De Europese Unie moet juist nu doorbijten en met sancties Vladimir Poetin naar de onderhandelingstafel dwingen. Maar vooral in zuidelijk Europa regeert het economisch belang.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De explosieve stijging van de export van EU-landen naar kleine buurlanden van Rusland als Azerbeidzjan en Kirgizië, het hoge aantal Europese componenten in Russische raketten, de gestegen Europese import van vloeibaar Russisch gas, de bijna ongehinderde doorvaart van Ruslands ‘schaduwvloot’ door Europese wateren; de lijst met bewijzen waarom de Europese sancties minder imposant zijn dan Europese politici willen doen geloven, is lang.
Dat politici toch zo trots zijn op hun twintig sanctiepakketten sinds 2022 is begrijpelijk. De Europese Unie, die op het gebied van buitenlandse politiek bij consensus besluit en meestal niet verder komt dan het uitspreken van ‘grote bezorgdheid’, is geen ideaal vehikel om de machtspolitieke golven van de 21ste eeuw te breken.
Dat dacht ook Vladimir Poetin. Hij zag de vergaande meebuigendheid waarmee Europa’s grootste landen jarenlang zijn agressieve expansiebeleid tegemoet traden – in ruil voor goedkope energie en toegang tot de Russische afzetmarkt. En hij concludeerde dat hij de verzwakte Europese democratieën, geabsorbeerd door interne crises, met zijn intimidatiepolitiek ook wel het verlies van heel Oekraïne door de strot kon duwen.
Bijna kreeg hij gelijk, want Europa en Amerika stonden klaar om ‘boe’ roepend, maar zonder een vinger uit te steken, toe te zien hoe Kyiv zou worden overlopen door de Russen. Maar Oekraïne hield stand, vocht terug en die nieuwe realiteit dwong Europa eindelijk in actie te komen.
Geen militaire actie, zoals het afdwingen van een no-flyzone, want Europa was de oorlog voorbij. Militaire middelen waren hier allang geen instrument meer voor het verdedigen van vrijheid (zoals in de Tweede Wereldoorlog), maar werden louter ingezet voor (meestal vergeefse) pogingen verre landen te stabiliseren.
Dus gooide Europa het over de boeg van de economische sancties – een erg ‘westers’ middel dat vaak niet werkt tegen dictators of andere fanaten. Toch zal het Poetin hebben verbaasd: voor één keer koos Europa om zelf economische pijn te slikken om Rusland te raken. Vanwege de ‘gaten’ in die sancties kwam hiervan jarenlang weinig terecht, totdat de Oekraïeners een handje hielpen met zelf ontwikkelde langeafstandswapens.
Dat juist nu de Europese sanctiemachine het dreigt te laten afweten, zoals de Financial Times berichtte, is daarom een bittere pil, en onacceptabel. Steeds meer landen zoeken uitzonderingen voor hun eigen grote bedrijven of industrieën. Griekenland blokkeert sancties die de belangen raken van de Griekse tycoon die al tientallen miljarden euro’s omzet heeft gehad door het transporteren van Russisch vloeibaar aardgas. De wereld op zijn kop.
Duitsland en Portugal willen Russische vis niet in de ban doen, want daar lijdt hun visverwerkende industrie onder. Frankrijk en Italië willen de ban op toeristenvisa voor afgezwaaide Russische militairen afzwakken. Oostenrijk wil dat de bank Raiffeisen wordt gecompenseerd voor een Russische boete. En iedereen herinnert zich nog de kwalijke Belgische rol inzake Russische bevroren tegoeden.
De veelal zuidelijke landen die Kyiv ook militair nooit veel steun boden, laten steeds schaamtelozer hun economische belangen prevaleren boven pogingen de grootste agressie in Europa sinds de nazitijd in te tomen. Europa op zijn smalst, net nu eenheid en meer druk nodig zijn om Poetin naar de onderhandelingstafel te dwingen.
Source: Volkskrant