Toen in 1974 het eerste NK marathon voor vrouwen werd verreden, schreef Sophie Westenbroek geschiedenis. Pas toen kranten daar na haar overlijden bij stilstonden, drong bij haar familie door hoe bijzonder haar prestatie eigenlijk was geweest.
Eigenlijk reed Sophie Westenbroek alleen marathons als het bij de langebaanwedstrijden wat minder ging. Zo was het ook op 16 februari 1974, toen op de Jaap Edenbaan in Amsterdam het eerste NK marathon op kunstijs voor vrouwen werd verreden – een discipline die was bedacht omdat een echte Elfstedentocht uitbleef. Vijftien schaatsters stonden die dag aan de start van wat kranten ‘de superlange afstand’ noemden, onder wie dus ook Westenbroek.
Schaatsen had ze geleerd op het Friese platteland, achter de boerderij van haar ouders in Steggerda. Daar vroren in de winter regelmatig poeltjes in het weiland dicht, die groot genoeg waren om op te schaatsen. Maar haar talent kwam pas echt tot bloei toen in 1967 in Heerenveen Thialf werd geopend, toen nog zonder dak. Daar ontdekte ze dat ze helemaal niet onderdeed voor de grote Friese talenten en maakte ze de overstap naar de kernploeg.
Wat haar onderscheidde, zegt vriendin en voormalig ploeggenoot Sijtje van der Lende, was haar doorzettingsvermogen. ‘Ze was linkshandig. Dan heb je moeite met de bochten, omdat die tegennatuurlijk voelen. Maar op het rechte eind was ze juist heel snel. Ze knokte zich altijd terug.’
Waarschijnlijk lag daarin ook haar voordeel tijdens dat eerste NK marathon voor vrouwen, zegt ze. ‘In het marathonschaatsen zijn snelle bochten niet zo belangrijk. Ze kon juist profiteren van haar kracht op de rechte stukken.’ En zo geschiedde: twee ronden voor het einde plaatste ze, zoals de Leeuwarder Courant het omschreef, ‘een felle demarrage’, waarmee ze ‘de konkurrentie sloopte’ en de allereerste Nederlandse marathonkampioene werd.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Die overwinning was het belangrijkste wapenfeit in haar schaatscarrière, die zich net onder de absolute top afspeelde, zonder grote uitschieters zoals een deelname aan de Olympische Spelen. Daarvoor was ze te veel een allrounder, zegt haar dochter José. ‘Ze kon goed sprinten en ook goed lange afstanden rijden, maar blonk er niet in uit.’
Wat vooral beklijfde, waren de buitenlandse reizen naar landen achter het IJzeren Gordijn. Haar man Harrie: ‘Met name Alma-Ata (nu Almaty, red.), in de voormalige Sovjet-Unie, maakte veel indruk op haar. Enerzijds door de supersnelle baan op hoogte, anderzijds vanwege de armoede die ze daar had gezien. Bij vertrek ruilde ze spijkerbroeken met de plaatselijke bevolking.’
Nadat ze in 1982 was gestopt met schaatsen, bleef Westenbroek werken als medisch analist in het ziekenhuis van Heerenveen, iets waarmee ze tijdens haar sportcarrière al was begonnen. Er kwam een gezin, waardoor ze in 1985 en 1986 de Elfstedentocht aan zich voorbij moest laten gaan: de eerste keer gaf ze borstvoeding aan de oudste, de tweede keer was ze net bevallen van de tweede. Het heeft haar nooit dwarsgezeten, zegt Harrie. ‘Ze zei altijd tegen de kinderen: jullie zijn mijn twee kruisjes.’ En bij de Elfstedentocht van 1997 kwam het er toch nog van.
Tot op hoge leeftijd bleef ze schaatstrainingen geven, de laatste jaren aan de zogeheten huisvrouwengroep in Thialf. Pas toen ze oefeningen niet meer kon voordoen, stopte ze ermee. ‘Ze zei altijd: als ik niet meer pootje-over door de bocht kan, houdt het op. En daar hield ze zich aan’, zegt Harrie.
Sophie Westenbroek overleed op 78-jarige leeftijd aan de gevolgen van longfibrose. Over haar schaatscarrière sprak ze zelden thuis, ook niet over haar primeur als eerste winnaar op het NK marathon voor vrouwen. Pas toen kranten daar na haar overlijden bij stilstonden, drong bij haar familie door hoe bijzonder haar plaats in de schaatsgeschiedenis was geweest.
‘Alleen op 1 januari, als traditioneel het NK wordt verreden, ging ze er wel even voor zitten, voor de televisie’, vertelt Harrie. ‘Dan werd haar naam altijd genoemd als eerste winnares. Daar was ze best trots op. Maar ermee te koop lopen, nee, dat zat niet in haar karakter opgesloten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant