Goed nieuws. Mijn huis verzakt. Dat is op zich nog niet het goede nieuws, maar een Amerikaanse geluksprofessor heeft gezegd dat de mens door zulke tegenslagen een diepere betekenis kan vinden. En zo’n diepere betekenis wordt mij nota bene zomaar gratis aangereikt doordat het Nederlandse paviljoen op de Biënnale in Venetië ook verzakt. Hoe gemakkelijk wil je het krijgen in het leven?
Laat ik vooropstellen dat alles mijn eigen schuld is. Als eigenaar ben je zelf verantwoordelijk voor de grondwaterstand onder je huis. In de afgelopen week heeft de overheid op advies van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling besloten dat Nederland kampt met „feitelijk watertekort”. Nou dreigde dat tekort al langer en de waterverdeling kan zo uitpakken dat er toevallig onder jouw huis niets is. Dan moet je zelf bijgieten en dat was ik vergeten.
In het afgelopen jaar was ik daarom druk met metingen, sonderingen, vergunningen, geld tellen, wanhopig wakker liggen. En net toen ik een contract tekende om het huis te laten opkrikken, las ik over het kunstpaviljoen dat ten gevolge van klimaatverandering scheuren vertoont. Kwam dat even goed uit! De scheuren in de muur bleken daar namelijk symbool te staan voor scheuren in de cultuur, en omdat symboolwaarde ook waarde is, rekende ik mezelf meteen alweer rijk.
Het verval van het paviljoen was in meerdere opzichten een metafoor. Het stond ten eerste voor de politieke spanning op de Biënnale zelf rondom de aanwezigheid van Rusland en Israël. De aanwezigheid van Nederland was door die frictie niet vanzelfsprekend. De kunstenaar die het Nederlandse paviljoen had ingericht, Dries Verhoeven, wees erop bij de opening. „De afgelopen weken toonden zich de scheuren in het evenement dat de Biënnale graag wil zijn.”
Maar nu Nederland er desondanks toch was, stonden de scheuren en vochtplekken in ons paviljoen vanzelf symbool voor scheuren en vochtplekken in ons denken. Voor ons koloniale verleden, ons eurocentrisme, onze desinteresse in mensenrechten. Dries Verhoeven en medevormgever Rieke Vos hadden besloten de schade niet over te schilderen, zoals in andere jaren gebeurde, maar juist te belichten. Als beeld „voor de teloorgang van de zonnige, optimistische blik”, zei Vos.
Door deze artistieke uitleg keek ik met andere ogen naar mijn eigen huis. Je kon er scheuren en breuklijnen in zien, maar je kon de gevel ook als een spiegel van de tijdgeest beschouwen. De hele mikmak toonde zich in mijn muren: klimaatverandering door consumentisme, watertekort, verdelingsvraagstukken, het verval van het Westen en de diepe, diepe zonden van de bewoner. Het had wel wat, moet ik zeggen. Een museale allure waarvoor je weliswaar gevoelig moest zijn, maar die vervolgens afstraalde op de hele omgeving.
Toch kon het zo niet blijven. Het kunstdomein van de Venetiaanse Biënnale mocht dan fungeren als een safe space, waar je nippend aan een Aperol Spritz de ellende daarbuiten kon overdenken, zoals Dries Verhoeven het formuleerde, maar mijn huis was echt. De scheuren verdiepten zich. Er moest worden gekrikt en gestut. En geluksprofessor Arthur Brooks mocht dan, zoals ik al zei, mindfulness suggereren bij tegenslag, ik had funderingsherstel nodig.
Nauwelijks had ik opdracht gegeven om deze zomer een diepe put te graven waar ik al mijn geld in kan gooien, of een zoveelste commentaar dook op in het scheurendebat. In NRC reageerden twee universitair onderzoekers op een plan voor een nationaal schadefonds. Huiseigenaren moesten het herstel zelf maar betalen, aangezien die „al jaren de wind mee hebben”, zeiden ze. Laat ze maar een extra hypotheek nemen.
Een hypotheek! Hahaha. Je vraagt je af of zulke universitair onderzoekers vanuit hun safe space nog weleens buiten komen. Ze voegden er streng aan toe dat de schade bovendien was te wijten aan de kortzichtigheid van de huiseigenaren zelf. „Misschien dat we als samenleving, nu er ook financiële gevolgen bij komen kijken, wat minder kortzichtig naar klimaatverandering gaan kijken.” Adding insult to injury, noemen de Engelsen dat.
Al met al kon je het funderingsdebat zien als een model voor elk debat in dit woelige tijdperk. Het verhaal over scheuren was een verhaal geworden over schuld en boete. Natuurlijk had dat een politiek belang: elkaar schuld in de schoenen schuiven is een leuk gezelschapsspel, waarmee je veel aanhang verwerft. Maar in mijn doortastende bui dacht ik dat het verstandiger is te zorgen dat de boel in de toekomst overeind blijft staan.
Misschien kan het Nederlands paviljoen over twee jaar daarom door een handige kunstenaar opnieuw worden gefundeerd. Dan beloven wij vanaf nu nooit meer te douchen.