak betekent niet dat we gaan aanvallen of Israël gaan vernietigen, zoals we daarna wel duizend keer hebben geprobeerd uit te leggen.”
„Iran begint geen enkele oorlog, tegen wie dan ook. Maar Iran is bereid zichzelf krachtig te verdedigen.”