Veel mensen vinden het lastig om hulp te vragen uit angst een ander tot last te zijn. Onderzoek laat echter zien: de meeste mensen helpen juist graag. Hoe doe je succesvol een beroep op iemand anders?
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Je worstelt met een presentatie, maar twijfelt of je een collega zult vragen om mee te kijken. En dat appje aan de buurvrouw of ze een uurtje op de kinderen kan passen? Dat blijft onverzonden. Hulp vragen voelt voor velen ongemakkelijk. ‘Mensen zijn bang dat ze incompetent overkomen of dat ze de ander tot last zijn’, zegt de Amerikaanse socioloog Wayne Baker, hoogleraar aan de University of Michigan Ross School of Business en auteur van All You Have to Do Is Ask: How to Master the Most Important Skill for Success.
Het is geen individueel probleem of iets dat alleen op de werkvloer speelt. In zijn promotieonderzoek naar vraagverlegenheid zag Mark Reijnders (inmiddels werkzaam als onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau) hoe groot de drempel is om hulp te vragen. Zo sprak hij een vrouw van wie de man na een ongeluk de hond niet meer kon uitlaten. ‘Zelf had ze pleinvrees, maar ze ging toch zwetend de straat op, omdat ze het moeilijk vond iemand te benaderen.’ Ook interviewde hij een student die mantelzorg verleende aan zijn moeder en overbelast raakte. ‘Hij wist niet eens dat er ondersteuning beschikbaar was.’
Volgens Reijnders spelen niet alleen het bureaucratische doolhof bij gemeenten een rol, maar ook psychologische factoren. ‘Mensen schamen zich, hebben moeite om hun zelfstandigheid op te geven en willen een ander niet belasten.’ Hierdoor wordt te lang gewacht met het inschakelen van hulp. Dit zie je bijvoorbeeld bij huishoudens met schulden.
Onderzoekers van de Stanford University ontdekten dat mensen structureel onderschatten hoe bereid anderen zijn om te helpen. In verschillende experimenten lieten ze mensen op wildvreemden afstappen met een kleine gunst, zoals het maken van een foto, of, in een ander bekend experiment, het uitlenen van hun mobiele telefoon. De deelnemers verwachtten veel vaker een afwijzing dan ze daadwerkelijk kregen. ‘Mensen zijn eerder bereid te helpen dan anderen denken’, zo concludeerden de onderzoekers, ‘hoewel hun bereidheid om te helpen wellicht meer voortkomt uit de behoefte om gezichtsverlies te voorkomen dan uit altruïstische motieven.’
‘Mensen zijn van nature geneigd elkaar te helpen’, zegt Baker. ‘We hebben altijd overleefd door samen te werken.’ Een hulpvraag kan bovendien worden opgevat als een teken van waardering en vertrouwen.
Hoe zoiets in de praktijk kan uitpakken, beschreef Benjamin Franklin, een van de founding fathers van de Verenigde Staten, al eens in zijn autobiografie. Op een dag vroeg hij een invloedrijke rivaal die hem vijandig behandelde of hij een zeldzaam boek mocht lenen uit zijn bibliotheek. De man stemde toe. Volgens Franklin verbeterde hun relatie daarna aanzienlijk en groeide die uit tot een vriendschap.
‘Met de vraag over het boek stelde hij zich kwetsbaar op en gaf hij aan een band met de man te willen’, zegt Baker. Psychologen spreken van het Benjamin Franklin-effect: mensen blijken iemand vaak aardiger te vinden nadat ze diegene een plezier hebben gedaan.
Het maakt wel uit hóe je om hulp vraagt. Baker maakt onderscheid tussen twee benaderingen: autonomie-georiënteerd versus afhankelijkheids-georiënteerd. Bij de tweede manier laat je een ander het klusje opknappen. ‘Als ik mijn zoon vraag een probleem met mijn smartphone op te lossen, dan pakt hij het apparaat over en past razendsnel iets aan. Dan is het opgelost, maar ik heb geen idee hoe. De volgende keer moet ik weer bij hem aankloppen.’ Bij autonomie-georiënteerde hulp zou Baker zijn zoon vragen om hem te laten zien hoe hij de instellingen van zijn telefoon kan aanpassen.
‘Wees zo specifiek mogelijk in je hulpvraag’, adviseert Baker. Een algemene vraag (‘Weet jij iemand die mij aan een baan kan helpen?’) levert minder op dan een concreet verzoek (‘Ken jij iemand die werkt als hr-manager bij een middelgroot technologiebedrijf in de regio Utrecht?’). Veel mensen formuleren hun verzoek te algemeen. Daardoor weet de ander vaak niet goed hoe hij kan helpen. ‘Een specifieke vraag activeert herinneringen aan wat die andere persoon weet of wie hij kent in zijn netwerk.’
Leg ook uit waarom hulp belangrijk voor je is. ‘Deze stap slaan veel hulpvragers over’, zegt Baker. ‘Maar als iemand begrijpt waarom het ertoe doet, neemt de motivatie om te helpen toe.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Wees niet bang om een deadline te geven: wanneer heb je de hulp nodig? ‘Mensen zijn bang dat het veeleisend overkomt, maar zo’n deadline maakt in een klap duidelijk of hulp geven haalbaar is.’
Hulp vragen blijft spannend. Er bestaat altijd een kans dat iemand nee zegt. Maar wie vaker om hulp vraagt, merkt dat het makkelijker wordt, meent Baker. ‘Het is als een spier. Hoe vaker je hem gebruikt, hoe sterker hij wordt.’
Volgens Reijnders zijn er verschillende gradaties van hulp. ‘Mantelzorgers zullen eerder hulp accepteren in het huishouden dan bij de verzorging van hun geliefde.’ Bij hulp vragen kun je beginnen met kleine verzoeken, zodat de drempel om anderen om hulp te vragen kleiner wordt.
Tot slot: ‘Niemand kan alles alleen doen’, zegt Baker. ‘Hulp inroepen is geen kwestie van zwakte. Het is het krachtigste wat je kunt doen.’
Source: Volkskrant