Opera Spanga De Friese Opera Spanga is al ruim 35 jaar een begrip – niet alleen vanwege de weidse omgeving, maar ook vanwege de eigenzinnige insteek en de hechte cast. Hoe gaat het eraan toe achter de schermen bij het ‘Verona van Weststellingwerf’?
Uitvoering van ‘Der Rosenkavalier’ van Opera Spanga, met mezzosopraan Itzel Medecigo als Octavian en Erin Selin als Sophie (in jurk).
Op de dag dat hij tien jaar getrouwd is raakt bariton David Visser (41) zijn wilde haren kwijt. In een voormalige stal in het Friese Spanga zet visagist Naoual El Bousmaqui de tondeuse aan. Twee millimeter mag hij houden, meer niet. Met elke zwarte lok die op de vloer dwarrelt kijkt Visser benauwder. „Zo kort heb ik het nog nooit gehad. En dan komen er straks nog witte vlekken in, om kale plekken na te bootsen.” Plukje voor plukje transformeert Visser in baron Ochs auf Lerchenau, de vunzige vrouwenversierder uit Der Rosenkavalier. In de beroemde Strauss-opera uit 1911 staat de baron omschreven als een dikke, kale man. Omwille van de twee meter lange Visser is ‘dik’ nu in ‘groot’ veranderd, maar qua haar was regisseur Corina van Eijk onverbiddelijk: dat moest eraf. Een paar uur ná Vissers jubileumlunch met zijn vrouw. „Die wilde me nog graag zonder die vlekken tegenover zich aan tafel.”
Kale plekken zijn een veelvoorkomend symptoom van syfilis, een geslachtsziekte die vroeger vaak voorkwam bij mannen die het niet zo nauw namen met huwelijkse trouw. In Der Rosenkavalier doet baron Ochs weliswaar een aanzoek aan de piepjonge, beeldschone Sophie, maar dat weerhoudt hem er niet van om zich ook op andere vrouwen te storten. Visser: „Nergens staat in het libretto met zoveel woorden dat Ochs een geslachtsziekte heeft, maar we kwamen tot de conclusie dat dat eigenlijk niet anders kán.”
Zo’n aanvullende interpretatie is Opera Spanga ten voeten uit. Al 37 jaar brengt Van Eijk (bijna 65) samen met dirigent Tjalling Wijnstra en een toegewijde cast eigenzinnige, gevatte uitvoeringen ten tonele. ‘Spanga’ is een begrip dat onder de trouwe bezoekers gelijk staat aan rebellie en vindingrijkheid – zo werd Shakespeare/Verdi-tragedie Otello eens uitgevoerd met een cast van louter vrouwen.
Van Eijk begon haar loopbaan bij klassieke operahuizen als de Brusselse Munt, maar de stad werd haar algauw „te benauwd”. „Ik snakte naar meer artistieke vrijheid, naar het maken van theater zoals ik dat zelf voor ogen had: authentiek en maatschappelijk relevant.” En dus begon ze eind jaren tachtig met voorstellingen vanuit haar eigen achtertuin: een weiland in Spanga. Aanvankelijk werden de opera’s opgevoerd in een tent met open achterkant, waardoor er soms in de verte een koe of een schaap door het beeld liep. Maar het ‘Verona van Weststellingwerf’ is zoveel meer dan een natuurlijk decor, benadrukt ze. „Ik vond het zo zonde als we dan met een geweldige cast aan een topstuk hadden gewerkt en dat het in de recensie wéér alleen over dat ene passerende dier ging.”
Bovendien zorgt met de steeds onstuimigere zomers het weer soms voor problemen. „Drie jaar geleden waaide de tent bijna weg.” En dus vinden de uitvoeringen, in juli en augustus, tegenwoordig plaats in de schuur op het erf van boer Geert. De ambiance, de rebellie, de kwaliteit blijven onveranderd – alleen nu weather proof.
Meer dan in de omgeving zit de eigenheid van Spanga in het doorleefde acteren. Elke maat heeft regie, er wordt nooit recht naar voren gezongen, ins blaue hinein. „We zijn als beesten bezig”, zegt Visser terwijl hij een linzenburger met gemarineerde venkel op zijn bord schept. „Van tevoren sprayen we wodka op de kostuums, anders is de stank niet te harden.” In een van de bijgebouwen staan tupperwareboxen vol kleding en rekwisieten van voorgaande jaren; soms worden stukken opnieuw opgevoerd.
De haren van bariton David Visser worden afgeschoren door Naoual El Bousmaqu.
Scènes uit ‘Der Rosenkavalier’ van Opera Spanga.
Cast en crew zijn met z’n vijfentwintigen en vormen een hechte eenheid. In de negen weken voorafgaand aan een voorstelling en ook gedurende de uitvoeringen zijn ze dag en nacht samen. Half mei zijn ze begonnen, half augustus is de laatste voorstelling. De spelers slapen in een huis in Scherpenzeel, één dorp verderop. De rest – onder wie ook de keukenploeg, de decorbouwers en de muzikanten – slaapt in caravans op het terrein. Van Eijk: „Al het geld gaat naar de productie, dus de slaapplekken zijn nogal back to basic.”
De oudste vrijwilliger is Cock Swart, Spanga-bezoeker van het eerste uur. Al vijfentwintig jaar draait ze mee. Soms met het maken van decors en kostuums, dit jaar in de keuken. „Ik heb alle rollen buiten het podium al eens vervuld, ik blijf het geweldig vinden.” Productiemanager Bautista Hernandez, die Van Eijk ooit ontmoette in de Dolomieten: „We zijn één grote familie.”
Uit de mobiele wc-unit klinken toonladders van sopraan Merlijn Runia, die de rol vertolkt van de 32-jarige Marschallin, een nicht van baron Ochs. Vóór de schuur neemt mezzosopraan Itzel Medecigo haar tekst door. Zij speelt de onstuimige, 17-jarige minnaar van de Marschallin: graaf Octavian Rofrano. Die ‘broekrol’ krijgt een extra laag wanneer Octavian zich als kamermeisje Mariandel verkleedt om geen argwaan te wekken bij Ochs. Maar de vermomming werkt zó goed dat laatstgenoemde zich prompt aan Mariandel wil vergrijpen.
„Het is, zacht uitgedrukt, een nogal expliciete voorstelling”, zegt Visser, terwijl hij een boterham met pindakaas naar binnen werkt. „Daarom helpt het dat we zo op elkaar zijn ingespeeld.” Voor hemzelf is het zijn zevende Spanga-voorstelling in acht jaar tijd. „We checken altijd onderling hoe ver we kunnen gaan.” Terwijl Runia in de keuken haar bord afwast, smeert Visser nog een laatste boterham. „Ik eet enorm veel.” Bang voor een plakkend pindakaasgehemelte is hij niet. „Alleen zuivel mijd ik tijdens optredens. Dat zingt minder lekker.”
„En, wat denk je ervan?” Aan het einde van de eerste akte breekt baron Ochs – zijn nagenoeg kaalgeschoren hoofd vooralsnog verscholen onder een pruik – ruw door de vierde wand door met ferme stappen op me af te benen. Dit mag dan slechts de doorloop zijn, het kost me even om vanuit het stuk terug de werkelijkheid in te komen. Normaal is er plek voor zo’n 300 bezoekers, maar nu zit ik vrijwel in mijn eentje vooraan, bijna óp het podium.
Der Rosenkavalier houdt het midden tussen opera buffa en opera seria, tussen scherts en ernst. Genoeg luchtige momenten, maar wanneer de Marschallin Octavian wegstuurt uit angst dat hij haar tóch wel zal verlaten vanwege hun leeftijdsverschil is het moeilijk om geen brok in je keel te krijgen. Heut’ oder morgen geht Er hin, und gibt mich auf um einer andern willen, die jünger und schöner ist als ich.
Meer nog dan over overspel en misverstand gaat Der Rosenkavalier over vergankelijkheid en volwassenwording, over het verglijden van de tijd. Of zoals die beroemde tijdgenoot van Strauss het verwoordde, dichter en toneelschrijver Bertold Brecht: So wie es ist, bleibt es nicht. Sophie ontpopt zich van dromerig pubermeisje tot sterke vrouw, romanticus Octavian dreigt een rokkenjager te worden. In de tijd van Strauss was hij de held, maar in de versie van Van Eijk komt hij er niet zonder kleerscheuren vanaf. „Personages moeten geconfronteerd worden met de consequenties van hun daden.”
De voorstellingen van Opera Spanga vinden plaats in Spanga, de woonplaats van regisseur Corina van Eijk.
Ook buiten de bühne lopen heden en verleden door elkaar. Fotograaf Sake Elzinga, die de foto’s voor NRC zal maken, kent Van Eijk al van 37 jaar geleden, toen hij in haar achtertuin die allereerste Opera Spanga fotografeerde. Zelf zat ik een kwarteeuw geleden met Visser op dezelfde middelbare school, waar hij zijn zangtalent angstvallig verborgen hield. „Opera was verre van cool.”
Buiten de schuur scharrelt hond Flos over het erf. Van Eijk: „Die is van een van onze muzikanten.” Tijdens de generale repetities speelt alleen een pianist mee. Straks, tijdens de voorstellingen, zal er een veelvoud aan synthesizers te horen zijn, maar daar wil ze nog niet veel over loslaten. „Je moet het gewoon hóren.”
Decorassistent Mus Robert veegt met stoffer en blik de glasscherven uit de eerste akte van het toneel. Baron Ochs is intussen op zoek gegaan naar zijn kledingstuk voor na de pauze. „Corina, heb jij mijn panteronderbroek gezien?”
Een staande ovatie van het handjevol publiek, en dan is het voorbij. Cock Swart wrijft over een bult op haar arm: „De volgende keer neem ik muggenolie mee.” Runia zet haar pruik af, Medecigo trekt het plakkertje van haar microfoon los. Erin Selin, die Sophie speelt, plaagt haar toneelvader Herr von Faninal met zijn broek met hoge knopen: „Je leek net Humpty Dumpty!”
Visser eet een energiereep. Als enige rijdt hij straks weer terug naar huis, naar Amersfoort. „Dan kan mijn gezin morgen aan het ontbijt aan mijn nieuwe kapsel wennen.” De rit geeft hem bovendien de tijd om weer uit de rol van Ochs te kruipen. „Ik vind het heerlijk om een slechterik te spelen, om het publiek tegen wil en dank sympathie te laten voelen… Maar het is ook goed om die rol gauw weer los te laten. Black Sabbath op de speaker, dat helpt.” Straks, thuis, leest hij misschien nog een paar bladzijdes uit het levensverhaal van Casanova. Over twee jaar zal hij bij Spanga de rol van Mozarts’ Don Giovanni vertolken. „Ook zo’n rokkenjager. Maar die memoires zijn ruim 4.000 pagina’s dik, dus ik wil op tijd beginnen met lezen.”
Opera Spanga, Der Rosenkavalier, diverse data tussen 23/7 en 13/8, Weststellingwerf. Info: operaspanga.nl
Rechts Corina van Eijk, artistiek leider en regisseur van Opera Spanga, links assistent Mieke Pressley.