Aan de hand van vijf fotokunstwerken in het Zutphense Emerpark poogt Van der Molen de romantiek in natuurlandschappen naar voren te halen, ‘maar dan niet in de lieflijke zin van het woord’.
schrijft voor de Volkskrant over beeldende kunst.
Mooi weer is voor deze rubriek doorgaans wel prettig. De meeste buitenkunstwerken zijn nu eenmaal op hun mooist bij helder licht, met kleuren nog feller dankzij de zon of schaduwen die hun werk doen. Nou zitten we al weken aan de goede kant van de barometer, misschien wel een beetje te goed. Als ik op weer een bloedhete middag voor de fotokunstwerken van Awoiska van der Molen in het Zutphense Emerpark sta, verlang ik opeens naar een grijze lucht.
Op uitnodiging van de hedendaagse kunstruimte Dat Bolwerck staan, verdekt opgesteld tussen het groen, vijf foto’s van natuurlandschappen, afgedrukt op glazen platen. Afgezien van een roestige stalen voet hebben ze geen lijst en vallen daardoor bijna samen met hun omgeving. Of zoals Van der Molen me later per mail schrijft: ‘Zonder omlijsting vervliegt het beeld daar waar het heen kan.’ Dat het glas licht doorlaat en op sommige plekken zelfs transparant is, helpt mee. Het geeft de zwart-witte beelden een zilverachtige waas. Alsof ze eigenlijk bedoeld zijn voor mistige ochtenden, of toch tenminste een zwaarbewolkte dag.
In de rubriek ‘Kunstwerk van de week’ bespreekt de Volkskrant elke week een kunstwerk dat juist nu om aandacht vraagt.
Van der Molen is bekend geworden met analoge zwart-witfoto’s van afgelegen wildernis, van Oost-Europa tot Japan. Ze verblijft dan wekenlang afgezonderd op locatie, net zo lang tot ze het gevoel heeft een te zijn geworden met de natuur. ‘Landschappen zijn moeilijk te fotograferen als je niet in clichés wilt vervallen’, vertelde ze twee jaar geleden in een interview met de Volkskrant. ‘Ik bracht per jaar vijf, zes beelden naar buiten die ik sterk genoeg vond.’
Met haar glaswerken, die ze sinds 2021 maakt, brengt ze die beelden terug de natuur in. Want hoewel ook de foto’s in het park overal ter wereld zijn geschoten, gaan ze wonderwel goed op in de lokale begroeiing. Het wat afgelegen en uitgestrekte Emerpark, met een grote vijver, diverse boomsoorten en stukken wildgroei, biedt allerlei aanknopingspunten voor mooie composities.
De meest pittoreske ingreep is een foto van een gevallen boom, pal aan het water. De kromming van de afgebeelde stam loopt parallel aan een echt exemplaar dat zich beschermend over het glas buigt. Even verderop verschuilt een foto van een meer zich achter wuivend gras, met de echte vijver als achtergronddecor. En elders piept een veldje rode klaprozen door onbedrukte delen van een glasplaat heen, als een knipoog naar Monet.
Voor deze serie koos Van der Molen bewust romantische beelden. Maar, benadrukt ze: ‘dat romantische bedoel ik niet in de lieflijke zin van het woord, maar als het sublieme, het pijnlijke’. Dat is een 19de-eeuws idee, een reactie op de opkomst van de industriële revolutie. De titel Prelude verwijst dan ook naar het gelijknamige vers van de 19de-eeuwse dichter William Wordsworth, over het effect van de overweldigende kracht van de natuur op de mens.
Overweldigende wildernis zul je in een Nederlands stadspark niet snel vinden. Maar alleen zijn kan er wel. Terwijl de foto’s zich al wandelend prijsgeven, soms dichtbij, soms veraf als een fata morgana, lijkt het park zelf even van karakter te veranderen. Dieren ontbreken in de gefotografeerde natuur, maar niet in het echt: rond een close-up van exotische palmbladeren heeft zich een groepje bruine ganzen geschaard. De realiteit verrijkt de foto’s.
Awoiska van der Molen
Wat Prelude (2023)
Afmetingen 150 x 180 cm
Gewicht 80 kg
Waar Emerpark, Zutphen
Tentoonstelling onderdeel van haar solotentoonstelling De muziekwerken in Dat Bolwerck, t/m 4/10.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant