Home

Opinie: Maak digitale euro aantrekkelijker, om afhankelijkheid van VS te beperken

Het Europees Parlement stemde op 9 juli in met de introductie van de digitale euro. Maar er moet in Brussel nog hard worden onderhandeld. Want waarom zou je als burger een digitale eurorekening openen, als je er nauwelijks geld op kunt ontvangen en aanhouden?

Wat heb ik aan een ‘digitale euro’ als ik nu al met mijn bankpas of telefoon kan betalen? Bij het gesprek over de digitale euro gaat bijna alle aandacht naar ‘wij’ als consument. Hierdoor blijft onderbelicht dat de ontwerpkeuzes die Europa nu in het wetsvoorstel voor de digitale euro vastlegt ons ook raken als burgers.

Deze wet gaat namelijk over iets wezenlijks: de inrichting van ons geldstelsel. Wat wordt de rolverdeling tussen publieke en private partijen in het creëren van ons digitale geld en het organiseren van het betaalverkeer? Welke functies houden we in Europese handen en waar zijn buitenlandse partijen welkom?

Van oudsher heeft geld drie functies: het is een rekeneenheid, een betaalmiddel en een oppotmiddel. Dat we de euro als rekeneenheid gebruiken is door Europese overheden bepaald, maar de private sector speelt een dominante rol bij de andere twee functies. Zo maken private banken al ons digitale geld (alleen contant geld is publiek) en kaartbetalingen lopen in Europa grotendeels via twee Amerikaanse bedrijven: Visa en Mastercard.

Over de auteurs
Thomas Bollen
is financieel econoom, onderzoeksjournalist en auteur van Geld genoeg, maar niet voor jou (2025, Follow the Money). Vicky Van Eyck is onderzoeker en strateeg bij het Sustainable Finance Lab. Mark Sanders is hoogleraar internationale economie aan de Universiteit van Maastricht en lid van het Sustainable Finance Lab. Martijn van der Linden is lector New Finance aan De Haagse Hogeschool.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De introductie van de digitale euro kan de balans tussen publiek en privaat én de balans tussen Europees en niet-Europees veranderen. In tegenstelling tot banktegoeden, is de digitale euro geen vordering op een commerciële bank, maar staat je geld direct bij de centrale bank, een publieke instelling. Het voordeel hiervan: je loopt geen kredietrisico, dus dit geld is echt veilig. Betalen met de digitale euro kan daarnaast zonder tussenkomst van buitenlandse bedrijven.

Lobby

Maar met name de commerciële banken zitten niet te wachten op een concurrent. Sinds 2019 lobbyen zij op nationaal en op Europees niveau tegen de introductie. Dat was bijna gelukt. De banken hadden Fernando Navarrete Rojas, de dossiervoerder in het Europees Parlement, ervan overtuigd dat zij met Wero (de vervanger van iDeal) een Europees betaalsysteem ontwikkelen dat de digitale euro overbodig maakt.

Maar de rest van het economisch comité floot Rojas terug. Rojas’ fractiegenoot Markus Ferber noemde de digitale euro een ‘geopolitieke noodzaak’. De afhankelijkheid van twee Amerikaanse netwerken is met de herverkiezing van Trump in een ander daglicht komen te staan. Plots staat monetaire soevereiniteit hoog op de agenda in Brussel.

Een private, pan-Europese betaaloptie zoals Wero is echter ontoereikend. Private multinationals zijn geografisch immers ongebonden en kunnen ten prooi vallen aan vijandige overnames of vriendschappelijke fusies. Zo fuseerde Europay International, het toenmalige Europese betaalnetwerk achter Eurocard en Maestro, in 2002 met MasterCard, waarna het zijn Europese identiteit verloor.

Ruime meerderheid

Op 9 juli stemde het Europees Parlement met een ruime meerderheid in met de komst van de digitale euro. De digitale euro gaat er dus komen, maar het ontwerp lijkt in de verste verte niet meer op het oorspronkelijke idee. Dat idee ontstond na de kredietcrisis van 2008. Het digitale betaalverkeer en banken waren zonder overheidsingrijpen omgevallen. Het werd duidelijk dat banktegoeden niet honderd procent veilig zijn, ook niet onder het depositogarantiestelsel.

In meerdere landen stelden monetaire hervormingsbewegingen vervolgens de introductie van een digitale variant van contant geld voor. In Nederland dwong burgerbeweging Ons Geld met ruim 110 duizend handtekeningen een Kamerdebat over het geldstelsel af, waarna de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een onderzoek startte.

