Het oerwoud aan keurmerken in de supermarkt leidt bij menig bewuste consument tot keuzestress. Ekoplaza biedt zijn klanten daarom een eigen keuzehulp aan, de ‘Ekoscope’. ‘Voor jezelf, voor elkaar en voor de planeet.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Steven IJzerman pakt een fles rode appelsap uit het schap van de Ekoplaza in Eindhoven. Met een telefoon scant hij de barcode achterop. Op het scherm verschijnt een lijstje met indicatoren van hoe duurzaam, gezond en sociaal het product is. De appelsap scoort een ‘+7’. ‘Zo simpel is het’, verklaart IJzerman.
Als hij naar beneden scrollt, verschijnt in beeld de CO2-uitstoot van het product en een taartdiagram van hoe die is opgebouwd: meer dan de helft komt voor rekening van de verpakking, een glazen fles. De totale uitstoot is gelijk aan 5 kilometer autorijden.
De scores van de ‘Ekoscope’, zoals deze keuzehulp heet, zijn sinds eind mei in alle Ekoplaza’s op de schapkaartjes te vinden. IJzerman, kwaliteitsmanager bij Ekoplaza-moederbedrijf Udea, werkte mee aan de uitrol. Wie wil weten hoe de score is opgebouwd, moet de barcode scannen.
Bij de Ekoplaza, waar alle producten biologisch zijn, komen vooral klanten die sowieso al bezig zijn met duurzaam eten. ‘Ze weten dat ze meer van het seizoen willen eten, of van dichtbij’, zegt IJzerman. ‘Maar welke producten dat zijn, en hoe ze die makkelijk vinden, daar kan ook de bewuste consument nog wat hulp bij gebruiken.’
Niet verwonderlijk, in het oerwoud aan keurmerken dat de supermarkt tegenwoordig is. Aan de consument de schone taak om de serieuze van de schaamlappen te onderscheiden.
De Ekoscope zelf is eerder een keuzehulp dan een keurmerk. Het bundelt informatie die anders niet of niet makkelijk vindbaar is en helpt de klant producten binnen dezelfde categorie snel te vergelijken.
Keuze zat, blijkt al bij de sappen. Waar het appelsap een +7 scoort, blijft het appel-perensap ernaast steken op +6 en het sinaasappelsap van hetzelfde merk op +5. Die laatste twee passen namelijk niet in de Schijf van Vijf, en het sinaasappelsap wordt ook nog eens niet in Nederland geperst.
De verschillen tekenen de breedte van de Ekoscope. De scorekaart bestaat uit twaalf indicatoren, verdeeld in drie categorieën: voor jezelf, voor elkaar en voor de planeet.
Het overgrote deel van de benodigde informatie had Ekoplaza al in huis. De rest haalde het op bij de leveranciers. Van de CO2-impact, een van de indicatoren, is een inschatting gemaakt door een onafhankelijk bureau. Producten met een lage uitstoot ten opzichte van de rest van het assortiment scoren één punt.
Alle indicatoren zijn in de puntentelling gelijk aan elkaar. In totaal kan een product dus twaalf punten scoren. ‘Wij vinden het allemaal belangrijk’, zegt IJzerman. ‘Maar uiteindelijk is het aan de consument om te bepalen wat die het belangrijkst vindt.’
De meeste klanten zijn blij met de keuzehulp, hoort IJzerman op de winkelvloer, al vroeg iemand zich af waarom de CO2-score geen vijf punten waard is. ‘We zien nog niet zoveel mensen de code scannen, maar dat hadden we ook niet verwacht.’
Dat nog lang niet iedereen in de scores duikt, blijkt ook in de Eindhovense Ekoplaza. ‘Ik heb het wel gezien, maar maak er geen gebruik van’, zegt Vincent Sijben (68), terwijl hij een worst uitzoekt. ‘Ik kijk zelf wat er in een product zit en maak op basis daarvan mijn keuze.’
Indicatoren Ekoscope
Voor jezelf
• Zo min mogelijk bewerkt
• In de Schijf van Vijf
Voor elkaar
• Bevat sociaal topkeurmerk
• Van een familiebedrijf
• Gemaakt door Nederlands bedrijf
Voor de planeet
• Biologisch gecertificeerd
• Plantaardig
• Bevat milieu-topkeurmerk
• Vooral Nederlandse ingrediënten
• Duurzaam verpakt
• Van volledig biologisch bedrijf
• Lage CO2-impact
Monique (liever geen achternaam), die alleen voor een pak chiazaad naar de winkel is gekomen, was nog helemaal niet op de hoogte. Het chiazaad scoort +5. ‘Is dat hoog?’ Als de verslaggever haar vertelt dat er twaalf punten te verdienen zijn, kijkt ze teleurgesteld. Alleen al omdat chiazaad niet in Nederland groeit, loopt het product punten mis.
‘Ik kijk wel altijd naar keurmerken in de supermarkt’, verzekert ze. ‘Biologisch, en bij de eieren drie sterren van de Dierenbescherming. Maar soms staan er ook keurmerken op waarvan ik denk: ‘Heb je het zelf verzonnen?’’
IJzerman wijst erop dat geen enkel product de volle twaalf punten haalt. Een Nederlands product kan immers niet het sociale topkeurmerk Fair Trade krijgen. Producten als gedroogd fruit, mais in pot en quinoa gaan voorlopig aan kop met +10. En, opvallend, ook biodynamische melk.
‘Melk heeft een relatief lage CO2-uitstoot, omdat die uitstoot wordt verdeeld over melk en vlees van de koe’, verklaart IJzerman. Als Nederlands biodynamisch product uit een herbruikbare fles scoort het ook nog een rits andere punten.
Groente en fruit is een van de categorieën waarvoor de Ekoscope nog moet worden ingevoerd – dat gaat binnenkort gebeuren. Dit komt doordat de gegevensverzameling voor groente en fruit wat ingewikkelder is. Soms komt de bloemkool uit Nederland, op andere momenten uit Spanje. ‘Daar zitten wel een paar producten bij die elf punten gaan halen’, kondigt IJzerman alvast aan.
Of leveranciers het niet vervelend vinden als blijkt dat hun producten laag scoren? ‘Dat hangt van het product af’, zegt IJzerman. Chocolade komt nu eenmaal niet uit Nederland, en staat ook niet in de Schijf van Vijf. Maar met leveranciers waar winst te behalen is, wil hij graag in gesprek. ‘Dan wordt het een wedstrijdje. Dat is stiekem ook wel wat we willen.’
Want ook met de Ekoscope blijkt het lastig het gedrag van de consument te beïnvloeden. ‘Ik heb erover gelezen in het blaadje’, zegt Irene Vromans (56) als ze een blik kikkererwten (+5) in haar mandje legt. De kikkererwten in pot scoren een +6, maar dat verandert haar keuze niet. ‘Ik weet dat alles hier biologisch is, dat vind ik een fijn gevoel. Dan zijn er nog wel verschillen, maar daar let ik minder op.’
Source: Volkskrant