Home

Afhandeling schade toeslagengedupeerden door stichting Gelijkwaardig Herstel valt duurder uit

De afhandeling van de schade van toeslagengedupeerden door de stichting Gelijkwaardig Herstel, opgericht door prinses Laurentien, is duurder dan begroot. Dat komt doordat zij minder gedupeerden heeft geholpen dan verwacht en door de hoge kosten van de schadeanalisten.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.

Per gedupeerde van de toeslagenaffaire kostte het de stichting Gelijkwaardig Herstel in 2025 omgerekend ruim 28 duizend euro om het uit te keren schadebedrag te bepalen. Dat blijkt uit het deze maand gepubliceerde jaarverslag.

Daarmee maakt de door prinses Laurentien opgerichte organisatie haar eerdere belofte niet waar: dat haar uitvoeringskosten veel lager zouden zijn dan die van de totale hersteloperatie door het ministerie van Financiën. Op een gemiddeld berekend schadebedrag van zo’n 75 duizend euro is de overhead van de stichting minstens even hoog.

Gedupeerden kunnen sinds eind 2023 terecht bij stichting Gelijkwaardig Herstel voor de berekening van de aanvullende schade die zij hebben geleden door de toeslagenaffaire. Het kan bijvoorbeeld gaan om het verlies van hun huis of hun baan, of gezondheidsproblemen. Een vrijwilliger tekent hun verhaal op en aan de hand daarvan berekent een professionele schadeanalist het schadebedrag, met vastgestelde bedragen per levensgebeurtenis.

Met prinses Laurentien heeft een groep gedupeerden deze werkwijze ontwikkeld, als alternatief voor de uiterst traag werkende methode van de overheid. De eerste schadeberekeningen van de stichting in 2024 – gemiddeld ruim 120 duizend euro per gedupeerde – vond het ministerie van Financiën veel te hoog. Na aanpassingen vallen de bedragen nu aanzienlijk lager uit.

In reactie op de aanvankelijke kritiek op de berekeningen zei prinses Laurentien dat de stichting de geleden schade veel goedkoper en efficiënter kon afhandelen dan de overheid. De overheadkosten van de hersteloperatie van het ministerie van Financiën zijn vaker bekritiseerd: van de totaal begrote kosten van 11 miljard euro zou zeker een kwart opgaan aan de uitvoering.

Niet goedkoper

Maar uit het jaarverslag van de stichting blijkt niet op te maken dat haar werkwijze goedkoper is. In 2025 tekenden 1.299 gedupeerden er een zogenoemde vaststellingsovereenkomst, veel minder dan de verwachte honderd per week. De organisatiekosten bedroegen 36,8 miljoen euro. Meer dan de helft ging op aan de schadeanalisten.

‘Het is duurder dan we oorspronkelijk hadden berekend’, zegt bestuurslid Dirk Kiers van stichting Gelijkwaardig Herstel, verantwoordelijk voor de financiën. Een aantal bedrijven waarmee de stichting samenwerkt, Capgemini, Eiffel, KPMG en TriFinance, levert ongeveer honderd schadeanalisten voor 95 euro per uur. Dat tarief is volgens Kiers ‘veel lager dan marktconform’. ‘Maar ze zijn meer tijd per gedupeerde bezig dan verwacht, gemiddeld een werkweek.’ Dat komt volgens Kiers onder meer doordat het ministerie te veel bewijsdocumenten van geleden schade zou willen zien.

Ook vallen de kosten hoger uit omdat de stichting had verwacht meer gedupeerden te helpen. ‘De toeloop laat zich moeilijk voorspellen, het is vaak hollen of stilstaan’, zegt de bestuurder. ‘In het voorjaar van 2025 hadden we overcapaciteit, dat heeft geld gekost.’ Daarbij hebben volgens de stichting de voortdurende strubbelingen met het ministerie de toeloop afgeremd – zo opende de overheid bijvoorbeeld pas in november de eigen nieuwe route voor de afhandeling van de aanvullende schade. Gedupeerden zouden hebben gewacht met het maken van hun keuze tot alle mogelijkheden bekend waren. De organisatiekosten zullen dit jaar relatief lager liggen, verwacht Kiers, omdat er nu al zo’n vijfduizend gedupeerden bij de stichting ‘in het proces van afhandeling zitten’.

Aanvullende schade

Dat denkt het ministerie van Financiën ook. Een woordvoerder bevestigt dat de kosten per vaststellingsovereenkomst van de stichting in 2025 hoger uitvielen dan begroot, omdat er minder schades zijn afgesloten dan verwacht. Met de opschaling verwacht het ministerie dit jaar lagere uitvoeringskosten per gedupeerde.

De woordvoerder vindt niet dat het ministerie om te veel onderbouwende bewijsstukken vraagt. Voor verreweg de meeste schadeposten vraagt de overheid geen bewijs, maar sommige complexe schadeposten moeten ‘waar mogelijk worden ondersteund met objectieve informatie’.

Vanaf 2020 is de overheid bezig de door de toeslagenaffaire getroffenen te compenseren. Inmiddels hebben alle 43 duizend erkende gedupeerden het destijds teruggevorderde bedrag van de Belastingdienst teruggekregen. Nu rest nog de afhandeling van hun aanvullende schade.

Om dat proces te versnellen, vervangt de overheid de traag werkende Commissie Werkelijke Schade voor een nieuwe route, die afgelopen november is geopend. Daarbij kan een gedupeerde zelf zijn schadeposten invullen, waarna het ministerie van Financiën het schadebedrag bepaalt. Voor deze route hebben zich zo’n 2.300 ouders aangemeld.

Negatieve publiciteit

De afgelopen weken ontstond onrust over een recent opgedoken brievenadministratie van de Belastingdienst. Als de overheid die brieven had gebruikt bij de beoordeling of iemand slachtoffer is van de toeslagenaffaire, was mogelijk een deel van de nu erkend gedupeerden niet als slachtoffer aangemerkt – hoeveel is niet duidelijk.

Zulke negatieve publiciteit raakt gedupeerden, zegt woordvoerder Frederike van Urk namens de stichting Gelijkwaardig Herstel. Prinses Laurentien en ook medeoprichter Gerd van Atten hebben vorig jaar een stapje terug gedaan in de organisatie. Van Urk benadrukt dat de oprichters er nooit op de loonlijst hebben gestaan. Wel heeft Van Atten via zijn eigen bedrijf een aantal facturen ingediend, ‘met een sociaal tarief’, aldus Van Urk. Een bedrag noemt ze niet. Volgens het jaarverslag betaalde de stichting vorig jaar 80 duizend euro voor het gebruik van het onderkomen in Den Haag van de stichting Number 5 Foundation, van prinses Laurentien en haar echtgenoot prins Constantijn. Dat is volgens bestuurslid Kiers goedkoper dan een vergelijkbare ruimte marktconform huren.

Ook andere posten vielen relatief duur uit, zoals het ICT-systeem, waaraan de stichting het afgelopen jaar bijna 4 miljoen euro uitgaf. Ook ging ruim 10 miljoen euro op aan andere organisatiekosten en betaling van medewerkers. ‘Bedenk wel dat in de overhead van de overheid de huur van de ministeriegebouwen en de betaling van de reguliere medewerkers niet is inbegrepen’, zegt Van Urk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next