In 2019 onderschreef de WRR dat we voor betalen en sparen te afhankelijk zijn geworden van private banken. De WRR pleitte daarom ‘voor het creëren van een publiek verankerd alternatief voor betalen en sparen, naast de huidige banken’. Wopke Hoekstra, toenmalig minister van Financiën en nu Eurocommissaris, nam geen actie op nationaal niveau met als argument dat de Europese Centrale Bank (ECB) onderzoek ging doen naar digitaal centrale bankgeld.

Versmallen

In de jaren die volgden nam de ECB het initiatief om de digitale euro te ontwikkelen, maar het ontbrak aan een duidelijk politiek mandaat met expliciete doelstellingen. Dat bood ruimte aan de bankenlobby om in te praten op de ECB en Fisma, het directoraat-generaal van de Europese Commissie dat verantwoordelijk is voor financiële regelgeving. Toen de Europese Commissie in juni 2023 het wetsvoorstel presenteerde, bleek dat het de banken was gelukt om de doelstellingen van digitaal publiek geld enorm te versmallen.

Zo staat in het wetsvoorstel een limiet op de maximale hoeveelheid digitale euro’s op je rekening. Hoe hoog die limiet exact is, wordt pas bij de invoering vastgesteld, maar het bedrag dat rondzingt is 3.000 euro.

Het voorstel geeft als reden dat de digitale euro louter als betaalmiddel en niet als oppotmiddel is bedoeld. Anders dan met contant geld of banktegoeden kun je er maar beperkt in sparen. En dat maakt de munt (ook als betaalmiddel) veel minder aantrekkelijk. Waarom zou je als burger een digitale eurorekening openen, als je er nauwelijks geld op kunt ontvangen en aanhouden?

Toegangspoort

Het lijkt de banken ook te lukken de universele toegang tot de digitale euro te beperken. Zoals het nu in het wetsvoorstel staat, blijven commerciële banken de voornaamste toegangspoort: je gebruikt je digitale eurorekening via een bank of een andere betalingsdienstverlener.

Na de recente stemming kunnen de onderhandelingen tussen het Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie beginnen. De hoofdpunten liggen al vast, maar op details valt er nog veel te winnen.

De hoogte en de governance van de limieten zijn een cruciaal punt. Hoe lager de limiet, hoe kleiner het nut en de impact van de digitale euro. Minstens zo belangrijk is daarom wie de limiet bepaalt en hoe vaak die kan worden herzien. De Raad wil het besluit hierover bij de ministers van Financiën leggen – precies waar de bankenlobby het sterkst is. Bij een politieke impasse blijft de limiet hetzelfde als voorheen. De Commissie laat liever alles over aan de ECB.

Stapsgewijs

Onze voorkeur gaat uit naar de optie die het Parlement voorstelt. Daarin heeft het stapsgewijs verhogen van de limieten de beste kansen. De ECB brengt elke twee jaar een advies uit, de Commissie moet een gedelegeerde handeling aannemen, waarna het Parlement en de Raad in conclaaf gaan. Als ze er niet uitkomen, treedt automatisch het advies van de ECB in werking, waarmee wordt voorkomen dat de limieten zonder unanimiteit voor lange tijd laag blijven.

De onderhandelingen zullen ook uitwijzen of er een publieke toegangsoptie komt en voor wie die optie beschikbaar is. De posities van de drie Europese instellingen verschillen op dit punt. Het is van belang dat de publieke toegangsoptie er niet alleen komt voor kwetsbare groepen en personen zonder bankrekening, maar voor iedereen die geen commerciële aanbieder wil gebruiken. Alleen op die manier neemt de maatschappelijke afhankelijkheid van banken immers daadwerkelijk af.

Zelfde bank

Interoperabiliteit (de onderlinge samenwerking, red.) tussen rekeningen is een derde onderhandelingspunt. Als het aan de Raad ligt, hoeven banken het opwaarderen van een digitale eurorekening alleen gratis aan te bieden vanaf een rekening bij diezelfde bank, en niet vanaf een rekening bij een andere bank of via een betaaldienst als PayPal. Het Europees Parlement en de Commissie willen dat dit een gratis basisdienst wordt – een veel beter idee als je het voor gebruikers zo makkelijk mogelijk wilt maken en concurrentie tussen verschillende aanbieders wilt bevorderen.

Het is de commerciële banken gelukt om de digitale euro klein te houden. Toch is de nieuwe munt een unieke kans om de toegang van burgers tot publiek geld te herstellen – en daarmee een soeverein Europees betalingssysteem voor het digitale tijdperk te realiseren. De opgave voor de onderhandelaars is duidelijk: introduceer deze nieuwe publieke munt met een juridisch kader dat snelle opschaling van het project mogelijk maakt.

Alleen met een Europees publiek geldstelsel dat aantrekkelijk is voor álle burgers kunnen we onze afhankelijkheid van grote multinationals en de Verenigde Staten verkleinen en Europese soevereiniteit versterken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next