De nieuwe Britse premier Andy Burnham beloofde maandag de chaotische politiek van de afgelopen tien jaar in rustiger vaarwater te brengen. Maar met gigantische uitdagingen in binnen- en buitenland lijkt het een monsterklus te worden. Intussen ruikt de oppositie bloed.
Waar Boris Johnson bij zijn aantreden als premier in 2019 nog repte over de "sunlit uplands" (zonovergoten hooglanden) en een "nieuw gouden tijdperk" voor het Verenigd Koninkrijk, was de eerste toespraak van Burnham als premier een stuk soberder. De Londense politiek heeft gewone Britten in de steek gelaten, erkende de 56-jarige Burnham voor de beroemde gevel van 10 Downing Street.
De kersverse premier van het Verenigd Koninkrijk belooft het beter te gaan doen dan zijn voorganger Keir Starmer. Maar de klus is gigantisch: de problemen waarmee Starmer kampte zijn onverminderd groot en het krediet dat premiers krijgen houdt al jaren niet bepaald over. Burnham is al de zevende premier in tien jaar tijd die zijn intrek neemt in Downing Street. Alleen huiskat Larry is er nog een bekend gezicht.
Toen Starmer in de zomer van 2024 met zijn partij Labour de verkiezingen won, stelde toenmalig stafchef Sue Gray een 'shitlist' op met problemen die direct de aandacht van de inkomende regering verdienden. Gray keert in die rol terug om de regering-Burnham opnieuw van zo'n lijst te voorzien, schreef The Guardian.
Het grootste hoofdpijndossier voor de oud-burgemeester van Manchester is de piepende en krakende economie. Die heeft de laatste jaren geleden onder een gebrek aan investeringen in de publieke sector, de economische gevolgen van Brexit en de oorlog in Iran. Om rust in de portemonnee van Britten terug te brengen, wil Burnham de huurprijzen bevriezen en bus- en energieprijzen verlagen.
Daarnaast schreeuwen de publieke voorzieningen om aandacht. Berucht zijn de gigantische wachtlijsten in de Britse gezondheidszorg. Maar ook in het sociale domein zijn de uitdagingen groot: twee miljoen ouderen krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Verder moeten er honderdduizenden nieuwe, betaalbare woningen komen. Volgens Burnham gaat het om de grootste woningbouwoperatie sinds de Tweede Wereldoorlog.
Al deze hervormingen kosten miljarden per jaar, geld dat ergens vandaan moet komen. Burnham zou - meer dan Starmer - bereid zijn via belastingen geld op te halen bij de rijken. Maar dat stuitte op bezwaar in het Britse bedrijfsleven, waardoor Burnham dat plan op de lange baan schoof.
Burnham bevindt zich op de linkervleugel van Labour wat betreft economische thema's. Naar eigen zeggen staat hij een "bedrijfsvriendelijke vorm van socialisme" voor, maar zijn uitspraken over belastingverhoging voor de rijken en bemoeizuchtige overheid leidden juist bij bedrijven tot zorgen, schrijft The Financial Times. Om de economie weer op de rit te krijgen, zal Burnham juist het vertrouwen van het bedrijfsleven moeten winnen.
Defensie krijgt naar alle waarschijnlijkheid wel meer geld. Starmer lag eerder dit jaar overhoop met zijn toenmalige defensieminister John Healy, die opstapte omdat hij vond dat hij te weinig geld kreeg. Onder Burnham krijgt Healy als chancellor (minister van Financiën) de sleutel tot de schatkist, waarmee hij zelf de benodigde miljarden voor defensie kan vrijspelen.
Ook zijn er nog problemen buiten het VK. Burnham zal zich moeten verhouden tot een onvoorspelbare Donald Trump. Van oudsher onderhield Londen altijd een speciale relatie met de Amerikaanse president, maar dat is verleden tijd. De veranderde trans-Atlantische relatie brengt een grote uitdaging met zich mee: Trump te vriend houden, maar niet ten koste van alles.
Dat lukte Starmer lange tijd vrij aardig. Maar de oorlog in Iran bleek een splijtzwam: Starmer bekritiseerde de Amerikaanse aanvallen in het Midden-Oosten, waarop Trump de premier eraan herinnerde "geen Winston Churchill" te zijn. Sindsdien waren de verhoudingen tussen Londen en Washington koeltjes. Burnham belde maandag met Trump en beide leiders spraken van een goed gesprek, maar het lijkt onvermijdelijk dat ook hun relatie zal worden getest.
Daarnaast moet Burnham zich ontfermen over de nieuwe relatie met de Europese Unie. Ook binnen Labour is een terugkeer in de EU nog taboe, maar vanuit Londen ontstond onder Starmer wel meer bereidwilligheid om met Brussel samen te werken, onder meer op het gebied van landbouw en energiehandel.
Een heet hangijzer is het collegegeld voor Europese studenten die in het VK willen studeren. De EU wil dat het voor Europese studenten net zo goedkoop wordt om in het VK te studeren als voor Britse studenten. In sommige gevallen gaat het om een halvering van het collegegeld voor Europeanen, een maatregel die de Britse regering zomaar 100 miljoen pond (117 miljoen euro) kan kosten.
De Britse problemen zijn te groot voor getreuzel, schrijft The Economist. Burnham kan leunen op een stevige meerderheid in het parlement, maar zal de kikkers binnen zijn eigen kruiwagen moeten houden. Labour is behoorlijk verdeeld en dat is een groot risico voor daadkrachtig optreden, erkende Burnham.
De Britse kiezer dreigt onder het gestuntel van verschillende tory- en Labour-regeringen in de schoot van Reform UK te vallen. De radicaal-rechtse anti-immigratiepartij van Nigel Farage boekte een historische overwinning bij lokale verkiezingen in mei, het laatste zetje voor de regering van Starmer. Ook Burnham regeert vanaf de eerste dag met de hete adem van Farage in de nek.
Burnham ziet zijn premierschap als de laatste kans voor Labour, dat in principe tot de verkiezingen van 2029 heeft om het land weer op de rit te krijgen. Mocht de partij die belofte niet inlossen, dan dreigt een electorale afstraffing die vergelijkbaar is met die van de conservatieven in 2024.
Source: Nu.nl algemeen