WK voetbal Op een toernooi vol wereldsterren stond één speler die nog nooit een profwedstrijd speelde. Maar ook de derde keeper van Curaçao, de immer geduldige Tyrick Bodak, wist dat hij ‘ready’ moest zijn.
Tyrick Bodak, derde keeper van Curaçao.
Tyrick Bodak kijkt om zich heen. Het is halverwege de tweede helft van Duitsland – Curaçao en met een 4-1 voorsprong voor de Duitsers is de wedstrijd wel gespeeld. Maar op de bank van Curaçao zit derde keeper Bodak (24) te genieten. De wave rolt over de tribunes. Hij krijgt er kippenvel van. Zoals hij ook kippenvel kreeg toen hij eerder op de middag het veld op liep voor de warming-up en de Curaçao-fans hoorde juichen.
Het had nooit voor de hand gelegen dat hij hier zou zitten. Niet alleen was Curaçao lang een marginaal voetballand: voor de start van het WK staat het team 82ste op de wereldranglijst, tussen Guinee en Syrië, en het is met 158.000 inwoners het kleinste land dat zich ooit wist te kwalificeren voor een WK.
Er is nog een reden. 1.247 voetballers waren actief op het wereldkampioenschap. Daar zaten spelers tussen die al mondiale sterren waren, zoals Lionel Messi, en spelers die dat tijdens het toernooi werden, zoals de Kaapverdische keeper Vozinha. Er waren gelouterde profs die al honderden internationale wedstrijden speelden en talenten die aan het begin van hun carrière staan.
Maar één voetballer speelde nog nooit een profwedstrijd: Tyrick Bodak. Hoe beleefde de WK-speler met de kleinste carrière het toernooi?
Shit man, dacht Bodak, dat is Manuel Neuer, het is hem echt. Vroeger, vertelt Bodak eind juni in het spelershotel van Curaçao in Florida, speelde hij vaak met de Duitse keeper in voetbalspel FIFA. Neuer geldt als een van de beste keepers van de afgelopen decennia, als één van de invloedrijkste ook: door ver buiten zijn doel mee te voetballen zette hij een nieuwe standaard voor de doelman als elfde veldspeler.
Maar nu, dacht Bodak toen hij Neuer voor de wedstrijd tegen Duitsland rond de middencirkel de hand schudde, ben ik niet meer die jongen die voetbalgame FIFA met je speelt. Je kent me niet, maar ik jou wel. Ik sta náást je.
Daarna bleven elf Curaçao-spelers op het veld staan en liep Bodak met de rest van de wisselspelers naar de bank.
Daar zit hij vrijwel altijd, bij Curaçao en bij zijn clubs. De afgelopen zeven jaar speelde Bodak volgens website Transfermarkt.nl dertien officiële wedstrijden, maar allemaal in jeugdcompetities. De laatste was in februari 2025. Dat was met de beloften van SC Telstar, de club die hem oppikte bij het tweede team van SC Cambuur. Vanaf de bank zag hij zijn team eerst promoveren naar de Eredivisie en zich daar toen handhaven. Eerder speelde hij in de jeugd van de Graafschap en PSV – ook bij de Eindhovenaren was hij vooral wissel. Wel speelde hij vier interlands voor Curaçao, de laatste bijna drie jaar geleden.
Maar Bodak dénkt niet als een wisselspeler, schetst hij in de hotellobby. Een reservekeeper, vindt hij, moet altijd „ready” zijn. De eerste keeper kan ziek worden, de tweede het toch te spannend vinden. Dan kan de coach naar jou kijken. Dan moet je er staan.
Maar ook als dat níet gebeurt, vindt hij, moet een reservekeeper er staan. Als je op de training verzaakt, dan heeft de eerste keeper daar last van. Dus traint hij elke dag alsof hij basisspeler is, doet hij de warming-up alsof hij basisspeler is. Pas als hij voor de aftrap naar de bank loopt, voelt hij zich reserve.
In Houston wordt het 7-1 voor Duitsland. Toch staan de spelers van Curaçao nog op het veld als de Duitsers na hun ereronde allang naar de kleedkamer zijn. De uitslag vertekent het spelbeeld. Ja, de Duitsers waren beter – wat wil je ook met meerdere wereldsterren in het team?
Maar 7-1? In de eerste helft was het moedig spelende Curaçao niet minder, de gelijkmaker van Livano Comenencia was zelfs terecht geweest. De hele wedstrijd worden ze toegezongen door de duizenden Curaçao-fans, in blauwe en gele shirts. Ná de wedstrijd gaan ze daarmee door. Bodak kijkt er minutenlang naar. Om het te beseffen, vertelt hij na afloop.
