Kevin Keegan (1951-2026), voetballer Met de dood van Kevin Keegan verliest Engeland een van zijn succesvolste en populairste voetballers ooit. De kleine dribbelaar behaalde met Liverpool en het Duitse HSV meerdere landstitels en bereikte met beide clubs de Europa Cup 1-finale. Als analist bezigde hij ‘Cruijffiaans’ taalgebruik. ,,I will love if we beat them.’’
Liverpool-aanvaller Kevin Keegan schiet op doel tijdens de uitwedstrijd tegen Queens Park Rangers, op 19 oktober 1974.
De voetbalwereld staat deze week uitgebreid stil bij het overlijden van een van Engelands succesvolste en populairste spelers ooit. De kleine dribbelaar Kevin Keegan, bijgenaamd ‘Mighty Mouse’, overleed maandag op 75-jarige leeftijd aan maagkanker, zo maakte zijn familie bekend.
De Britse pers roemt zijn warmte, charisma en sociale antenne. Hij zette zich al op jonge leeftijd in voor liefdadigheidsdoelen. ,,Ik kan geen nee zeggen’’, verklaarde Keegan. Hij was in de jaren zeventig populairder dan de kerstman, refereerde een BBC-commentator aan eigen onderzoek onder jonge, kansarme supporters die op kosten van Keegans club FC Liverpool naar Lapland waren gereisd.
Net als generatiegenoot Johan Cruijff werd hij na zijn spelers- en trainersloopbaan gevraagd als analist. Ze deelden een soms onnavolgbaar taalgebruik. Een korte greep uit Keegans repertoire: ,,Ik geloof niet dat er iemand groter of kleiner is dan Diego Maradona.” Of: ,,Op een bepaalde manier is kramp erger dan een gebroken been.” En: ,,Chili heeft drie opties: winnen of verliezen.” De eindeloos geciteerde ‘Cruijffiaanse’ oneliner van Keegan was: ,,I will love if we beat them.’’
Anders dan Cruijff, die in de verloren WK-finale van 1974 bij Berti Vogts aan de ketting lang, was Keegan in de gewonnen Europa Cup 1-finale van 1977 ongrijpbaar voor deze Duitse terriër. Hij leidde Liverpool tegen Borussia Mönchengladbach naar een 3-1 zege in zijn, naar later bleek, afscheidswedstrijd voor The Reds. Keegan vertrok voor een paar miljoen pond naar HSV, nadat hij in 1971 nog voor een habbekrats was overgekomen van laagvlieger Scunthorpe United.
In Hamburg was hij met topspelers als Felix Magath, Manfred Kaltz en Horst Hrubesh even succesvol als bij Liverpool. Ze behaalden twee landstitels, maar verloren in de Europa Cup 1-finale van Nottingham Forest. Tijdens zijn Duitse periode werd Keegan twee keer uitgeroepen tot Europees voetballer van het jaar. ,,Meer dan aan de Ballon d’Or denken de mensen aan mijn poedelkapsel en aan mijn stomme val bij Superstars’’, bagatelliseerde hij zijn status als topvoetballer. In dit tv-programma viel hij in 1976 voor het oog van een miljoenenpubliek keihard van zijn fiets.
Keegan was trendsetter met optredens in reclamespotjes. In 1972 scoorde de gelegenheidszanger een bescheiden hit met het nummer ‘It Ain’t Easy’. Met zijn maatje John Toshack deed mee aan een tv-spelletje, Kick off. Het tweetal dat elkaar op het veld blindelings kon vinden, moest elkaars speelkaarten raden. Ook dat lukte schijnbaar moeiteloos. Wat de kijkers niet zagen, was een spiegel in de studio die het raden vergemakkelijkte, verklapte hij later. De lange Toshack was een ouderwetse targetman. De kleine, beweeglijke Keegan zwermde om hem heen. Ze wonnen met Liverpool onder meer drie landstitels, de FA Cup, de UEFA Cup en als hoogtepunt dus de Europa Cup 1.
Liverpool-manager Bill Shankly had hem in 1972 een weekloon van eerst 30 en later 40 pond aangeboden. ,,Ik speel desnoods voor niks, zo trots ben ik om het Liverpool-shirt te dragen’’, zei Keegan na zijn debuut waarin hij meteen scoorde voor het vak van de harde kern: ‘The Kop’. Een verslaggever van Voetbal International ervaarde een paar jaar later bij een bezoek aan Liverpool dezelfde vrijgevigheid van de intussen tot sterspeler uitgegroeide Keegan. De clubleiding vroeg destijds voor een interview een bedrag van 200 pond, dat rechtstreeks in de broekzak van de geïnterviewde verdween. Keegan wuifde het papieren geld weg. ,,Ik maak zelf wel uit aan wie ik geld vraag’’, liet hij in VI optekenen.
Keegan was geen natuurtalent. Hij had de top met hard werken bereikt, erkende hij zelf. De aanvaller incasseerde maar deelde zelf ook klappen uit. Met Billy Bremner, gifkikker van Leeds United, werd hij tijdens een seizoensopening op Wembley van het veld gestuurd. Beiden in blote bast, nadat ze elkaars shirt kapot hadden getrokken.
Na Liverpool en HSV speelde Keegan nog voor Southampton, Newcastle United en het Australische Blacktown City. Hij werd met wisselend succes clubtrainer bij Newcastle, Fulham en Manchester City. Tussendoor was hij korte tijd bondscoach van Engeland, dat onder zijn leiding in de groepsfase werd uitgeschakeld bij Euro 2000. Hij nam vrijwillig afscheid, naar verluidt op de wc en zonder een afkoopsom te vragen aan de Engelse voetbalbond. Als coach was zijn emotionele karakter een handicap, verklaarde hij later.
Zelf speelde hij 63 interlands (met 21 doelpunten) voor het Engelse elftal, dat zich in zijn aanwezigheid niet plaatste voor de WK’s van 1974 en 1978. Op het EK van 1980 en WK van 1982 werd hij – geplaagd door blessures – met Engeland vroegtijdig uitgeschakeld. Vier smetjes op een verder glansrijke (club)carrière.
Bij Liverpool en Newcastle hangen de vlaggen deze week halfstok. Clubicoon Alan Shearer, zijn natuurlijke opvolger bij Newcastle, schreef op X: ,,My Hero. My manager. My friend. Sleep easy Boss.’’