Frank Pieke | China-onderzoeker De Chinese overheid bemoeit zich steeds actiever met de wereld buiten haar landsgrenzen, onder andere met nieuwe wetten die ook daar gelden. Dat kan grote gevolgen hebben voor bedrijven en individuen, ziet China-onderzoeker Frank Pieke. ”Ook op meer transnationale repressie moeten we ons voorbereiden.”
Frank Pieke in Singapore, waar hij onderzoek deed bij het East Asian Institute.
Een Nederlandse wethouder die een Tibetaanse delegatie ontvangt, of een Chinese student die zich in Europa bezighoudt met activisme dat de Chinese overheid als „ondermijnend” voor de etnische eenheid van het land beschouwt. Beiden zouden vanaf deze maand te maken kunnen krijgen met juridische gevolgen onder een nieuwe Chinese wet. Want deze wet geldt niet alleen voor Chinese burgers, maar ook voor „organisaties en individuen buiten de Volksrepubliek” die activiteiten verrichten die de Chinese overheid als schadelijk beschouwt.
In de afgelopen maanden kondigde de Chinese overheid ook vergaande regels aan om de eigen productieketens beter te beschermen. Voor buitenlandse bedrijven in China kan het daardoor strafbaar worden om onderzoek te doen naar hun Chinese toeleveranciers. En in mei sleepte moederbedrijf Wingtech zijn Nederlandse dochter Nexperia, waarmee het sinds vorig jaar in conflict is, in China voor de rechter, zich beroepend op de Chinese wet tegen buitenlandse sancties.
Op het eerste gezicht zijn het ontwikkelingen die weinig met elkaar te maken hebben. Maar het zijn allemaal voorbeelden van hoe de Chinese rechtspraak zich steeds actiever bemoeit met de wereld buiten China’s grenzen.
In het land wordt al ruim tien jaar hard gewerkt aan wetgeving die de belangen van de Chinese staat, en van Chinese bedrijven en individuen in het buitenland, beter moet behartigen, aldus Frank Pieke. Hij is emeritus hoogleraar modern China en een van de auteurs van een rapport over deze ‘grensoverschrijdende rechtsorde’ in opkomst, dat eerder deze maand verscheen.
Ook andere landen passen hun wetgeving buiten hun eigen grondgebied toe. Denk aan Amerikaanse sancties of anti-corruptiewetgeving. Of de Europese wetten voor gegevensbescherming, die gelden voor alle bedrijven die data van EU-burgers verzamelen, waar ook ter wereld.
Na het begin van de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten in 2018, toen de VS in hoog tempo importheffingen en exportcontroles aan China oplegden tijdens de eerste presidentstermijn van Donald Trump, kwam de ontwikkeling van economische wetgeving die geopolitiek kan worden ingezet in een stroomversnelling. Inmiddels kan het land hard terugslaan, zoals vorig jaar duidelijk werd toen het de export van zeldzame aardmetalen beperkte. Dat leidde al snel tot wereldwijde tekorten.
Pieke ziet hoe de krachtmeting met de VS China een groter besef van de eigen macht heeft gegeven. „Het begon reactief, en werd maar mondjesmaat ingezet, maar de houding wordt nu pro-actiever. Ze gaan deze wetten nu ook echt gebruiken.”
Binnen China is het „buitenland-gerelateerde recht”, zoals het wordt genoemd, een hot topic bij universiteiten en denktanks. Het onderzoeksgebied omvat alle aspecten van het wetssysteem die verband houden met interacties tussen China en het buitenland. Van internationaal recht, commercieel recht rond internationale transacties en datawetten, tot migratie en de strafrechtelijke vervolging van buitenlanders.
„Wij zien dat niet zo, maar voor China is dit één pakket”, zegt Pieke, die tijdens het onderzoek verbonden was aan het East Asian Institute in Singapore en aan het Leiden Asia Centre.
Net als de VS gebruikt China het recht steeds meer als instrument voor buitenlands beleid. Andere landen doen er goed aan om de impact daarvan niet te onderschatten, zegt Pieke. „Het is belangrijk om hier structureel over te gaan nadenken en je erop voor te bereiden. Er komt meer op je af dan je denkt.”
„We zitten in een soort overgangsfase waarin China steeds meer gaat zeggen: wij zijn een volwassen grootmacht en we gaan ons als grootmacht gedragen. En we zijn minder bezig met het spelen volgens de regels die anderen hebben bedacht. Een tijd lang waren er veel zorgen over heimelijke beïnvloeding vanuit China. Maar de echte actie zit inmiddels meer in de stappen die openlijk plaatsvinden.”
„Dat is de logica van concurrentie tussen supermachten. Dat zag je ook tijdens de Koude Oorlog tussen de Sovjet-Unie en Amerika. Maar waar de competitie toen vooral militair was, zie je die nu over de hele breedte van de economie en maatschappij.”
„De macht van de Amerikaanse rechtsorde blijft voorlopig veel groter dan die van China. De VS kunnen veel meer afdwingen via de dollar en het enorme financiële systeem. Maar China kan ook pijn veroorzaken, zeker bij bedrijven die actief zijn in China. Die kunnen ze hoge boetes opleggen, zoals de Europese Commissie doet met Amerikaanse bedrijven voor het niet voldoen aan Europese regelgeving.”
„Ook de exportbeperkingen op de zeldzame aardmetalen zijn een voorbeeld. Die waren in principe een reactie op de heffingen die Trump oplegde, maar ze sloegen wel heel hard terug en op een manier die veel pijn doet vanwege China’s dominantie in de productieketen. Inmiddels gebruiken ze de regels om heel expliciete doelen te bereiken ten opzichte van de VS, Europa en Japan.”
Dit voorjaar besloot China minder zeldzame aardmetalen te exporteren naar Japan, waarschijnlijk om de Japanse regering onder druk te zetten na uitspraken van de Japanse premier over Taiwan, dat China ziet als afvallige provincie.
„Je moet inderdaad zorgen dat je de economische afhankelijkheid van China verkleint. Dat wilden we al, maar vanwege het gebruik van Chinese wet- en regelgeving die ons bijt, wordt dat urgenter.”
„Daarnaast blijft het heel belangrijk dit zoveel mogelijk in samenspraak met China zelf te doen, om een race to the bottom te vermijden. Er is nog ruimte voor het maken van wederzijdse afspraken over het beschermen van vitale belangen. Daar liggen ook kansen voor ons. Ook zouden we ons op sommige vlakken wat meer open kunnen stellen voor de groeiende mondiale invloed van het Chinese recht, bijvoorbeeld op het vlak van commercieel recht in contracten en transacties. Daarvoor is het nodig om goede kennis van het Chinese recht op te bouwen en te kijken waar de overeenkomsten en verschillen liggen.”
Frank Pieke in Singapore. „Europa moet zijn economische macht keihard inzetten.”
„Als we zelf afspraken met China weten te maken, bijvoorbeeld rond een Nederlands bedrijf als ASML dat klem kan komen te zitten tussen Amerikaanse en Chinese wetgeving, kan ons dat helpen in de belangenafweging tussen China en de VS. Dit soort onderhandelingen hebben alleen zin als je een bepaalde macht hebt. En nu de export naar Europa belangrijker wordt voor de Chinese economie is de macht van de Europese markt aanzienlijk. Die moet je keihard inzetten. Uiteindelijk is het voor Europa belangrijk om onze afhankelijkheden van zowel China als Amerika zodanig te verkleinen dat ze ons niet existentieel kunnen bedreigen.”
„Een grote vraag is of China op een gegeven moment ook secundaire sancties gaat afdwingen. Zoals de VS doen, bijvoorbeeld in Iran. Toen dat gebeurde in 2018 probeerde de EU in eerste instantie Europese bedrijven te compenseren zodat ze zich niet aan de Amerikaanse sancties hoefden te houden, maar de belangen van die Europese bedrijven in de VS waren daar te groot voor en dat mislukte. Ook China zou sancties aan bedrijven kunnen opleggen vanwege hun activiteiten of handel met een derde land, en dat zou ook heel ingrijpend kunnen zijn.”
„Nu er een wet ligt, staan lokale overheden in China onder meer druk om een dissident of een mogelijke spion die op hun pad komt aan te pakken. Daar zijn ze nu zelfs toe verplicht. Meer rechtszaken zijn daarom niet onwaarschijnlijk. Ook vertegenwoordigers van buitenlandse overheden zouden kunnen worden aangeklaagd in China, bijvoorbeeld voor het ontvangen van een Tibetaanse delegatie waar China niet blij mee is. Voor mensen zowel met als zonder de Chinese nationaliteit die actief de belangen van deze groepen behartigen, wordt het gevaarlijker om naar China te reizen omdat ze daar gearresteerd zouden kunnen worden. Ook op meer transnationale repressie moeten we ons voorbereiden.”
Deze week is het tien jaar geleden dat het arbitragehof in Den Haag een uitspraak deed over China’s claims in de Zuid-Chinese Zee. Het hof stelde de Filippijnen, die de zaak hadden aangespannen, grotendeels in het gelijk. Die uitspraak uit 2016, waar China zich niet aan heeft gehouden, vormde een belangrijke motivatie voor China om meer te investeren in internationaal recht. Duizenden Chinese advocaten hebben zich sindsdien gespecialiseerd in internationaal maritiem recht.
„Ik denk dat ze in China echt dachten dat ze gelijk zouden krijgen. Ze hadden veel vertrouwen in het internationale systeem en het internationaal recht, dat tijdens China’s opkomst ook veel in hun voordeel had gewerkt, bijvoorbeeld rond China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie. Toen ze geen gelijk kregen, was er een gevoel van verwonding. Zeker omdat territoriale zaken zo gevoelig liggen voor China, als een macht die nog steeds probeert het territorium dat het als het zijne beschouwt ‘heel’ te maken.”
„Dat niet. China bouwt een aantal eigen organisaties op maar blijft ook vol inzetten op het belang van internationaal recht en het versterken van het systeem van de Verenigde Naties. Dat zien ze als cruciaal instrument voor mondiaal bestuur. De Chinese overheid wijst daarbij nadrukkelijk naar het mondiale Zuiden, met wie ze dat samen wil doen, terwijl de VS en Europa het steeds meer zouden laten afweten.”
„Veel hiervan staat nog in de kinderschoenen. Op dit moment hebben we in Europa nog zeggingskracht genoeg om de toekomst van deze instituties mede vorm te geven. Daarvoor moeten we bereid zijn om ideeën daarover van Chinese kant, maar juist ook vanuit het mondiale Zuiden, serieuzer te nemen. Ook als die niet precies aansluiten bij ons eigen idee van internationaal bestuur en recht.”