Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Met verslagenheid is bij ons thuis gereageerd op het bericht dat Judit Polgár (49) het aanbod heeft afgeslagen om, al was het maar voor tijdelijk, president te worden van Hongarije.
De Hongaarse premier Péter Magyar had Polgár, de sterkste vrouwelijke schaker uit de geschiedenis, voorgedragen om de functie te vervullen als opvolger van Orbán-handlanger Tamás Sulyok. Magyar zei tot zijn keuze te zijn gekomen omdat zijn land behoefte heeft aan een staatshoofd ‘op wie iedere Hongaar trots kan zijn’.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bovendien heeft Polgár geen besmet verleden. Integendeel, menigmaal heeft zij de lamlendige politiek van Orbán getrotseerd. Hoewel haar twee schaakzusjes Hongarije verlieten – Susan woont in St. Louis en Sofia in Israël – keerde zij altijd terug naar haar geboorteland. Zo’n intelligente, geniale vrouw is bij uitstek geknipt voor het presidentschap, vond Magyar. Uiteraard ben ik het als schaker, en vele schakers met mij, helemaal met hem eens, maar helaas heeft Polgár ‘het eervolle aanbod’ intussen geweigerd.
Op zoek naar meer informatie vond ik op Facebook een foto van een schaakpartij die onlangs werd gespeeld op de Amerikaanse ambassade in Boedapest ter gelegenheid van het 250-jarige bestaan van de VS. Omringd door kiebitzers (toeschouwers) zit Polgár aan de ene kant van het bord. Aan de andere kant zitten Magyar en de 82-jarige Erno Rubik, uitvinder van de naar hem genoemde kubus, die zoveel ronddraaiers krankzinnig heeft gemaakt – en trots, als het lukte. De stelling op het bord laat zien dat Polgár aan de winnende hand is, niet zo gek natuurlijk. Het moet bij die gelegenheid zijn geweest dat de premier van Hongarije op het idee is gekomen: Judit for President!
Uit eigen ervaring weet ik dat Polgár een bijzonder aardig persoon is, wat bij schakers niet altijd vanzelf spreekt. Bij het zien van de foto kreeg ik ook ineens vreselijke spijt. Samen met een schaakvriend ontmoette ik Polgár een jaar geleden in het Okura-hotel, toen zij met haar dochter Hanna een tripje maakte naar Amsterdam. Zij nodigde ons meteen uit naar Boedapest te komen, waar zij jaarlijks een schaakfestival organiseert. Stom dat ik niet ben gegaan, dan had ik die historische partij in de Amerikaanse ambassade kunnen bijwonen.
In feite volg ik het bijzondere leven van Polgár al vanaf het moment, zo’n 45 jaar geleden, dat in de internationale pers een bericht verscheen over een Hongaarse vader, László Polgár, die zijn drie dochters niet naar school stuurde, maar thuis opvoedde met het schaakspel. Het behang in hun kamer bestond uit schaakdiagrammen, waarop problemen waren afgebeeld die zijn dochters dagelijks moesten oplossen. In opvoedkundige kringen werd er schande van gesproken, maar achteraf moet je constateren dat het met alle drie best goed is afgelopen, zeker als je in aanmerking neemt dat de familie Polgár behoorde tot het Joodse arbeidersproletariaat van Boedapest. Susan, de oudste, runt in de VS een schaakschool en is opgenomen in de Hall of Fame. Haar zoon Tom heeft een grootmeesterresultaat behaald. Sofia, de jongste en volgens haar vader de talentvolste, moet nog steeds een sterke speelster zijn, maar in Israël is zij vooral bekend als illustrator van kinderboeken.
Over de middelste zijn talloze boeken geschreven, waarvan Judit Polgar – The Princess of Chess de bekendste is. De auteur Tibor Károlyi is een decennium lang de personal trainer van de zusjes geweest. Door het eten van watermeloenen, een jaarlijks ritueel in Hongarije, had Károlyi al vroeg in de gaten dat Judit de succesvolste van de drie zou worden. Hongaarse kinderen willen altijd het middenstuk van de meloen, want dat is het zoetst. Dat wordt ook tot het laatst bewaard en dan wordt er hard om gevochten. Van elkaar afpakken en snel in je mond stoppen, daar draait het om in deze meloenenwedstrijd, waaruit Judit altijd als winnaar tevoorschijn kwam.
Spijtig genoeg: Judit Polgár doet het niet, terwijl zij het presidentschap met gemak had aangekund. Ze zegt er ‘geen kracht’ voor te hebben, wat niemand gelooft, maar als ze eenmaal een beslissing heeft genomen, praat niemand haar dat meer uit het hoofd. Ze is destijds ook in één keer gestopt met het toernooischaak.
Je zou misschien anders verwachten, maar schaken en politiek is in de praktijk nooit zo’n daverende combinatie geweest. Wereldkampioen Capablanca (1888-1942) was een leven lang reizend ambassadeur voor Cuba, maar hoefde daar niet veel voor te doen. In Nederland is Roel van Duijn vermoedelijk de sterkste schaker onder de politici, maar tot staatshoofd heeft hij het jammer genoeg nooit gebracht. Beatrix kon wel paardrijden, maar niet schaken. De heldhaftige Vytautas Landsbergis (93), die nog met Petrosjan remise heeft gemaakt, was formeel het hoogste gezag van Litouwen, toen kwaadaardige Russen in 1991 zijn land binnenvielen. Maar een echte president hebben schakers nooit gehad – des te erger voor de presidenten.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant