Home

Bij Jacques Tati barst iedereen op een ander moment in schaterlachen uit

Retrospectief Jacques Tati Acteur-regisseur Jacques Tati maakte slechts zes films, maar zijn silhouet is in Frankrijk minstens zo bekend als dat van Charlie Chaplin. Tati’s invloed op filmmakers is immens: van de perfectionistische wereldbouwer Wes Anderson tot de minimalistische liminal spaces van ‘Backrooms’. Deze zomer draaien zijn films weer in filmhuizen.

Jacques Tati tijdens de opnames van ‘Trafic’.

Het duurt wel tien minuten voordat Jacques Tati’s alter-ego Mr. Hulot zijn opwachting maakt in Playtime (1967). We zijn in de aankomsthal van een vliegveld en je kijkt je ogen uit. Twee nonnen die langswandelen met klapperende kapjes. Stewardessen die roerloos uit het raam staan te staren. Ze lijken wel van hout, totdat ze even bewegen. Maar halverwege de scène heeft Tati ze, zoals hij later vertelde, inderdaad door gefiguurzaagde poppen vervangen. Een schoonmaker die leep om zich heen spiedt of iemand ziet dat hij helemáál niet aan het vegen is. Maar dat is ook helemaal niet nodig, want alles glanst en glimt en is één grote lachspiegel voor het effect van automatisering op menselijk gedrag. Playtime is Tati’s variatie op het satirische Modern Times (1936), waarin Charlie Chaplin de ontmenselijking van doorgeslagen technologie al op de hak nam.

Toen hij Playtime maakte was Tati’s silhouet in Frankrijk minstens zo herkenbaar als dat van Chaplin. Buiten Frankrijk en zeker nu is dat anders. De als Jacques Taticheff in Parijs geboren Tati maakte slechts zes speelfilms. Die worden periodiek heruitgebracht, zoals nu in digitale 4k-restauratie. Elke generatie mag Tati’s droogkomische slapstick herontdekken: zodra Hulot binnenkomt, wordt de wereld een struikelparade van ongerijmdheden.

Met niemand te vergelijken

Tati (1907-1982) is een van die filmmakers die zo uniek is dat hij met niemand te vergelijken is. Tegelijkertijd heeft het geworstel van zijn personages met het modernisme achteraf op iedereen invloed gehad. Hij was net zo’n wereldbouwer en perfectionist als Wes Anderson. David Lynch hield van de manier waarop hij van de meest alledaagse situaties een decor van iets absurdistisch kon maken. Als je kijkt naar de populariteit van liminale ruimtes als vliegvelden, stations, hotellobby’s en lege snelwegen bij GenZ, dan kun je de invloed van Tati zelfs doortrekken tot aan de horrorfilmhit van deze zomer: Backrooms. Het zou me niets verbazen als de kartonnen reclamepop die daar niemand in het bijzonder in alle talen van de wereld welkom heet, van de set van Playtime is gestolen.

Als je de kleinzoon bent van een Russische generaal en een lijstenmaker die bevriend was met Vincent van Gogh, dan is professioneel rugbyspeler misschien niet de meest voor de hand liggende beroepskeuze. Maar Tati ontdekte tijdens zijn diensttijd zijn talent en fascinatie voor sport. Nadat hij een tijdje als rugbyspeler aan de slag ging, werd duidelijk dat hij óók talent had voor impersonaties en imitatie. In plaats van een comfortabel leven in het familiebedrijf, koos hij toen voor mime en theater, en na de Tweede Wereldoorlog film.

Zijn humor is fysiek en situationeel, net zoals de komieken die hij bewonderde, zoals Buster Keaton. In de liefdevolle kleine biografie uit 2001 die David Bellos over Tati schreef wordt Keaton geciteerd, Tati zette volgens hem de traditie van de stille film voort met geluid. Daarmee doelde hij op de manier waarop in Tati’s films niet simpelweg de pantomime werd ingeruild voor dialoog, maar door vernuftig asynchroon sound design, noisescapes en hysterische jazz. Als je uitgekeken bent, kun je bij Tati altijd nog luisteren: naar zwiepende deuren, zuchtende skaileren kussens, gonzende vliegen of mompelende mensen.

Tati had met gemak, net zoals generatiegenoot Louis de Funès, film na film met dezelfde typetjes kunnen blijven maken. Het publiek zat, na het succes van Les Vacances de Monsieur Hulot (1953) en het met een Oscar voor beste niet-Engelstalige film bekroonde Mon oncle (1958), op het puntje van hun stoel. De verwachtingen waren hoog. Maar later zou Tati toegeven dat toen hij Playtime (1967) maakte, hij Hulot eigenlijk alweer zat was. Vandaar dat hij in de film eerst een paar nep-Tati’s introduceert. Er zitten er een stuk of vijf in, tot een hele hippe in een bont blauw hemd aan het einde. Tip: let op hun sokken! Het zouden er zomaar nog meer kunnen zijn, want in de films van Jacques Tati moet je altijd overal tegelijk naar kijken; er is de hele tijd van alles aan de hand.

Perfectionist

Playtime zou hem overigens op de rand van een faillissement brengen: Tati was zo’n perfectionist dat hij alle filmlocaties zou nabouwen op een immens studioterrein aan de rand van Parijs, dat Tativille werd gedoopt. Hij omschreef Playtime in een interview als „een democratie van grappen en geintjes”. Deze film gaat over „iedereen”: er is geen echt verhaal, geen echte hoofdpersonen, alleen een heleboel mensen verdwaald in een speeltuin vol futuristische gimmicks en gadgets. En omdat er in die eindeloze shots voor iedereen óók iets anders is te ontdekken, is de humor van de film óók democratisch. Kijk hem in een zaal vol mensen en je zult ontdekken dat iedereen op een ander moment grinnikt of in schaterlachen uitbarst.

Jour de Fête (1949), Les Vacances de Monsieur Hulot (1953), Mon Oncle (1958), Playtime (1967), Trafic (1971) en Parade (1974) zijn deze zomer (vanaf 30 juli) te zien in de filmtheaters. 

Jacques Tati als postbode in het plattelandsdorpje Sainte-Sévère-sur-Indre in ‘Jour de Fête’ (1949).

‘Jour de Fête’ (1949): dorpsklucht waarmee Europa de horror van de oorlog vergat

Dat silhouet van een lang slungellijf met kaarsrechte rug: dat kan toch alleen maar Jacques Tati zijn? Of is het Charles de Gaulle, vader van het moderne Frankrijk?

In Tati’s speelfilmdebuut Jour de Fête (1949) haal je die twee zomaar door elkaar. Tati draagt nog niet het hoedje met pijp van Monsieur Hulot, maar de kepi van de sukkelige postbode François – hoe Frans wil je een naam hebben? François is geen stoethaspel verdwaald in een dolgedraaide moderne wereld, maar een dorpeling betoverd door de verre Sirenenzang daarvan. Op het dorpsfeest ziet hij een film over Amerikaanse postbodes: snel, geautomatiseerd, uitgerust met helikopters en bodybuilders-lijven. Opgefokt door kermisklanten – aan die Yanks kan jij niet tippen! – besluit François de post voortaan op z’n Amerikaans te bezorgen: Rapidité, rapidité!

Het verrukkelijke Jour de Fête – een uitbreiding van Tati’s kortfilm  L’ école des facteurs (1947) – is het soort dorpsklucht waarmee Europa de horror van de oorlog vergat. Tati begroet de nieuwe Amerikaanse wereldorde met een Franse mix van fascinatie, jaloezie en ironie. En breekt – als generaal De Gaulle – een lans voor het ‘eeuwige Frankrijk’. Want is de Amerikaanse Droom van de postbode roemloos in de plomp geëindigd, dan keert hij terug naar het vertrouwde dorpsritme en helpt een boer met hooien.

Coen van Zwol

Jacques Tati als Monsieur Hulot (links) in ‘Les Vacances de monsieur Hulot’ (1953).

‘Les Vacances de Monsieur Hulot’ (1953): van iets zwaars iets lichts maken

Les Vacances de Monsieur Hulot (1953) is de film waarin Jacques Tati zijn onvergetelijke monsieur Hulot introduceert, een zwijgzaam, verstrooid en timide personage dat onbedoeld zijn omgeving ontregelt. Hulot viert vakantie in een archetypisch Frans kustplaatsje, waar hij binnen en buiten zijn hotel allerlei avonturen beleeft. Meer dan een doortimmerd verhaal biedt Les Vacances een serie briljante sketches die inventief in beeld zijn gebracht, met humoristisch gebruik van geluid.

In een van de sketches belandt Hulot met zijn krakkemikkige auto per ongeluk op een begrafenis. Door omstandigheden komt daarbij een plakkerige binnenband op een met bladeren bezaaide grond terecht. Als Hulot hem oppakt, loopt de uitvaartbegeleider op hem af. Hij denkt dat Hulots bebladerde band een rouwkrans is en neemt hem mee op weg naar de begraafplaats, waar de nabestaanden al staan te wachten. Het is een van mijn favoriete komische scènes, die bovendien van iets zwaars iets lichts maakt.

André Waardenburg

Jacques Tati als Monsieur Hulot in ‘Mon Oncle’ (1958).

‘Mon Oncle’ (1958): inspiratiebron voor latere klassesatire

Zodra het je is opgevallen begin je overal in klassesatire Parasite uit 2019 overeenkomsten te zien met Tati’s Mon Oncle uit 1958. Van de moderne huizen van de hoofpersonages tot de verentooi waarmee spelende kinderen in beide films rondrennen. De Koreaan Bong Joon-Ho zou zeker niet de eerste eigentijdse regisseur zijn die zich bewust of onbewust liet inspireren door Tati. Mon Oncle was behalve een slapstickkomedie met veel overdrijvingen, typetjes en fysieke humor, een kritische blik op moderniseringsdrang en consumentisme. De film zet, net als Parasite, architectuur in om zijn boodschap over te brengen. Beide films wonnen trouwens Oscars.Mon Oncle draait om het gezin van het jongetje Gérard dat in een hypermoderne villa woont, voorzien van geestige snufjes zoals een fornuis dat steaks omhoogwipt zodat die niet handmatig hoeven te worden omgedraaid. Zelf heeft hij weinig aan dat technologisch vertoon, hij mag in zijn kale thuis niet spelen met vriendjes. Alleen gasten op wie zijn moeder indruk wil maken, met de fontein of de voordeur die met veel lawaai automatisch opent, zijn welkom. Liever hangt Gérard dus rond met zijn oom, Monsieur Hulot, die vlakbij in een volkse wijk woont waar efficiëntie ver te zoeken is, maar waar nog kattenkwaad kan worden uitgehaald. Net als bij Parasite ontspoort de boel tijdens een feestje in de villa.

Sabeth Snijders

Jacques Tati (midden) in ‘Trafic’ (1971).

‘Trafic’ (1971): Monsieur Hulot op weg naar de AutoRAI

Er is niets leukers dan je filmische held over de Nederlandse snelwegen te zien crossen. Die van begin jaren zeventig welteverstaan, dus de nummerborden waren donkerblauw, de auto’s leken op dinky toys en acteur-regisseur Jacques Tati keert nog één keer terug als zijn favoriete typetje Hulot. Hebben we hem in al zijn films niet meer dan pakweg vijftig woorden horen spreken, nu blèrt hij de geluidsband van de trailer vol alsof hij een, tsja, autoverkoper, is. De plot is zoals gewend minimalistisch: auto-ontwerper Hulot rijdt zijn nieuwste model van Parijs naar de AutoRAI, en de hele gemechaniseerde wereld zit hem in de weg. Toen was dat in een interview met deze krant nog verstrooiing zonder boodschap, tegenwoordig wordt Tati beschouwd als tragikomische visionair. Nederlander Bert Haanstra regisseerde en financierde mee, maar de perfectionist en de documentarist bleken niet door een deur te kunnen.

Dana Linssen

Film

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next