Home

Heeft elke horrorfilm een gruwelijk trauma nodig?

Horror ‘Hokum’ is het nieuwste spookhuis van Ier Damian McCarthy. De sfeer en schrikmomenten zijn weer virtuoos, maar het halfhartige trauma van het hoofdpersonage maakt de film wat goedkoop. Waarom moet elke horrorfilm ook traumaverwerking zijn?

Horror

Hokum. Regie: Damian McCarthy. Met: Adam Scott, Florence Ordesh, David Wilmot.

Lengte: 107 minuten.

Te zien in de bioscoop.

Het Ierse Bilberry Woods-hotel is een bedwantsfabriek in flikkerlicht en bordeauxrood. Vóór de entree tref je een leegbloedende bok, daarachter een trillende opa die heksenverhalen vertelt aan vreemde kinderen. Als je op dat moment nog niet bent teruggesneld naar de huurauto, brengt een ouderwetse piccolo je tassen naar je kamer. Je kunt een drankje krijgen van de tragische schoonheid achter de bar, die feestelijk versierd wordt voor Halloween. Kom alleen niet in de bruidssuite, want daar zit een 400 jaar oude bosheks opgesloten. Maar dat is slechts een verhaaltje, natuurlijk.

Het is de perfecte retraite voor de beroemde Amerikaanse schrijver/alcoholist Ohm Bauman (Adam Scott). Tijdens zijn verblijf in het hotel hoopt hij zijn nieuwste boek af te ronden, én vrede te sluiten met de gruwelijke dood van zijn moeder (die nog weleens achter hem in de spiegel wil opduiken).

Hokum is het nieuwste carnavaleske spookhuis van de Ierse regisseur Damian McCarthy. Hij werd de afgelopen jaren een nieuwe horrordarling met Oddity (2024) en Caveat (2020): heksenketels waarin gotiek, horrorclichés en behekste objecten samensmelten. McCarthy is de meester van de jumpscare. Een personage ziet een schim in de spiegel. Draait zich om, ziet niks. Draait terug, ziet de schim iets dichterbij. Draait zich om: een spook springt hem in het gezicht.

Kinderen aan kettingen

Ook Hokum laat je uit je stoel springen. Dienstdoende griezel is een Ierse folkloreheks die kinderen aan kettingen meeneemt voor een bezichtiging van de onderwereld (een alter ego van McCarthy?). De modern gothic-sfeer van het behekste hotel maakt van de film een soort The Shining-hommage, maar wel een van de betere, omdat Hokum de horrorclichés eerder opzoekt dan omzeilt. Schrijver Bauman loopt nog net niet rond met een strop om zijn nek, zo depressief is hij. Het einde van zijn nieuwste boek is bijna lachwekkend nihilistisch. De obligate horrorgoeroe in de film – het personage dat Bauman wegwijs maakt in de Ierse hekserij – is een landloper aan de psychedelica die door het bos huppelt.

Regisseur McCarthy speelt virtuoos met de flinterdunne grens tussen horror en komedie, totdat hij je plotseling verrast met een horrorkonijn. De unieke sfeer heeft iets weg van een vervloekte kinderserie; Annie M.G. Schmidt in de hel. Het acteerwerk van hoofdrolspeler Adam Scott past daar perfect bij; hij is even grappig als in zijn komedierollen, maar straalt ook een verontrustende doodsheid uit.

Toch lukt het McCarthy hier niet de verschillende elementen van zijn film goed te laten versmelten. De hotelsetting en Ierse folklore lijken wat lukraak bij elkaar gegooid. Een verhaallijn rond misogynie lijkt vooral bedoeld voor effectbejag. En bovenal: het ’trauma’ van Ohm Bauman blijft vlak en oppervlakkig.

De ‘slimme horrorfilm’ bevat vaker wat (pseudo)psychologie rondom rouw of trauma. Soms werkt dat, vaker voelt het als excuus, alsof filmmakers denken: een spookhuis bouwen mag, maar alleen als de skeletten je aan je moeder doen denken. De psychologische baggage van Hokum heeft zo weinig met de plot (of thematiek) te maken dat het voelt als emotionele chantage. Horror mag ook gewoon een kermisattractie zijn, zeker als die gebouwd is door McCarthy.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next