In de weken daarna beginnen de dagen op elkaar te lijken. De spelers eten, trainen en rusten. De eerste dagen, vertelt Bodak in het hotel in de laatste dagen voordat ze in Philadelphia door een 2-0 nederlaag tegen Ivoorkust uitgeschakeld worden, is alles „mooi en aardig en leuk”. Maar gaandeweg kent hij het menu wel: twee keer per dag kip of pasta, met rode of witte saus. Pasta, kip, rijst, vis. Dat is de keuze. Eet hij ’s middags vis, dan neemt hij ’s avonds kip, en omgekeerd. Of neemt hij ’s avonds soep, als afwisseling.
Het is, zegt hij, zo saai als je het zelf maakt – of niet. Curaçao doet het namelijk anders dan andere landen. Daar zijn de teamhotels bunkers waar de buitenwereld weggehouden wordt. Maar hier wemelt het in de hotellobby van stafleden, spelers en hun familie. Die vrouwen, vriendinnen en kinderen kwamen er na de wedstrijd tegen Duitsland bij. Bodak tafeltennist regelmatig met zijn vriendin, soms spelen ze Mens erger je niet. Of ze kijken de WK-wedstrijden.
Stafleden en teamgenoten roemen hem als een vrolijke, slimme gast die ook nog goed kan keepen. Op trainingen in het grote stadion van de lokale universiteit valt op dat Bodak niet onder doet voor tweede keeper Trevor Doornbusch en eerste keeper Eloy Room, die met zijn vijftien reddingen tegen Ecuador een WK-record pakt. Bodak heeft snelle reflexen en voetbalt gemakkelijk mee.
Waarom breekt hij dan niet door in het betaald voetbal? Eén reden is simpel: er zijn meer keepers dan profclubs, 34 in Nederland. En waar een jonge verdediger of middenvelder sneller een kans krijgt met eerst wat invalbeurten en dan een plek in de basis, wachten keepers vaak jaren op hun doorbraak. RKC-keeper Mark Spenkelink bijvoorbeeld speelde afgelopen seizoen op zijn achtentwintigste pas zijn eerste, volledige jaar onder de lat.
Daar kun je ongeduldig van worden, maar Bodak zit er rustig bij. Bij Telstar speelde hij soms met de beloften mee en in oefenwedstrijden tegen andere profclubs. En bij Curaçao roept Advocaat hem steevast op. Dan denkt hij: ze zien dus iets in me, anders zouden ze me niet halen, zou ik niet zo’n oefenwedstrijd spelen, was ik niet opgeroepen voor het WK. Dat motiveert hem, zegt hij, houdt hem geduldig.
En toch: deze zomer wil hij vooruit. Hij hoopt ergens tweede keeper te worden, om daarna door te groeien naar eerste keeper. Op WyScout, een platform dat clubs gebruiken om videobeelden van potentiële aanwinsten te bekijken, is amper iets van hem te vinden. Dus maakt hij z’n eigen filmpjes, met beelden uit oefenwedstrijden van hoe hij van achteruit opbouwt, hoe hij ballen redt, hoe hij zich positioneert. Als clubs zich melden, kan hij ze meteen iets sturen.
Maar hij heeft nog een droom. In 3 mavo tekende hij het al helemaal uit en nadat hij vlak voor het WK z’n hbo-diploma hotelmanagement behaalde, is het weer wat dichterbij. Bodak wil een bed en breakfast openen, of misschien wel meer dan één, het liefste in Scandinavië. Daar is de ruimte en, daar, denkt hij, kan hij „het huiselijke gevoel meer wegzetten”. Hij ziet het helemaal voor zich: een groot huis, met een eetzaal waar families spelletjes kunnen spelen, dat is huiselijker dan in een „appartementje in Zuid-Spanje”.
Wanneer dat gaat gebeuren, hangt van zijn voetbalcarrière af. Hoe beter zijn volgende contract, zegt hij, hoe gemakkelijker hij een B&B kan openen. Hij hoopt dat het binnen een jaar lukt en maakt het gebaar van een chef’s kiss.
Maar na de uitschakeling van Curaçao blijft het stiller dan gehoopt. Natuurlijk, zegt hij half juli telefonisch, je wil dat clubs voor je in de rij staan, maar je moet wel realistisch blijven. Alleen Vitesse toont interesse. De club laat hem een week meetrainen en biedt hem daarna een contract aan. Als tweede of derde keeper.
Het is dan de laatste week van het WK, maar Bodak is al twee weken terug. Hij wordt er nog vaak op aangesproken, of denkt er zelf aan. Aan het doelpunt tegen Duitsland. Aan het punt tegen Ecuador. Aan de enorme stadions, aan al die Curaçao-fans. We wáren er, zegt hij, en we móchten er zijn. En soms grapt hij: over vier jaar zie je ons weer.
Tyrick Bodak: „Ook een reservekeeper moet altijd ready zijn.”